Een rommeltje aan de Rijn

Ik ging naar Lobith om de Rijn te zien. Maar in Lobith wacht een verrassing. De Rijn is in geen velden of wegen te bekennen. Hij moet hier ergens liggen, er is me toch niet veertig jaar lang iets op de mouw gespeld?

Bij Lobith komt de Rijn ons land binnen. Mooi niet, pas in het een paar kilometer verderop gelegen dorpje Spijk treffen we de Rijn. Een grenspaal ontbreekt. De betonnen ring die de grens markeert en ongetwijfeld de verbondenheid tussen beiden landen symboliseert, doet een kunstenaarshand vermoeden.

Op een informatiebord zien we dat de Rijn al eeuwen niet meer bij Lobith het land binnenkomt. De oude rivierarm is verzand en om aan een fluviaal infarct te ontsnappen is een kanaal gegraven. Dat voert van Spijk naar Tolkamer. Daar werd al in de zestiende eeuw tol geheven, eerst voor de doortocht over de Waal, later ook voor over de Rijn.

In het oude douanekantoor is nu hotel De Tolkamer gevestigd. Barse douaniers ontbreken, het onthaal is vriendelijk en persoonlijk. Voor 175 gulden, exclusief ontbijt, mogen we een van de grotere kamers betrekken. De inrichting is verzorgd, comfortabel maar niet luxueus. Behalve het tweepersoonsbad, dat de driekwart open badkamer voor de helft vult. De combinatie van eigentijds en klassiek, de warme tinten, het halvemaanvormige muurtafeltje van oma en een Chinees kamerscherm scheppen een prettige ambiance. De kamer heeft iets feestelijks door het kleurgebruik, de royale hoogte, de goudgele sprei over het bed en de vele ramen die een doorkijkje bieden op de rivier.

's Ochtends bij het ontbijt – bovengemiddeld lekker voor ƒ19,50 per persoon met kwarkbolletjes en krentenwegge – op de eerste verdieping van het grand café genieten we over de volle breedte van het Euregionaal binnenvaarttafereel. Aan de andere zijde van de dijk liggen bij de kade wat schepen aangemeerd. Links zien we enige drijvende nering, een pompstation, een supermarkt en een Chinees restaurant, rechts een scheepswerf waar riviercruiseschepen in aanbouw zijn. Aan de overzijde strekken zich, pastoraal en vredig, de Duitse uiterwaarden van Schenkenschanz uit, met hier en daar een torenspitsje. Op de rivier zelf is het verbazingwekkend druk voor de vroege zondagmorgen, maar de schepen trekken Tolkamer voorbij. De Europese eenwording heeft een belangrijke economische functie aan het dorp onttrokken. Nu moet Tolkamer het van de liefhebbers van natuur en watersport hebben. Dat verklaart waarom de ordelijke kade meer noodt tot flaneren en picknicken, dan tot zwaar havenwerk.

We zien bij het ontbijt alleen maar oude bekenden. Alle hotelgasten zaten ze nog geen twaalf uur geleden in restaurant Villa Copera, dat een strategische alliantie heeft gesloten met hotel De Tolkamer. Villa Copera ligt vijf minuten lopen stroomopwaarts. Het restaurant is gevestigd in een oude villa pal naast een steenfabriek, net achter de dijk. Het is volop herfst, maar toch heeft de grote tuin met veel beelden, veranda en terras nog iets aantrekkelijks.

,,Hebt u gisteren ook zo heerlijk gegeten in Villa Copera?'' vraagt een van de andere hotelgasten. Tja, de ontvangst was buitengewoon hartelijk, de bediening prettig, de sfeer geanimeerd en de ambiance warm en toch niet oubollig. Toch brengt de vraag me enigszins in verlegenheid. Je wilt de napret van anderen niet bederven.

Ook de avond daarvoor hoorde ik om me heen niets dan positiefs over de prestaties van de keuken, maar zelf signaleerde ik te veel onvolkomenheden om enthousiast te zijn. Ben ik zo'n pietlut of proefde niemand anders dat de carpaccio van springbok elke smaak ontbeerde, dat de tomatenbouillon met gerookte paling en zalm onaangenaam werd overheerst door de paling, dat de pasta het stadium van al dente ruim voorbij was en dat de snoekbaarsfilet, de grote gefrituurde scampi's en de romige mosterdsaus een ongelukkige driehoeksverhouding hadden?

Andere zaken stemden wel tot tevredenheid. Zo smaakte de snoekbaarsfilet zelf perfect en was de hertenbiefstuk niet alleen royaal van grootte maar ook vakkundig gebakken. Er zat een spectaculaire chip van knolselderij en een smakelijke saus bij. En het brood, met tomatenboter, was gewoon goed. De komst van maar liefst vier bakjes groenten bracht vreugde aan tafel: rode kool, aardappelgratin met mosterdkaas, appelpartjes in een kaneelsaus en prei met tomaat onder een kapje van bladerdeeg.

Het wijnarrangement bij ons carte blanche aan de chef vijfgangenmenu zorgde voor een adequate begeleiding van de gerechten. Al viel de Merlot Cabernet Sauvignon Goede Hoop van het Zuid-Afrikaanse Bestbier ons nogal tegen. Bramensap met alcohol, is de treffende typering van de telg uit een wijnhandelaarsgeslacht aan de overzijde van de tafel.

Villa Copera heeft de ambitie een restaurant op niveau te zijn, ook gezien de prijzen; de maaltijd voor twee personen vergde ruim 285 gulden. Er is nog wat gastronomische dijkverhoging nodig om dat te bereiken: minder ingrediënten, maar wel van betere kwaliteit, minder smaken op het bord, maar wel evenwichtiger gecombineerd, minder voor het oog werken, maar meer voor de tong. En beter één goede bonbon dan drie matige.

    • Joep Habets