Liever een tuintje dan een luxe flat

Hoe komt het dat bewoners van luxe appartementen in stadscentra relatief snel verhuizen naar woningen met een tuin in een meer groene omgeving? ,,Ik zag op tegen het gesjouw naar de tweede verdieping.''

In 1995 verhuisden Martine Korpel (33) en Gerhard Bolk (34) naar een vierkamerappartement in het voormalige Academisch Ziekenhuis in Utrecht. Ze wilden graag `stedelijk wonen'. De gemeente had enkele honderden miljoenen in het complex geïnvesteerd om vooral jonge hoogopgeleide tweeverdieners en vermogende vijftigers en zestigers te trekken. Voor Martine en Gerhard was het appartement een goede investering. ,,We kochten het voor tweehonderdduizend gulden en we wisten dat we er na een jaar of vijf het dubbele voor terug zouden krijgen.''

Maar ze kregen last van het verkeerslawaai en Martine raakte in verwachting. ,,Ik zag op tegen het gesjouw met de maxi-cosi naar de tweede verdieping.'' In 1997, eerder dan gepland, vertrokken ze naar Bilthoven, naar een eengezinswoning met tuin, in een groene wijk.

De bewoners van luxe appartementencomplexen verhuizen relatief snel naar een groter huis in een kindvriendelijke omgeving. Tot die conclusie komt sociaal geograaf Anton Smets (31) van de Universiteit Utrecht in zijn proefschrift `Wervende woonmilieus in de stad?'. Hij ondervroeg 619 bewoners van het voormalige Academisch Ziekenhuis-complex en het Sphinx-Céramique-terrein in Maastricht. Tweederde van de bewoners verliet binnen twee tot vier jaar hun appartement.

In de jaren negentig ontwikkelde bijna elke stad een luxe flatcomplex in het centrum. Aan de stadsranden kwam steeds minder grond beschikbaar en suburbane dorpen als Zeist en Bilthoven konden niet verder groeien omdat het Groene Hart zou worden aangetast. Er ontstond een tekort aan eensgezinswoningen met tuin. Woningzoekenden trokken massaal naar appartementen en penthouses, dikwijls gebouwd op voormalige bedrijventerreinen.

Volgens geograaf Smets hebben lokale overheden zich verkeken op de aantrekkingskracht van die appartementen. Het comfort en de bereikbaarheid blijken niet voldoende voor de yup van vandaag. ,,Het aantal paren zonder kinderen neemt toe, het aantal vermogende ouderen ook. Die mensen willen graag in de stad wonen, maar liever niet in een flat. Omdat er alleen flats beschikbaar zijn, nemen ze daar genoegen mee. Ze ergeren zich aan de burenoverlast en de krappe ruimte en zoeken verder. Zodra de kans zich voordoet, vertrekken ze.''

Voordeel van de stedelijke vernieuwing is dat het aantal auto's in de binnenstad is afgenomen. ,,Bewoners rijden vooral aanzienlijk minder in hun vrije tijd. Het woonwerkverkeer is met de auto gelijk gebleven, al nemen ze vaker de fiets of te trein.'' Door de toename van de koopkracht, is er de afgelopen tien jaar veel geïnvesteerd in de stadscentra. ,,In Utrecht zijn vervallen panden aan de Oudegracht gerenoveerd. De gemeente heeft veel geld gestoken in stadsvernieuwing en nieuwbouw. Overal zie je trendy winkels, grand cafés en delicatessenzaken.''

Voor de hoge inkomens zal de woningnood de komende jaren blijven bestaan, verwacht Anton Smets. Maar gemeentebesturen zouden er goed aan doen beter te onderzoeken wat de woonbehoeften zijn van stedelingen. Dan kunnen ze zich toeleggen op een ander type woningen. ,,Eensgezinswoningen met dakterras bijvoorbeeld of appartementen met een groot balkon. En waarom niet die paar braakliggende weilanden om de stad volbouwen? Zo voorkom je dat stedelingen naar Brabant of Limburg verhuizen.''