Monumentaal gepruts

Brede wandelboulevard met waterpartijen en enorme platanen, maar ook afwerkplek en toevluchtsoord voor drugsgebruikers. Plaats: de Heemraadssingel in Rotterdam.

Generaties Rotterdammers bewaren herinneringen aan deze statige singel met zijn brede wandelpaden en bijzondere panden. Hoeveel mensen hebben hier niet geflirt, geflaneerd of als kind sleetje gereden? Een stad die in de oorlog is verwoest, hoort haar vooroorlogse restanten te koesteren. Alleen al daarom verdient het initiatief een boek aan de Heemraadssingel te wijden alle lof.

Singelbewoner Gerard Peet speurde in archieven naar informatie over zijn eigen huis en ontdekte zulk interessant materiaal over andere huizen dat hij besloot de hele singel tot op de bodem uit te pluizen. Onlangs verscheen zijn boek `Burgermansgepruts, 100 jaar Heemraadssingel' met een bijbehorend wandelgidsje.

In 1887 presenteerde de toenmalige directeur van Gemeentewerken, G.J. de Jong, de eerste plannen voor een groene zone met waterpartij in de Coolpolder. De wetering zou de eentonige bouwblokken in west onderbreken en overtollig regenwater opvangen. Bovendien wilde het gemeentebestuur voorkomen dat rijke burgers massaal wegtrokken naar het veel groenere Den Haag of Wassenaar. Toen de aanleg van de breedste en langste singel in Rotterdam in 1900 na stevig gebakkelei in de gemeenteraad eindelijk begon, stonden de eerste huizenblokken midden in het weiland. In totaal verrezen tussen de Beukelsdijk en de Rochussenstraat 270 huizen, veelal kolossale panden met diepe achtertuinen. opgetrokken in een ratjetoe aan bouwstijlen: Hollands classicisme, Art Nouveau, Art Déco, Expressionisme en Amsterdamse School. Vooral over de mengelmoes van stijlen die de speculatiebouwers – timmerlieden en metselaars die op eigen risico bouwden en vervolgens doorverkochten – toepasten, werd flink gemopperd. De titel `Burgermansgepruts' verwijst naar een uitspraak van wethouder Heijkoop tijdens een gemeenteraadsdebat in 1920. Nu is er vooral waardering voor de details en de variatie en staan tachtig panden op de monumentenlijst.

De wandelgids bestaat uit twee delen: het dunste deel heet `wandelen langs bomen en water' met overzichtelijke plattegrondjes waarop bomen, struiken en langs de wandelroute geplaatste kunstvoorwerpen zijn ingetekend. En weetjes over vogels, vissen en vleermuizen die bij, in, of boven de singel ooit zijn gesignaleerd. Wie langs `architectuur en historie' wil wandelen, moet de gids omkeren. De architectuurtocht begint bij nummer 24, hoek Beukelsdijk en Graaf Florisstraat en eindigt ongeveer anderhalf uur later bij het elektriciteitshuisje aan de Beukelsdijk.

Waar mogelijk wordt bij elk pand het bouwjaar, de bouwer en bouwstijl vermeld, soms aangevuld met gegevens over `beroemde' bewoners, zoals de familie Jamin van de snoepwinkels, die op nummer 244 woonde. Cargadoor Paul Nijgh, op nummer 323, had de achtertuinen van naastliggende panden gebruikt voor de aanleg van een tennisveld. En in voormalig café Capitool wordt de vrouwelijke hoofdpersoon van Anna Blamans roman `Een autobiografie' door haar vriendin gedumpt voor een man. De aapjes van nr. 79-85 komen van W. Brouwer uit Leiderdorp en L. Edema van der Tuuk maakte het beeldhouwwerk van nummer 261.

Het boek gaat veel verder dan de Heemraadssingel alleen. Het geeft inzicht in de ontwikkeling van Rotterdam vanaf 1850. In dat jaar telde de stad 90.000 inwoners, een aantal dat in 1914 was opgelopen tot 472.000, als gevolg van de stormachtige groei van de havenactiviteiten. De citaten uit de notulen van gemeenteraadsdebatten geven een aardig kijkje in de opvattingen over stadsuitbreiding van bestuurders rondom 1900. En de vijftien jaar durende aanleg van de Heemraadssingel, de bouwvorderingen e.d. worden fraai geïllustreerd met oude stadsplattegronden, ansichtkaarten en foto's.

Het ging overigens snel bergafwaarts met de singel waar ooit reders, fabrikanten en scheepsbouwers woonden. Het gebrek aan dienstbodes in de jaren dertig deed de bewoners van de onderhoudsintensieve panden besluiten wat kleiner te gaan wonen op de bovenverdieping en de begane grond te verhuren als kantoor. De confiscaties van panden in de oorlogsjaren, de komst van seksclubs in de jaren zeventig en de verpaupering van Delfshaven deden de rest, met als dieptepunt 1995, toen het Heemraadsplein landelijke bekendheid kreeg als no go area met dealers, junks en straatprostituees. Boze buurtbewoners namen het recht in eigen hand en fotografeerden `hoerenlopers' en noteerden nummerborden van drugsdealers. De deelgemeente Delfshaven en de gemeente Rotterdam waren eindelijk overtuigd dat ze moesten ingrijpen. Er kwam meer blauw op straat en er kwamen plannen voor de herinrichting van de singel. Stapje voor stapje maken de kantoren nu weer plaats voor bewoners en wordt er geïnvesteerd in de luisterrijke panden. De bewoners zijn voorzichtig optimistisch, maar de betrokkenheid bij de singel is in elk geval groot. Toch is het bestaansrecht van de singel als `plek voor de welgestelden' even ver weg als honderd jaar geleden; de echte rijken vluchten nog steeds naar Wassenaar.

`Burgermansgepruts', ƒ95, inclusief wandelgids, ISBN 90-9014047-6 via de boekhandel of ƒ105,- overmaken (incl. verzendkosten) op giro 7875113 t.n.v. Stichting Heemraadssingel Rotterdam.