Armoede is niet mooi te maken

Van de Puerto-Ricanen in New York lukt het slechts sommige homo's en vrouwen om aan de armoede te ontsnappen.

MOOI IS NUYORICAN DREAM NIET, wel aangrijpend, want het gaat over lelijke armoede in New York die in Nederland nog niet zoveel voorkomt. Dat ligt niet direct aan de hoogte van de uitkeringen of het peil van de voorzieningen, die in New York ruim aan het EU-gemiddelde voldoen, maar aan sociale verlatenheid. Generaties bijstandsmoeders, verslaafdheid aan drugs of alcohol om aan de dagelijkse ellende te ontsnappen. In Nederland helpt de islam veel arme immigranten om hun behoeftebevrediging uit te stellen. Daar kreeg ik aan het einde van de documentaire wel meer waardering voor.

Regisseur Laura Collyer schildert een scherp portret van coproducent Robert Torres en zijn uit Puerto-Rico afkomstige familie – moeder, drie zussen en hun kinderen, en een jonger broertje – in een tweekamerappartement. De camera is aanwezig als Robert thuis op bezoek gaat en wil zoveel mogelijk registreren. Dat betekent dat de belichting en de instelling vaak niet volmaakt zijn, beetje Big Brother-kwaliteit. Vaak is het beeld donker en grofkorrelig en de dialogen slecht verstaanbaar. Je kunt nu eenmaal niet urenlang een batterij hete lampen en knuppelmicrofoons opstellen in een benauwd appartementje.

Robert is de enige die echt aan de armoedecyclus is ontsnapt. Hij haalde zelfs zijn kandidaats bij een college en hij heeft in tegenstelling tot zijn familieleden het geaffecteerde accent van de New-Yorkse homoscene, die jonge, aantrekkelijke mannen uit arme minderheidskringen kansen biedt tot sociale stijging. Op college fantaseerde hij een eigen verleden bij elkaar, omdat hij zich voor zijn afkomst schaamde. Hij vertelde zijn medestudenten dat zijn moeder journaliste was en zijn vader eigenaar van een winkelketen. Hij legt uit dat je als Puerto-Ricaan van begin af aan hoort dat de eigen cultuur inferieur is. ,,Ze hebben niets geleerd over zichzelf'', zegt Robert. Puerto-Rico maakt deel uit van de Verenigde Staten; de musical Westside Story gaat over de massale emigratie van Puerto-Ricanen naar New York. Die hebben de bijnaam Nuyoricans.

Als onderwerp is armoede uit de mode geraakt, zeker in de Verenigde Staten. Middenklassekwesties als de nieuwe echtelijke taakverdeling, echtscheiding, kinderen krijgen, hebben meer aandacht. Bij de presidentsverkiezingen was armoede geen kwestie. Alleen bij Jerry Springer zien we Amerikanen uit verarmde disfunctionele gezinnen als publieke dwazen.

De gezinssituatie uit Nuyorican dream is klassiek voor de Amerikaanse armoede. De moeder verhuisde in de jaren zestig uit Puerto-Rico naar New York. Haar man, Roberts stiefvader, raakte zwaar aan de alcohol. Na jaren van felle ruzies en mishandeling ging hij het huis uit. Zij moest overleven van een bijstandsuitkering. Twee dochters gingen aan de crack, raakten piepjong zwanger, en konden de kinderen niet aan. Oma Mami voedt haar kleinkinderen op met bijstandsgeld en wat de verkoop van Puerto-Ricaanse vleespastei en tweedehands spullen opbrengt. Een kleinzoontje heeft extra zorg en beademingsapparatuur nodig, omdat door de crackverslaving van zijn moeder een long niet goed is ontwikkeld.

Roberts jongste broer Danny heeft bijna de helft van zijn bestaan in de gevangenis doorgebracht wegens drugsdelicten. Aan het begin van de documentaire is hij net vrij gekomen. Tegenover Robert belooft hij beterschap. Toch is deze 23-jarige alleen goed in illegale zaken, bekent hij. Voor gewoon werk weet hij te weinig, want in de gevangenis, waar hij sinds zijn veertiende was opgesloten, heeft hij niets geleerd.

Tegen het einde van de documentaire krijgt hij ruzie met zijn crack-verslaafde zus Betty die het gezinsgeld heeft uitgegeven aan kerstcadeaus. Hij wil wat pittigers kopen en gaat woedend de deur uit – om nooit meer terug te komen, want hij wordt bij een delict betrapt en belandt in de maximum security-gevangenis waar hij tot zijn dertigste zal blijven.

Het is een verhaal dat vooral onder Latino's en zwarten veel voorkomt. Geen opleiding, geen zelfvertrouwen, geen perspectieven, lange gevangenisstraffen. Dan worden ze misschien wel beroepsdakloze, want zo gaat het vaak met ex-bajesklanten. Na te zijn bezweken voor de drugskarikatuur van de genotseconomie spoelen ze aan als wrakhout van de globalisering.