Elites

Onlangs mocht ik aan een gezelschap van hoge ambtenaren iets vertellen over Frankrijk. Een van de onderwerpen van gesprek was Frankrijks politieke en sociale elite. In Frankrijk, zo vertelde ik deze hoge ambtenaren, bestaat die elite uit hoge ambtenaren. Deze mededeling werd met instemming, maar ook met een zekere scepsis begroet. Het laatste is even begrijpelijk als het eerste, want er zijn weinig landen waar de overheidsdienaren de top van de sociale piramide vormen. In Nederland wordt weliswaar iedere ambtenaar boven de rang van commies tegenwoordig in de pers aangeduid als `topambtenaar', maar dat betekent nog niet dat de ambtenaren daarom ook echt als de top van de maatschappelijke piramide worden beschouwd. Het dienen van de overheid is een respectabel beroep, dat gelukkig nog altijd een aanzienlijk aantal begaafde jonge mensen aantrekt, maar je kunt niet zeggen dat het een carrière is die ieder ambitieus jongenshart sneller doet kloppen. Het grote bedrijfsleven, de banken en de vrije beroepen genieten tenminste evenveel, zo niet meer aanzien.

Zo heeft ieder land zijn eigen elite en in toenemende mate is dat een open elite, die meer gebaseerd is op talent dan op afkomst.In Amerika, dat land van landverhuizers, kolonisten en emigranten, is dat altijd zo geweest. Amerika is zowel een democratie als een plutocratie. Geld is er beslissend en niet afkomst. Iedereen kan geld verdienen en iedereen die voldoende geld heeft, is welkom bij de elite. Ook in de Verenigde Staten bestaat overigens wel zoiets als een aristocratie en oud geld is ook daar deftiger dan nieuw geld, maar dat is toch slechts van gering belang. Geld biedt toegang tot de elite en iedere parvenu kan het in enkele jaren tot eer en aanzien brengen. Daarvoor is wel een optreden als filantroop vereist. Vandaar dat in Amerika de goedgeefsheid der rijken, anders dan bij ons, nauwelijks grenzen kent.

Ook in Europa hebben vooral in de laatste twee eeuwen de traditionele standsverschillen veel aan betekenis verloren en zijn talent, geld en verdiensten de voornaamste criteria voor toegang tot de maatschappelijke elite geworden. In Engeland en België worden nog steeds mensen van betekenis in de adelstand verheven. Niet alleen financieel succes maar ook sportieve prestaties (Sir Stanley Matthews, Baron Eddy Merckx) worden op deze wijze beloond.

In het algemeen gesproken is de elite dus opener geworden en, afgezien van incidentele sportieve successen, is scholing hierbij de belangrijkste factor. Iedereen weet hoe belangrijk de rol van de Engelse public schools is. De Amerikaanse prep schools zijn bij ons minder bekend maar hun betekenis is nauwelijks minder groot want, net als de Engelse public schools, leveren zij een belangrijk contingent van de groep die wordt toegelaten tot de elite-universiteiten, waar de basis wordt gelegd voor vele succesvolle carrières.

In Frankrijk ligt dit anders, want daar zijn het niet de privéscholen maar juist de staatsscholen die toegang verlenen tot de intellectuele en maatschappelijke elite. Deze zogenoemde grandes écoles zijn op hun beurt nauw verbonden met bepaalde overheidsdiensten en ontlenen daaraan hun betekenis. De hoge ambtenaar, le grand commis d'Etat, staat er in hoog aanzien. De benoeming tot Inspecteur des Finances is de zekerste weg naar een grote carrière bij de overheid, maar ook in de politiek en het bedrijfsleven. Dat komt natuurlijk voor een belangrijk deel door de grote rol van de staat in dit land. Frankrijk is al sinds de tijd van de monarchie een centralistisch land. Het is ook al sinds de zeventiende eeuw een colbertistisch land, dat wil zeggen een land waar de overheid geacht wordt de economie te leiden en te dirigeren. Links en rechts, De Gaulle en Mitterrand, hebben bedrijven genationaliseerd en leiding willen geven aan landbouw en industrie, technologie, handel en bankwezen, kortom aan de economie.

Gezien de macht van de overheid en van haar topfunctionarissen, zoals de prefecten en de Inspecteurs des Finances, is het niet verwonderlijk dat velen een gretig oog op deze functies laten vallen. De secundaire arbeidsvoorwaarden zijn trouwens ook niet onaantrekkelijk. De prefect van de Gironde bewoont in Bordeaux een ambtswoning die nauwelijks voor Paleis Noordeinde onderdoet en heeft zestig mensen in dienst om voor hem, zijn gezin en zijn huis te zorgen.

Om tot deze elite door te dringen is een bepaalde opleiding vereist. De belangrijkste toegangsweg hiertoe loopt via de kort na de oorlog opgerichte Ecole Nationale d'Administration (ENA), die bedoeld is om hogere ambtenaren op te leiden. Van alle grandes écoles vormt de ENA de top. De oud-leerlingen van de ENA – `ces énarques qui nous gouvernent' – zijn het symbool van de macht, maar ook van de arrogantie van de Franse ambtelijke elite. Er zijn overigens ook nog andere topscholen, zoals de Ecole des Mines, op de boulevard St. Michel in Parijs, een enigszins verrassende locatie omdat men daar immers niet veel mijnen aantreft. De oud-leerlingen van deze school, de zogenoemde corpsards, hebben hun lange machtsstrijd met de `énarques' uiteindelijk verloren.

Zoals alles, wordt ook de toelating tot deze scholen en het afsluitend examen geregeld via een concours, een vergelijkend examen. De beste abituriënten van de ENA hebben de eerste keus uit de ambtelijke corpora die Frankrijk kent. Dit begrip, de grands corps d'Etat is een andere Franse eigenaardigheid. Wij kennen – of kenden – alleen het Corps Diplomatique, maar in Frankrijk heeft iedere instelling een eigen corps: de Ponts et Chaussées, het Corps Préfectoral, de Inspection des Finances, de Conseil d'Etat, de Cour des Comptes et cetera.

Uit het feit dat de beste leerlingen kiezen voor de Inspection des Finances, kan worden afgeleid dat dit corps het hoogst in aanzien staat. Hierbij speelt ook een rol dat deze dienst bij uitstek mogelijkheden voor pantouflage biedt. Het feit dat men behoort tot de Inspection des Finances of tot een ander corps, betekent namelijk niet dat men daar ook feitelijk in dienst is. Giscard d'Estaing was en bleef Inspecteur des Finances, ook toen hij president van Frankrijk was geworden. Als hij gewild had, had hij daar na zijn presidentschap weer aan de slag gekund. Inspecteurs des Finances vindt men dan ook op allerlei plaatsen, met name in het tot voor kort zeer omvangrijke genationaliseerde bedrijfsleven.

Dit alles is nu aan het veranderen en het is dan ook de vraag of dit typisch Franse stelsel in de toekomst zal blijven bestaan. Er zijn tekenen die wijzen op een afnemende belangstelling voor een ambtelijke carriëre. De waardering voor de ENA neemt bijvoorbeeld af. Maar de belangstelling voor de grandes écoles is en blijft groot.