Rockband AC/DC zingt van vrouwen, vechten en feesten

Kijkend vanaf de achterwand vanaf de hal, waar de enige tribune van de Prins van Oranjehal staat, lijkt de zaal een tapijt van achtduizend hoofden met enkele opgestoken vuisten ertussen. Daar in de verte op het podium staat een mannetje met een gitaar. Hij heeft een korte broek aan, witte sokken, een schooljongensjasje en een stropdas. Hij trekt zijn knieën hoog op als hij van links naar rechts over het podium huppelt. Hij lijkt wel een kabouter, een soort Wiplala.

Maar dan gaat er een spot aan die hard wit licht op hem schijnt. Ineens wordt duidelijk wie daar te zien is. Want als de man zijn hoofd naar achter gooit heeft hij een halo van zweetdruppels om zich heen (blijkt op het video-scherm) en een verwrongen gezicht, badend in dat witte licht. Dit is een van de klassieke beelden uit de popgeschiedenis. Net zo herkenbaar als de opgetrokken bovenlip van Johnny Rotten of de heup van Elvis Presley. Hier staat Angus Young, de gitaarbeul uit Australië, op tournee met zijn band AC/DC.

AC/DC werd opgericht in 1973, en er is waarschijnlijk geen andere band die zijn oorspronkelijke stijl zo trouw is gebleven als deze rudimentaire rockgroep. Kaal, hard en verbeten klinken ze, al sinds het begin. Zanger Brian Johnson, de opvolger van de in 1980 overleden Bon Scott, heeft een stem die als een versleten sirene overal bovenuit loeit. Maar alles draait uiteindelijk om de simpele, repeterende kracht van Angus Youngs sproeiende gitaarloopjes die rustig een heel nummer door hetzelfde zijn. Ze hebben een blues-achtige deining, die er ook voor zorgt dat de groep nooit agressief klinkt.

Opwinding, daar draait het om. Voor een gemêleerd publiek van hardrockers, nette heren, vaders met zonen, en een enkele vrouw werd gespeeld alsof het leven simpel is. De vier muzikanten schrijven nog altijd nummers over vrouwen, drank, vechten en feesten. Zonder de toevoegingen waar veel andere rockgroepen zich na verloop van tijd schuldig aan maken: hitsige dameskoortjes, piano of synthesizer. Hier mogen gaten vallen in de instrumentatie. Iedereen weet dat er altijd weer een riff van Young zal klinken. Ook de stijl van optreden was eenvouding. Onder een groot beeld van Young met zijn gitaar in een karakteristieke pose zat de drummer het hele concert lang met een sigaret in zijn mond tijdens nummers als `Highway to Hell', `The Jack', `Safe in New York City'.

Afgezien van de reusachtige mollige opblaasvrouw die verscheen tijdens de grootste hit, `Whole Lotta Rosie', was er alleen nog een showtje van Angus Young die met veel omhaal zijn broek liet zakken om ons een onderbroek met Nederlandse vlag te tonen. Dubbelzinnigheid is de grootste troef van de groep, die zich niet voor niets vernoemde naar het slang-woord voor `biseksueel'. Hun dit jaar verschenen cd heette Stiff Upper Lip, maar in de beste AC/DC-traditie van insinuaties slaat dit niet op het lichaamsdeel vlak onder de neus.

Concert: AC/DC. Gehoord: Prins van Oranjehal, Utrecht.