Vreemdelingenwet door senaat

Een grote meerderheid in de Eerste Kamer, bestaande uit de fracties PvdA, VVD, D66 en de kleine christelijke partijen, steunt het voorstel voor een nieuwe Vreemdelingenwet van staatssecretaris Cohen (Justitie). Dat bleek gisteren tijdens het debat over het wetsontwerp.

GroenLinks en SP zijn in elk geval tegen, terwijl de bewindsman een hevig beroep deed op het CDA om in te stemmen met het ontwerp, omdat de nieuwe wet de voorkeur geniet boven het `doormodderen' met de bestaande wet. Het CDA twijfelt echter nog, net als senator Terlouw (D66) die zich zorgen maakt over de afwijzingsgronden in de nieuwe wet.

Nederland moet door de nieuwe wet een minder aantrekkelijke bestemming worden voor vreemdelingen. Bovendien kunnen zij door bijvoorbeeld het wegvallen van de bezwaarfase gemakkelijker worden teruggestuurd. Volgens de letter van de wet kunnen mensen zonder meer naar hun land van herkomst worden teruggestuurd als dat land het vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties van 1951 heeft ondertekend. Met name de leden Kohnstamm en Terlouw van D66 en Van Thijn van de PvdA hadden daarbij hun bedenkingen, omdat in sommige verdragsstaten evident mensenrechten worden geschonden.

De staatssecretaris gaf gisteren echter duidelijk aan dat niet enkel wordt onderzocht of het betrokken land het verdrag al dan niet heeft ondertekend, maar vooral ook naar de feitelijke situatie wordt gekeken. Voor D66-woordvoerder Kohnstamm was die geruststelling voldoende om vóór de wet te stemmen. Dat geldt ook voor Van Thijn: ,,De feitelijke situatie wordt uitgangspunt. Dat heeft mijn ongerustheid weggenomen.''

CDA-senator Timmerman-Buck wees er gisteren op dat Nederland in relatieve zin het populairste Europese land voor vreemdelingen is, in absolute cijfers neemt het de derde plaats in. Tachtig procent van de migranten komt hierheen wegens `economische motieven'. Om die reden pleit zij voor `opvang in de regio' waardoor de vluchtelingen `dicht blijven bij wat hun eigen is' en de drijfveren om naar Nederland te komen ter plaatse kunnen worden getoetst. Ook VVD'er Rosenthal vindt dat die mogelijkheid van regionale opvang degelijk moet worden onderzocht.

Voor SP-woordvoerder Van Vugt maakt het niet uit of mensen door politieke conflicten of armoede naar Nederland komen. Het begrip `economisch motief' als uitsluitingsgrond wijst hij dan ook van de hand. ,,De verhouding tussen de 20 procent rijkste landen van de wereld en de 20 procent armste was in 1960 een factor 30 en is inmiddels verder scheefgegroeid tot een factor 74. De gemiddelde inwoner van de eerste categorie landen is dus 74 maal rijker dan de gemiddelde inwoner van de laagste categorie.'' Conflicten en oorlogen hebben volgens hem alles met economische hulpbronnen te maken. Van Vugt weest erop dat het een taak van de Eerste Kamer is om de oorzaak van de migratie te analyseren en daar politieke conclusies uit te trekken in plaats van het artikelsgewijs overdoen wat al in de Tweede Kamer is gebeurd.

Kohnstamm deelt die mening: ,,Of je nu door een moorddadig regime dan wel door honger en totaal gebrek aan perspectief getroffen wordt, dat legitimeert in de ogen van betrokkenen zelden het grote verschil in uitkomst van de asielprocedure.''