Kunsten

`Meer overheidsgeld is niet altijd goed voor de kunsten', stond boven het artikel van Hans Abbing en Pieter van Os (NRC Handelsblad, 6 november). Van der Ploegs Cultuurnota zou vooral op de uitgangspunten moeten worden beoordeeld, maar het debat lijkt alleen maar te gaan over geld. Maanden geleden werd inzake de Cultuurnota gesteld dat beslist moest worden wélke subsidies moesten vervallen omwille van financiële ruimte voor allochtone culturele inbreng. Paradoxaal is het bij zo'n debat liever niet over geld te willen praten.

Van de geventileerde artistiek-culturele visie heb ik geen hoge pet op. Muziek in Nederland wordt meteen geassocieerd met Marco Borsato en wij moeten het daar maar mee doen. Natuurlijk is er ook andere muziek, maar (citaat): `Abstracte noties van hoge kunst komen in de plaats van feitelijke voorstellingen voor echt bstaande mensen.' De schrijvers zien een vertekend aanbod bij de podiumkunsten. `Het publiek dat concertzalen bezoekt vergrijst. Dat ziet iedereen.' Wat een platitude. Bij het Noordhollands Philharmonisch zag ik juist jonge gezichten, op het podium en in de zaal. Het publiek bij Albert Heijn en de Hema vergrijst ook. Dat ziet iedereen. Heel Nederland vergrijst. En die grijze mensen hebben energie, tijd, geld en belangstelling die weleens verder reikt dan Marco Borsato; ze gaan naar Emmylou Harris bij het Crossing Border Festival, las ik in deze krant. Bij de schitterende muziekopleidingen worden Nederlandse en ettelijke buitenlandse jonge mensen opgeleid. Veel van hen ambiëren een baan bij een (Nederlands) ensemble of orkest. Daar ontplooit zich hun talent, dáár rijpt het verder.