Muziekspecial van Vanity Fair

Er zijn tijdschriften die zich niets aantrekken van de alom gehoorde bewering dat ze overbodig worden door internet en onverstoorbaar blijven doen wat ze altijd al deden: het publiceren van goede, leesbare en, als het nodig is, uitputtende artikelen. Het Amerikaanse Vanity Fair is zo'n blad. Bijna elke maand geeft het auteurs zoveel ruimte, dat elke aflevering een weerlegging is van het cliché dat alles in Amerika snel, eenvoudig en oppervlakkig moet zijn om succes te hebben.

De laatste zeven jaar bracht Vanity Fair een jaarlijks Hollywood-nummer uit, een mengeling van artikelen over de Amerikaanse filmindustrie, acteurs en regisseurs, de nodige beschaafde gossip en onbeduidende feiten en niet te vergeten prachtige foto's van de droommakers. Het novembernummer van dit jaar is het eerste `special issue' over popmuziek, met eenzelfde formule als de Hollywood-nummers.

Het resultaat is niet onverdeeld positief. Vanity Fairs `music special' kent verschillende onderwerpen die niet blijken te zijn wat ze beloven. Zo is het eerste dat veel lezers zullen opslaan het verslag van Lisa Robinson over de tournee van The Rolling Stones door de Verenigde Staten in 1975. De journaliste Robinson was toen door de Stones in de arm genomen als `rock-press-liaison' en ze beloofde dat ze de komende 25 jaar geen gebruik zou maken van de vele banden die ze had gemaakt van gesprekken tijdens feestjes en backstage-gedoe. Nu zijn de 25 jaar voorbij, maar de banden blijken vooral gezeur over geld en belastingen te bevatten.

Het lange en zoveelste artikel over Madonna heeft een merkwaardig verongelijkte toon. Auteur Steven Daly doet voortdurend alsof hij de enige `serieuze' criticus is die Madonna beschouwt als een van de grootste popmusici van deze tijd. Je vraagt je af welke muziekbladen Daly leest. Want als het Madonna, zeker de laatste jaren, aan één ding niet heeft ontbroken, dan is het lof van de `serieuze' pers.

Maar tegenover deze zwakke plekken staan veel mooie dingen. Zo mocht Elvis Costello zijn verrassende 500 favoriete cd's opgeven, waarin de complete pianosonates van Haydn naast `Night Beat' van Sam Cooke staan. Robert Sam Anson schreef aan de hand van vele interviews een uitputtend portret van het videoclip-station MTV in zijn begindagen. Het is stuk in de beste Vanity Fair-traditie geworden: onmerkbaar lang en de controverse niet schuwend. Anson gaat bijvoorbeeld uitgebreid in op de aanvankelijke weigering van MTV om clips bij zwarte muziek uit te zenden. Pas toen Michael Jackson immens populair was, werd het uitzenden van `zwarte' video's onontkoombaar voor MTV.

Maar het echte hoogtepunt van het eerste muzieknummer van Vanity Fair is toch de fotografie. Budgetten speelden hierbij vermoedelijk geen rol. De redactie van Vanity Fair stuurde onder anderen Herb Ritts, Annie Leibowitz en Bruce Weber op pad om grote popmusici uit heden en verleden te fotograferen. Het leverde een schitterende portrettengalerij op van bijvoorbeeld een springende Aretha Franklin in de duinen, een somberende Brian Wilson in badjas bij zijn suburbane zwembad en een ongelooflijk tanige, blote Iggy Pop. Alleen deze foto's al maken deze eerste `music special' van Vanity Fair tot een verplichte aanschaf voor elke popmuziekliefhebber.

Vanity Fair. The Music Issue. November 2000. Prijs ƒ 13,50.