Gemeenten in de tang van Europese regels

Europese regels bezorgen Nederlandse gemeenten kopzorgen. Na de regels voor korenwolf en kamsalamander volgt binnenkort een richtlijn over water.

De Utrechtse bijzonder hoogleraar Europees recht prof.mr. B. Hessel zegt het wel eens tegen gemeenten die geen kantongerecht hebben: ,,Je hoeft het dorp niet uit om toch Europees gepakt te worden.''

De gemeenteambtenaar is gewaarschuwd. Steeds vaker lopen Nederlandse gemeenten het risico dat ze niet in de pas lopen met Europese richtlijnen en daarvoor aansprakelijk worden gesteld, ook al doet deze gemeente niets wat volgens provinciale of nationale regels niet mag. ,,Europese regels komen rechtstreeks op het lokale bordje.''

Gemeenten worden niet afgeschermd door de nationale overheid van de EU-lidstaten, zo stipuleerde Hessel gisteren op een congres in Utrecht. Vaak zijn het de basisvoorwaarden van de EU, de vier vrijheden die een vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal garanderen, die ,,sluipenderwijs'' roet in gemeentelijke plannen kunnen gooien. Hessel gaf twee voorbeelden: bij werkzaamheden aan een riool bepalen welk product moet worden gebruikt, kan in strijd zijn met het vrij verkeer van goederen. En of je aan een buitenlands bedrijf hier de eis mag stellen dat het een bepaald percentage moeilijk plaatsbare werklozen uit de regio in dienst te nemen, dat is ook twijfelachtig, want wellicht discriminerend.

De meeste commotie hebben de afgelopen maanden de Europese natuurrichtlijnen veroorzaakt. Zodra ergens een korenwolf, een kamsalamander of een zeldzame vlinder wordt gesignaleerd, dreigt de bouw van een bedrijventerrein of een woninglocatie niet door te gaan of te worden vertraagd, als daarmee in de plannen niet uitdrukkelijk rekening is gehouden. Burgers of actiegroepen kunnen met een beroep op de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn een gemeentelijk plan frustreren, zoals onlangs gebeurde in Roermond, Heerlen en Vught.

En nu komt daar nog bij de Europese kaderrichtlijn water bij, die dezer dagen van kracht wordt. In zeer algemene bewoordingen stelt de Europese Commissie in de richtlijn voorschriften op waaraan vooral de kwaliteit van water in de lidstaten moet voldoen. Volgens vele Nederlandse juristen en planologen is het een uiterst vaag ,,onding'', een product ,,zó onduidelijk dat je je afvraagt hoe Brusselse ambtenaren het uit hun pen hebben gekregen'', maar het is wel de basis voor nieuw beleid.

Een projectteam van Rijkswaterstaat is inmiddels bezig met de implementatie van de richtlijn in Nederlandse wetten en plannen. Er moeten plannen worden gemaakt voor de stroomgebieden in Nederland van de Rijn, de Maas, de Eems en de Schelde. Als uitwerking van deze stroomgebiedbeheersplannen moeten er maatregelprogramma's worden opgesteld om de kwaliteit van het water te garanderen. Een van de grootste problemen daarbij is dat de kwaliteit van het oppervlaktewater volgens de richtlijn moet worden getoetst aan de ,,ongestoorde staat'' waarin dit water ooit heeft verkeerd. Projectleider A. van der Beesen: ,,Dat is een enorm probleem. Wat doe je met exotische vissen in onze wateren? Mogen die daar niet in zitten? Dat lijkt ons in strijd met één van de vier Europese vrijheden.''

Gemeenten verkeren vooralsnog in het ongewisse over de effecten van de waterrichtlijn. Wanneer is het leggen van een bestemming in strijd met de waterrichtlijn? Is dat wanneer je een bollenbedrijf toestaat, met als gevolg de mogelijke vervuiling van het grondwater? En wie toetst dat dan? Of hoef je als gemeente helemaal niet te letten op die richtlijn, omdat voorschiften ook voorkomen in de Nederlandse Wet milieubeheer?

De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn geven blijk van een ,,erg ouderwetse manier van besturen'', zo meent de Utrechtse hoogleraar planologie prof.dr. A. Kreukels. Beschermde natuurgebieden moeten niet volgens technocratische richtlijnen beheerd worden, vindt hij, maar ze moeten onderwerp zijn van politieke onderhandelingen. Ook moet het ruilen van natuurquota mogelijk zijn. Kreukels: ,,Bij de inrichting van gebieden kan het niet zo zijn dat alle over elkaar heen buitelende belangen zich moeten voegen naar één specifiek belang, hoe belangrijk ook, zoals van het aantal vogels dat er moet zitten.''

Hoogleraar Hessel: ,,Er woedt op dit moment een discussie over de vraag in hoeverre de nationale overheid weer greep moet krijgen op het lokale bestuur als het gaat om de implementatie van Europese regels. De vraag is of dat moet. Ik zeg: zorg dat je als regionale overheid genoeg bijgeschoold wordt.''