`Maatregelen BSE werken averechts'

Maatregelen die Nederland heeft genomen tegen de verspreiding van de gekkekoeienziekte BSE, hebben een averechts effect. Het risico voor de volksgezondheid neemt daardoor toe.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in een vanmorgen verschenen rapport. De hoge ophaaltarieven voor delen van dode dieren met een zeer hoog risico voor besmettelijke ziekten (zoals hersenen, ogen en ruggenmerg), werken illegaal dumpen door boeren in de hand.

De Rekenkamer heeft scherpe kritiek op minister Borst (Volksgezondheid) en staatssecretaris Faber (Landbouw). Zij hebben ,,hun verantwoordelijkheid voor de volks- en diergezondheid onvoldoende waar kunnen maken''. Volgens de Rekenkamer dekken zowel de regels als het toezicht de veiligheid van het voedsel onvoldoende af. Inspectiediensten werken onvoldoende samen en worden niet goed aangestuurd door de ministeries. Daardoor bestaat het risico dat ,,ongewenste stoffen'' zoals dioxine in het voedsel komen. Het onderzoek van de Rekenkamer bestrijkt de afgelopen drie jaar.

De ministers Borst en Brinkhorst noemen de kritiek op hun handelen ,,onjuist''. Volgens hen bieden de bestaande regels ,,afdoende garanties voor de volksgezondheid en de diergezondheid.'' Niettemin hebben zij toegezegd dat zij ,,leemten in wet- en regelgeving verder opsporen''. Zij wijzen naar de plannen voor de oprichting van één nationale voedselautoriteit, waartoe het kabinet begin deze maand heeft besloten. Deze moet in 2002 functioneren.

Volgens de Rekenkamer is Nederland wel vroeg geweest met het verwerken van Europese regels tegen de verspreiding van BSE in nationale wetten, maar ons land al enkele jaren delen van geslachte dieren met zeer hoog risico (hersenen en ogen) gescheiden worden verwerkt. Omdat andere landen deze regels niet toepasten, bestond volgens de Rekenkamer een aantal jaren toch het risico van verspreiding van BSE, de gekkekoeienziekte die bij mensen de ziekte van Creutzfeldt-Jakob kan veroorzaken.

Door het Europese vrijhandelsgebod was maar een beperkte controle bij de grens mogelijk. Sinds 1 oktober geldt een Europese beschikking op gescheiden verwerking voor de hele Unie.

Volgens de Rekenkamer moet er een ander systeem komen voor de bekostiging van het gescheiden ophalen van zeer hoog risicomateriaal van gestorven koeien en schapen op boerenbedrijven.

In Nederland geldt daarvoor het principe van `de vervuiler betaalt'. De Rekenkamer vindt dat de bewindslieden daarmee ten onrechte geen voorrang geven aan overwegingen van volks- en diergezondheid. Boeren moeten sinds 3 maart van dit jaar met terugwerkende kracht aparte verhoogde tarieven betalen voor het diermateriaal met een zeer hoog risico. Daarvóór betaalde de overheid die kosten. De verhoogde tarieven, vastgesteld door minister Borst, komen volgens destructiebedrijf Rendac uit op ongeveer 65 gulden per opgehaald schaap en 195 gulden per rund. [Vervolg REKENKAMER: pagina 2]

REKENKAMER

Illegaal gedumpte schapen gevonden

[Vervolg van pagina 1] Volgens de Rekenkamer is het gevaar op ontduiking in de nieuwe regeling ,,reëel''. Rendac heeft sinds de tarievenverhoging vooral van schapen minder kadavers aangeleverd gekregen dan daarvoor. De Algemene Inspectiedienst AID, die controleert op bedrijven, heeft in verschillende gevallen illegaal gedumpte dode schapen gevonden. Omdat de AID alleen controleert als er meldingen zijn van verdachte gevallen, betwijfelt de Rekenkamer of de dienst een goed zicht heeft op de naleving van de regels voor destructie. De Rekenkamer heeft geen bewijzen, maar wel het vermoeden dat ook koeien illegaal worden begraven.

Behalve op de AID heeft de Rekenkamer ook kritiek op de twee andere controlerende diensten, de Keuringsdienst voor Waren en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). De Keuringsdienst van Waren schiet met name tekort in het toezicht op het vervoer van de destructiemateriaal en concentreert zich te veel op het verwerkingsbedrijf. Ook twijfelt de Rekenkamer aan de waarde van de dioxinetesten die de Keuringsdienst uitvoert op vlees en vleesproducten. De resultaten daarvan zijn voor de ministeries niet te herleiden tot de bijbehorende partijen vet en diermeel, meent de Rekenkamer.

De RVV, die toezicht houdt op de slachterijen en verwerkingsbedrijven, controleert te weinig gericht op bedrijven die zogeheten laag-risicomateriaal verwerken. Daarbij gaat het om dierlijk afval zoals vetten.

KRITIEK OP EU-LANDEN: pagina 6