Leeftijd piramides nauwkeurig te bepalen

De piramiden van Gizeh, een van de zeven wereldwonderen, zijn veel nauwkeuriger te dateren dan altijd is aangenomen. Vandaag publiceert de Britse Egyptologe Kate Spence in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een methode die het begin van de bouw van de piramide van Cheops (een van de drie in Gizeh) vaststelt op het jaar 2478 v.Chr. De marge is vijf jaar, terwijl de huidige chronologie uitgaat van 2552 v.Chr. met een onzekerheid van honderd jaar.

De nieuwe aanpak is gebaseerd op de geografische oriëntatie van de Egyptische piramiden uit het Oude Rijk, rond 2500 v.Chr. Die staan met één kant naar het noorden, maar niet exact. Spence ontdekte dat de afwijking van het noorden met het verstrijken van de jaren steeds groter werd. Hoe jonger de piramide, des te meer hij naar het oosten draait.

Met de bestaande theorieën over de manier waarop de Egyptenaren het noorden bepaalden is deze trend niet te verklaren. Spence ging daarom op zoek naar een nieuwe methode. Die vond zij, aan de hand van oude sterrenkaarten, in de sterrenhemel. [Vervolg PIRAMIDE: pagina 5]

PIRAMIDE

Helmstok voor het noorden

[Vervolg van pagina 1] Op basis van door de computer uitgerekende oude sterrenkaarten ontdekte Kate Spence dat de sterren Mizar en Kochab, uit respectievelijk de Grote en de Kleine Beer, een hemelstok vormen die door de noordelijke hemelpool loopt. Zodra die stok voor een waarnemer op aarde verticaal staat, wijst hij het noorden aan.

Omdat de aardas niet stilstaat maar ten opzichte van de hemel met een periode van 26.000 jaar zwabbert, wees de hemelstok van Spence alleen in het jaar 2467 v.Chr. het noorden exact aan. Hoe meer jaren daarvan verwijderd, hoe groter de afwijking. Berekeningen lieten zien dat de trend precies aansluit op die van de gemeten afwijkingen van de oriëntatie van de opeenvolgende piramiden. Een andere door Spence onderzochte hemelstok, ook met sterren uit de Grote en Kleine Beer, leidt tot resultaten die niet kloppen met de metingen.

Een bijkomend effect van de nieuwe methode is dat hij de piramiden van Gizeh op 5 jaar nauwkeurig vastpint in de tijd. Het directe gevolg is dat de onder egyptologen gangbare chronologie voor het Oude Rijk met 74 jaar richting heden moet worden opgeschoven. Op een bijeenkomst van Egyptologen afgelopen vrijdag in Leiden, waar Spence haar resultaten presenteerde, bleek dat, gezien de marges die de huidige chronologie kent, in principe mogelijk. Voor de periodes van sterk centraal gezag in het Oude Egypte zijn er weliswaar vrij betrouwbare lijsten van farao's overgeleverd, inclusief de duur van hun regeerperiodes, maar van de tussenliggende chaotischere periodes is de kennis veel minder compleet.

HEMELSTOK: Bijlage Wetenschap & Onderwijs van zaterdag