Rotterdam betaalt 654 miljoen mee aan terminal

Het gemeentelijk havenbedrijf Rotterdam (GHR) steekt 654,4 miljoen gulden in een nieuwe containterterminal van P&O Nedlloyd. De Brits-Nederlandse containerrederij bouwt die terminal, in een 50-50 joint venture met containeroverslagbedrijf Europe Combined Terminals (ECT), op de Maasvlakte. In 2007 moet de nieuwe terminal operationeel zijn.

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de gemeenteraad voorgesteld een krediet van 654,4 miljoen gulden ter beschikking te stellen aan het gemeentelijk havenbedrijf (GHR). Het geld is voornamelijk bestemd voor de infrastructuur rondom de nieuwe terminal. Bijna 350 miljoen gulden wordt geïnvesteerd in de aanleg van een kademuur van 2350 meter lengte en het uitbaggeren van de Yangtzehaven. De rest van het geld is voor verharding van het terrein, de ondergrondse infrastructuur en kraanbanen.

ECT en P&O Nedlloyd steken zelf een half miljard gulden in de nieuwe terminal. Het terrein beslaat 86 hectare in het noordwesten van de Maasvlakte, later eventueel uit te breiden tot 125 hectare. De overslagcapaciteit van de terminal, die ruim 900 mensen werkgelegenheid zal bieden, bedraagt 1,7 miljoen 20-voetscontainers (teu) per jaar. Daarmee groeit de overslagcapaciteit in de Rotterdamse haven, waar zo'n 6 miljoen teu op jaarbasis wordt behandeld, aanzienlijk.

De laad- en losplaats is in eerste instantie bedoeld voor P&O Nedlloyd, maar ook andere schepen kunnen er aanmeren. P&O Nedlloyd wilde al langer een eigen terminal, om meer greep te krijgen op het laden en lossen. De rederij dreigde ,,belangrijke ladingpakketten'' te zullen overhevelen naar Antwerpen als het geen eigen terminal zou krijgen op de Maasvlakte. Ze eiste een gelijke behandeling als het Deense MaerskSealand dat op de Maasvlakte eveneens een eigen terminal krijgt. MaerskSealand is de grootste klant in Rotterdam, gevolgd door P&O Nedlloyd en zijn partners.