Violist Znaider is waarachtig talent

Bijna een eeuw bestaat het `Nationale Orkest van Zweden', het Göthenburg Symfonieorkest waarvan Wilhelm Stenhammar de eerste chefdirigent was. Sibelius heeft er nog voorgestaan, en later kwamen er grote gastdirigenten als Furtwängler, Von Karajan en Barenboim. Toch kreeg het orkest pas internationale faam met de komst van chefdirigent Neeme Järvi in 1982, die met ferme slag waakt over de hoge kwaliteit van zijn orkest, dat zich in het bijzonder toelegt op de muziek uit het Hoge Noorden.

Het orkest deed Amsterdam aan met als solist de uitzonderlijk getalenteerde violist Nikolaj Znaider (1975), in 1997 winnaar van het Koningin Elisabeth Concours in Brussel, en door Sir Yehudi Menuhin uitgeroepen tot de opvolger van de legendarische Eugène Ysaye. En inderdaad, net als ooit Ysaye kan Znaider alles op zijn viool, en ook voor hem staat muziekmaken gelijk aan de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Waarachtig talent openbaart zich niet in instrumentale perfectie of een doordachte muzikaliteit, maar in het raadselachtige vermogen met kleine `afwijkingen' van het gangbare te verrassen. Zo klonk Znaiders Sibelius vanaf de mysterieuze inzet tot aan de virtuoze slotrace noot voor noot onnavolgbaar en verbazingwekkend, geraffineerd en eigenzinnig van toon. Järvi en zijn orkest droegen de sensitieve solist op handen, hem aanvurend en opjagend in de meest opruiende passages en weer terugnemend, bijna fluisterend, op lyrische momenten.

`Wel een beetje trollenmuziek, hoor!', meende een mevrouw in de pauze. Of ze daarmee Stenhammars naar het hogere strevende ouverture Excelsior! bedoelde, of het Vioolconcert van Sibelius, was niet duidelijk. Maar dat er iets van trollen en kobolden is terug te vinden in de fascinerende orkestklank van het orkest van Göthenburg, is een feit. Het orkest speelt als het ware in aardetinten, donker en vol, massief en bedwelmend. Door de vloeiende melodieën jaagt de wind, in de harmonieën hoor je de bomen ruisen, en in de wisselende klankkleuren spelen zon en wolken een magisch spel met de partituur.

Het meest Skandinavisch klonken vier schitterend uitgevoerde delen uit de Eerste suite van Griegs Peer Gynt, met verwachtingsvol trillende ochtendtaferelen, ontroerend gezang voor de doden, onweerstaanbare walsritmiek, en woeste kreten in het onderaardse paleis van de bergkoning. Onheilspellend klonk daarna de Zesde symfonie van Sjostakowitsj, een van zijn meest introverte en pessimistische, die door Järvi en zijn Göthenburgse orkest met serene toewijding werd uitgesponnen.

Concert: Göthenburg Symfonieorkest o.l.v. Neeme Järvi, m.m.v. Nikolaj Znaider (viool). Gehoord: 13/11 Concertgebouw Amsterdam.