Geen eigen artsen in verzorgingshuizen

De Tweede Kamer wil niet dat verzorgingshuizen huisartsen krijgen die de medische zorg coördineren en toezien op zorgvuldige verstrekking van medicijnen. Ook komt er geen apart budget voor de medicijnen die daar worden gebruikt.

De Kamer torpedeerde gisteren vrijwel unaniem het plan van staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) om de huisartsenzorg in een verzorgingshuis in handen te leggen van een lokale huisartsengroep. Een bewoner die niet door een van deze artsen behandeld wil worden zou zijn eigen huisarts wel mogen aanhouden. Vrijwel alle fracties in de Kamer hadden het gevoel dat door de maatregel de vrije huisartsenkeuze aan banden werd gelegd. Het plan kreeg eerder wel al de steun van de organisaties van bewoners van verzorgingshuizen, van huisartsen en van verzorgingshuizen zelf.

Vliegenthart kwam eerder dit jaar met het voorstel omdat in verzorgingshuizen soms tientallen huisartsen hun patiënten bezoeken, die al maar meer medicijnen voorschrijven. Toezicht op het gebruik ervan is daardoor vrijwel niet mogelijk. Door de verantwoordelijkheid voor de medische zorg en het medicijnbeleid in handen van een beperkt aantal gecontracteerde huisartsen te leggen wordt het gemakkelijker om er voor te zorgen dat de bewoners op tijd en in de goede hoeveelheid de juiste medicijn slikken.

De Kamer vond net als de staatssecretaris dat een betere organisatie van de hulpverlening nodig is. De fracties wezen niettemin het voorstel van Vliegenthart af.