`Stop verlies menselijk kapitaal'

Het voormalige Oostblok kan de huidige groei alleen behouden als het de hervormingen uitbreidt en het verkwisten van menselijk kapitaal terugdringt, aldus het jaarrapport van de EBRD in Londen.

,,Puinhopen'', ,,prutswerk''of ,,misdadige zelfverrijking door ministers'' zul je ze niet gauw horen zeggen bij de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD), de multilaterale ontwikkelingsbank in Londen die ex-Oostbloklanden met geld en raad helpt bij hun overgang naar een markteconomie. De gisteren gepubliceerde jaarlijkse tussenstand, het Transition Report, spreekt liever over ,,uitdagingen'', ,,obstakels die overwonnen kunnen worden'' en, als een land het erg bont maakt, ,,een gelegenheid om aan geloofwaardigheid te winnen''.

Simpele rapportcijfers zoals de Europese Unie uitdeelde aan tien aspirantleden uit Oost-Europa – tussen `goed' voor de economie van Polen, Hongarije en Estland en `slecht' voor die van Roemenië – geeft de EBRD niet. Die zitten achter de diplomatieke eufemismes. En in de tabellen met `overgangsindicatoren': zo'n honderd metingen per land, van het aantal telefoonaansluitingen tot de investeringen door het buitenland en van het sterftecijfer onder mannen tot de onderwijsuitgaven.

,,De EU kijkt alleen in hoeverre Oost-Europese landen klaar zijn voor toetreding'', zegt Willem Buiter, hoogleraar economie in Cambridge en na een hoge post bij de Bank of England sinds kort chief economist van de EBRD. ,,Wij gebruiken verschillende maatstaven, van justititiële hervorming tot milieu-overwegingen. Onze uitslagen zijn niet identiek aan die van de EU, maar er is wel correlatie. Dat Polen en Hongarije vóór Roemenië en Bulgarije komen is voor ons geen verrassing'', zegt Buiter.

De EBRD, die de economieën van Oost-Europa en het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) sinds 1994 recenseert, had gisteren gemengd nieuws. De groei in het hele gebied is dit jaar bijna vijf procent, het hoogste cijfer sinds de val van de Muur in 1989. Dat is onder meer het gevolg van hoge olieprijzen en devaluaties in het kielzog van de Russische crisis van 1998, die de concurrentiepositie van veel landen beter heeft gemaakt. Maar de bank waarschuwde dat Oost-Europa die economische ,,adempauze'' moet gebruiken om hervorming van de markt, instituties en wetgeving over de hele linie voort te zetten om de groei in stand te kunnen houden.

De revenuen van de afgelopen groei blijven bovendien ,,ongelijkmatig verdeeld'', aldus de bank; in veel landen is werkloosheid en armoede onder grote bevolkingsgroepen toegenomen. Volgens Buiter benut Oost-Europa zijn ,,menselijk kapitaal'' te weinig. De bevolking van de regio als geheel krijgt weliswaar een pluim voor het tonen van ,,volharding en inventiviteit'' in een tijd van ,,dramatische veranderingen'', maar niet iedereen heeft de zakelijke kansen daarvan benut. ,,Veel [mensen] hebben meer dan één baan moeten nemen en werken in de schaduweconomie om de eindjes aan elkaar te knopen'' en met name in het GOS – de voormalige Sovjet-Unie minus de Baltische landen – komen hoogopgeleide mensen terecht in dead-end jobs, aldus Buiter.

Zo wordt een steeds wijdere kloof zichtbaar tussen enerzijds het GOS en anderzijds de landen van Midden- en Oost-Europa, die relatief verder zijn met hervormingen, uitzonderingen als Roemenië en Bulgarije daargelaten. Ook vraagt de EBRD om een hervorming van de sociale stelsels, die nu geld verkwisten en ,,mensen op de schroothoop doen belanden''. Effectieve sociale vangnetten helpen armoede keren én zijn essentieel voor de politieke en economische vitaliteit van een land. Volgens Simon Commander, één van de auteurs van het Transition Report 2000, besteden Rusland en de Oekraïne meer dan tien procent van hun BNP aan verborgen subsidies om de werkgelegenheid te handhaven, vooral in grote staatsbedrijven waarvan de hervorming uitblijft. Polen en Hongarije laten echter zien dat ze met drie procent van hun BNP een veel effectiever sociaal systeem financieren.

De EU kan zich volgens de EBRD niet permitteren de toetreding van de verst gevorderde economieën te lang na 2004 uit te stellen. Dat kost geloofwaardigheid en zou Oost-Europa desillusioneren. Ook moet de EU actief betrokken blijven bij de hervorming van het GOS. ,,We moeten niet het IJzeren Gordijn vervangen door een gordijn van Brusselse kant'', aldus Buiter.