Bordkartonnen doolhof in knallende kleuren

Vandaag gaat de nieuwe bioscoop Pathé de Munt in Amsterdam open. De bioscoop heeft 13 zalen met in totaal 2415 stoelen.

Net als andere binnensteden over de hele wereld ontwikkelt Amsterdam zich in snel tempo tot een heuse `Fantasy City'. De zeventiende-eeuwse grachtengordel wordt steeds meer gereduceerd tot een decor van een pretpark voor cultuur, funshoppen, eten, drinken en vermaak, dat nauwelijks te verwerken stromen dagjesmensen en toeristen aantrekt. Pathé de Munt, de nieuwe bioscoop aan de Vijzelstraat vlakbij de Munttoren, is een belangrijke stap in de vervolmaking van het Amsterdamse pretpark. Met zijn 13 zalen en 2415 stoelen biedt deze `multiplex' bezoekers de gelegenheid om op bijna ieder moment van de dag een film te zien: vanaf 12 uur 's middags beginnen er binnen elk half uur drie pauzeloze voorstellingen.

Tien jaar heeft de voorbereiding van de eerste multiplexbioscoop in het centrum van Amsterdam geduurd. Een van de redenen voor de lange bouwtijd was het vreemd gevormde bouwterrein, dat grotendeels wordt omsloten door smalle, typisch Amsterdamse huizen. Maar ook de Nederlandse bouw- en welstandsprocedures zorgden ervoor dat de bouw buitensporig lang uitviel. Te lang, zo liet directeur Lauge Nielsen bij de opening weten. In het buitenland kunnen multiplexen veel sneller worden gebouwd, zei hij geërgerd.

De bouw van Pathé de Munt was zó complex, dat er uiteindelijk drie of zelfs vier architecten voor nodig zijn geweest. Eerst ging Georges van Delft aan het werk, die al eerder bioscopen voor Pathé in Groningen en Den Haag had ontworpen. Later moest hij samenwerken met Planarchitecten en de Fransman Christian de Portzamparc, de ontwerper van onder meer het indrukwekkende Cité de la Musique in Parijs. Alsof dit nog niet genoeg was, tekende de vrouw van Christian de Portzamparc, Elizabeth, voor het interieur.

De Pathé de Munt heeft zichtbaar geleden onder de moeizame totstandkoming. Vooral het exterieur is teleurstellend. De lange gevel in de Reguliersbreestraat is een gemiste kans. Hier stond jarenlang een armoedig verbouwd, bijna geheel gesloten bouwwerk waarin een Hema was gevestigd. Maar in plaats van een mislukt gebouw voorgoed uit het stedelijk geheugen te wissen, dwong welstand de architecten en opdrachtgever Pathé tot herbouw van de gevel van het oorspronkelijke gebouw, de Galerie Moderne uit de jaren vijftig naar een ontwerp van D. Brouwer. Het resultaat is een grove echo van de oorspronkelijke gevel, die weliswaar minder armoedig is dan die van de Hema-vestiging, maar nog steeds in schaal, kleur en materiaal detoneert in de Reguliersbreestraat.

Hetzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor de gevel aan de Vijzelstraat. Ook hier was welstand niet tevreden over het oorspronkelijk ontwerp van Van Delft. Uiteindelijk was het Christian de Portzamparc die een ingang ontwierp die werd goedgekeurd. Maar dit wil niet zeggen dat de gevel ook geslaagd is. Weliswaar is de entree, net als een groot deel van de omgeving, van baksteen, maar ook zo massief, lomp en gesloten, dat deze dit armetierige stuk van de Vijzelstraat nauwelijks verbetert. Onbegrijpelijk zijn de spelonken waardoor de bezoekers naar binnen moeten.

De schuine vlakken van de toegang wisselen iedere 25 seconden van kleur, van paars tot groen en van rood tot geel. Dit geeft de Pathé de Munt een zweem van Las Vegas. Deze mild Las Vegiaanse sfeer wordt binnen voortgezet. Anders dan eerdere multiplexen van Pathé, zoals die van Frits van Dongen in Amsterdam Zuid-Oost, is de Pathé de Munt geen koele, zakelijke filmmachine. Het eerste, door schuine, rechte lijnen beheerste deel van de foyer, gaat over in een joyeuze ronde zaal in ongebruikelijke kleuren als oranje en geel. De kolommen zijn er bekleed tot absurd dikke, gewelfde zuilen. Ook de metallic kassa heeft een zwierige vorm gekregen en de stoelen hebben een zwoele lipvorm als ruggesteun. Waarschijnlijk kennen de Portzamparcs niet het werk van Sybold van Ravensteyn, maar het zwierige interieur van de nieuwe Amsterdamse multiplex doet denken aan diens neo-barokke Kunstmin in Dordrecht uit 1938. Alleen gebruikte Van Ravensteyn in dit prachtige interieur natuursteen en andere mooie materialen, en heeft de Pathé de Munt een bordkartonnen karakter.

De opzet van de nieuwe Amsterdamse multiplex is eenvoudig: twee grote zalen met ieder 384 stoelen zijn boven elkaar gebouwd en de overige 11 kleinere zalen liggen er in een U-vorm omheen. De inrichting van de comfortabele zalen is identiek: donkerblauwe wanden, tribunes met rode fauteuils en eendere langwerpige verlichtingselementen. Maar ondanks de eenvoudige opzet hebben de architecten van de Pathé de Munt een labyrint van (rol)trappen, vides en doorkijkjes gemaakt. Zo hoeft de bioscoopganger zich ook buiten de zalen niet te vervelen en krijgt hij bijvoorbeeld op de bovenste etage een verrassend zicht op de geveltoppen van de Reguliersbreestraat. Het is alleen wel de vraag of de summiere wegbewijzering hem in dit doolhof goed de weg wijst.