Voortslepende autopech

Ik durf te beweren dat ik voor sommige dingen een goede neus heb, maar dat geldt zeker niet voor auto's en aandelen. Mijn worsteling met aandelen zal ik u besparen, maar wie mijn bewegingen op die markt zou volgen kan er rijk mee worden, vooral door onmiddellijk te verkopen wat ik aankoop en andersom. Winsten van zestig procent zouden geen uitzondering zijn.

Met auto's heb ik al heel lang een moeizame relatie. Als kind ben ik eens bijna uit de auto van mijn vader gevallen. De deur zat niet goed dicht, en toen ik er tegenaan leunde – we reden met volle vaart op de snelweg – kukelde ik half naar buiten. Ik greep naar het handvat, wist m'n evenwicht te herstellen en trok de deur met een klap dicht. Mijn vader moest de auto langs de kant van de weg zetten om bij te komen van de schrik.

Sindsdien is het nooit meer goed gekomen tussen de auto en mij. Toen mijn ouders mij op mijn achttiende aanboden om rijlessen te nemen zei ik: nee hoor, ik ga wel met de trein. In feite zat ik erg vaak in auto's. Ik liftte me indertijd een ongeluk, in Nederland en ver daarbuiten, totdat ik hevig verliefd werd op een vrouw met een oude Renault 4.

Dat was tevens de eerste auto waarmee ik langs de kant van de weg kwam te staan. Er was in de familie iets ergs gebeurd, we moesten halsoverkop van Amsterdam naar Rotterdam, maar daar stonden we dan, met een auto die niet meer voor- of achteruit wilde.

Indertijd dacht ik dat het aan die auto lag, maar inmiddels, vele auto's van vele merken later, weet ik dat het aan mij moet liggen. Deep down heb ik een hekel aan auto's en ik denk dat ze dat voelen. Net als mensen (en planten) hebben ze liefde nodig, en op dat punt heb ik weinig te bieden. Daarom verdommen ze het om lang probleemloos voor me te werken.

Niet dat ik zulke hoge eisen aan een auto stel. Het belangrijkste vind ik dat-ie altijd start. Ook als de rayonhoofden bij elkaar komen. Ik hecht niet aan kleur, geef nauwelijks iets om accessoires en vind het niet belangrijk of ze nu uit Zweden, Duitsland, Frankrijk, Korea of Japan komen. Als ze maar doen waarvoor ze op aarde zijn, namelijk rijden. Ik heb me erbij neergelegd dat je ze daarvoor geregeld aan de zorgen van een garage moet toevertrouwen, en dat doen we dan ook stipt, maar de afgelopen vijftien jaar heeft dit niet mogen baten. De Volvo, de Volkswagen, de Citroën en de Mazda – uiteindelijk lieten ze me allemaal in de steek.

Onlangs was het opnieuw raak. Laat ik maar meteen de hand in eigen boezem steken. Aanvankelijk was ik nog betrekkelijk enthousiast over ons Hyundai-busje. Pas drie jaar oud, diesel, grijs kenteken, slechts dertigduizend kilometer op de klok, altijd in de garage gestaan – het leek een uitstekende deal. Maar in krap twee jaar tijd raakten we een paar keer een paaltje, bij het parkeren haalde ik eens de halve zijkant open en vervolgens hadden we enkele dure reparaties die volgens de dealer voortkwamen uit `pure pech'. Langzaamaan sloeg mijn gewone, algemene auto-antipathie om in gerichte busjeshaat. Ik kon die Hyundai, met z'n luidruchtige dieselmotor, nauwelijks meer om me heen verdragen.

Ons busje moet hier zwaar onder hebben geleden, zeker toen we onlangs besloten hem in te ruilen. Dat was te veel voor zijn tere hart, dat het deze week, op de snelweg tussen Utrecht en Amsterdam, opeens begaf. Niet met een knal, maar traag sputterend kwam de auto, volgepakt met vermoeide kinderen aan het eind van een lange dag, tot stilstand. Volgens de dealer was in de motor het balansastandwiel gebroken, maar ik wist wel beter. ,,In het gunstigste geval is de schade achtduizend gulden, in het ongunstigste geval kost de reparatie u vijftienduizend gulden'', zei hij met een ernstig gezicht. ,,Total loss dus'', concludeerde ik, en ik bedacht dat we hem vlak daarvoor bijna hadden ingeruild.

Zou hij dan nu nog hebben geleefd? Is hij werkelijk bezweken aan mijn haatdragendheid? En zijn wij van die miljoenen Nederlandse autobezitters nu echt de enigen met voortdurende, nimmer aflatende, tot in lengte van jaren voortslepende autopech? Dat zijn de vragen die mij dezer dagen uit mijn slaap houden.