De Führer van Bouillon

Tijdens de IJzerbedevaart in Diksmuide klonk afgelopen augustus voor het eerst een officieel excuus van de Vlaamse beweging voor de collaboratie van Vlaams nationalisten met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. De IJzerbedevaarders, onder wie veel progressieve Vlamingen, hoopten dat het excuus tot een politiek debat zou leiden over wat in België de naoorlogse `repressie' wordt genoemd: de talrijke Vlamingen die na 1945 werden bestraft, vernederd, of van hun pensioen- en politieke rechten beroofd zonder echt te hebben gecollaboreerd. In veel Vlaamse families heerst nog steeds frustratie.

Maar ook het Belgische oorlogsverleden kan niet los worden gemaakt van Vlaams-Waalse tegenstellingen. Waalse parlementariërs hielden al eens pogingen tegen om pensioenrechten van ten onrechte gestrafte Vlamingen te herstellen. Veel Walen beschouwen de collaboratie tussen 1940 en 1945 als iets Vlaams, waarvan de Vlamingen de gevolgen dan ook maar moeten dragen. Historici hebben het misverstand over het exclusieve karakter van de Vlaamse collaboratie al vaker gepoogd te ontzenuwen. De Waalse collaboratie had een meer militair karakter.

Wie daarvan nog niet overtuigd is, moet vanavond zeker naar het eerste deel van het drieluik Uit Onze Zwarte Vijvers kijken. Daarin wordt nog eens het doopceel gelicht van de in 1994 als Spaans staatsburger overleden Léon Degrelle, ook wel bekend als `De Führer van Bouillon'. De Waalse, katholieke fascist komt zelf ook aan het woord in interviews uit het archief. De geschiedenis van zijn Rex-partij, waarmee Degrelle in 1936 21 parlementszetels haalde en zijn ontmoetingen met Mussolini en Hitler komen allemaal aan bod. Eenmaal op het podium – beelden van een toespraak in het Brusselse sportpaleis in de oorlogsjaren – heeft Degrelle inderdaad bijna de allure van een Franstalige Hitler. Ook in de naoorlogse interviews in Spanje – waar dictator Franco hem de hand boven het hoofd hield – schreeuwt Degrelle de camera in. Hij maakt zichzelf zo bijna tot een stereotiep.

Toch sprak Degrelle de Walen blijkbaar aan. Met het `Waals legioen' trok hij naar het Oostfront, uitgewuifd door het thuisfront. In Charleroi hield hij een parade en spelde zijn strijdmakkers militaire onderscheidingen op. Om zijn eigen politieke kansen te vergroten, liet hij zijn legion bij de Waffen-SS inlijven. Hij stemt ermee in Wallonië in het Duitse rijk te laten opgaan. Hij verklaart Walen zelfs als behorend tot het `Germaanse ras'. Van zijn idee van `La Grande Belgique' – aanvankelijk werkte hij nog samen met rechtse Vlaams-nationalisten – is dan niets meer over.

Het meest intrigerend is eigenlijk hoe Degrelle zoveel Walen op de been kreeg, van ontevreden middenstanders tot arbeiders uit de Borinage. En ook waarom de Belgische regering Spanje nooit om uitlevering van de in België ter dood veroordeelde Degrelle heeft gevraagd. De documentairemaker Freddy Coppens komt niet veel verder dan te suggereren dat toenmalig premier Paul-Henri Spaak er om politieke redenen geen behoefte aan had. Antwoord op deze vragen zou het beeld van de Waalse collaboratie kunnen verhelderen en mogelijk ook een eerlijker debat in België bevorderen. De documentaire blijft niettemin de moeite waard. Jammer alleen dat Walen nauwelijks Vlaamse tv kijken. Het omgekeerde geldt trouwens ook.

Histories, Canvas, 20.55-21.45u.