Rechters VS `politiek maar niet partijdig'

Van alle rechters die in Florida de Gordiaanse knoop van de Amerikaanse presidentsverkiezing ontwarren, is de politieke achtergrond bekend. Maar dat wil nog niet zeggen dat zij partijdige uitspraken doen. Een paradox.

De openlijk politieke behandeling van alle geschillen rond het tellen van stemmen die deze week in Florida worden uitgevochten, blijft Europese ogen opvallen. Niet alleen van Katherine Harris, de hoogste ambtenaar van de staat, die allerlei omstreden beslissingen neemt en vice-voorzitter van George W. Bush' campagne was in Florida, maar ook van de rechters die op grote schaal worden ingeschakeld is de politieke achtergrond onderwerp van gesprek.

Het zou koren op de molen moeten zijn van Terri Peretti. Zij heeft een geruchtmakend boek geschreven waarin zij de politieke tekening van de rechterlijke macht niet alleen onvermijdelijk noemt, maar zelfs verantwoord en wenselijk (In Defense of a Political Court, Princeton University Press, 1999). Zij is hoogleraar aan de universiteit van Santa Clara, in Californië. Haar stelling is: het hoogste gerechtshof in de natie, het Supreme Court, kan beter de politieke stromingen vertegenwoordigen en consensus bouwen in de samenleving als de rechters politiek levende burgers zijn.

Op de vraag of zij die politiek bewuste rechter in de huidige rechtsvragen in Florida ook zo'n voordeel vindt, antwoordt Peretti behoedzaam. ,,Ik zeg niet dat rechters partijdig moeten zijn of de partijlijn moeten volgen. Honderd procent onafhankelijke rechters bestaan niet. Politieke overtuiging speelt altijd een rol, maar in deze zaken in Florida zie je dat zij hun uiterste best doen boven de partijpolitiek te staan en met redenen omklede vonnissen te wijzen.

,,Het gaat hier erom een eerlijke gang van zaken te garanderen. Ze zijn zich ervan bewust dat zij snel van partijpolitieke voorkeuren beticht worden. Daarom zag je gisteren maar liefst vijf rechters die zich verschoonden: die stonden bloot aan dergelijke kritiek. Iedereen heeft het over de politieke kleur van de rechters, en hoeveel Democraten en Republikeinen er zitten in het Hof in hoger beroep, de zeepbel is echt gebarsten.

,,Het is een paradox van de eerste orde: wij selecteren onze rechters op een overduidelijk politieke manier, zij krijgen over politieke onderwerpen te beslissen en moeten vervolgens een objectief oordeel vellen. Mijn idee van een `political court' is niet dat de rechters schaamteloos partijdig moeten zijn, maar dat zij de samenleving kennen en rekening houden met de politieke steun die er voor bepaalde oplossingen bestaat, het draagvlak in de maatschappij kortom of de natie toe is aan een standpunt. Zij moeten meer doen dan het wetboek kennen en toepassen.''

Ook Robert Kagan, vooraanstaand rechtssocioloog en hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Californië in Berkeley, is niet geschokt over de huidige mate van politieke zichtbaarheid in de rechtsstrijd in Florida. ,,Vergeleken bij andere democratieën is het Amerikaanse rechterlijk systeem zo ontworpen dat het meer politiek gevoelig dan professioneel is. Het weerspiegelt vooral lokale politieke verhoudingen. Wij recruteren onze rechters politiek. Zij hebben een juridische achtergrond, maar hun carrière omvat over het algemeen een flinke dosis politieke activiteit. Hoewel zij in de meeste gevallen gewoon trachten de regels toe te passen, hebben politieke wetenschappers aangetoond dat in een minderheid van zaken hun politieke achtergrond (en partij) er inderdaad toe doet.''

Rechters worden in Amerika soms benoemd door een gekozen politicus, soms zelf gekozen door de burgers, al of niet op grond van een partijpolitieke campagne. Die politieke herkenbaarheid van rechters is desondanks meer een onderwerp voor specialisten dan voor burgers, zegt Kagan. Hoewel advocaten er in de dagelijkse praktijk voortdurend gebruik van maken. Wie de politieke kleur van de rechter(s) kent, kan met enig succes rondkijken naar een geschikte rechtbank voor een bepaalde zaak. Judgeshopping komt veel voor, aldus de rechtssocioloog, maar wordt niet als problematisch ervaren.

,,De politieke achtergrond van rechters wordt eigenlijk alleen een probleem wanneer zaken erg politiek worden'', constateert Kagan. Dat is in Florida natuurlijk in hoge mate het geval, ,,maar in negentig procent van de zaken doet de politieke achtergrond van de rechter er niet toe. Hij of zij volgt en interpreteert de wet gewoon, totdat het om serieuze vragen gaat. Dat zijn de zaken waar het US Supreme Court zich in specialiseert. Dat neemt alleen maar controversiële zaken in behandeling.''

Bij het Supreme Court is de politieke overtuiging van de leden een brandend thema. Niet voor niets gebruikte de Democratische presidentskandidaat Gore de angst voor een terugslag op het gebied van abortus en andere mensenrechten in de laatste fase van de verkiezingscampagne als argument tegen zijn Republikeinse opponent Bush: de volgende president krijgt in zijn vier ambtsjaren misschien wel evenveel rechters in het hoogste Hof te benoemen. Die kunnen voor tientallen jaren bepalen wat recht is in de Verenigde Staten.

Kagan verwacht overigens dat een eventuele president Bush gematigde conservatieven zal benoemen, zeker gezien de minimale marge die zijn achterban in het Congres zal hebben. ,,Het brengt hem te veel heisa als hij uitgesproken conservatieven zou willen benoemen. Dat is de politieke strijd niet waard.''

De huidige explosie van rechtszaken in Florida om de knoop van de presidentskeuze door te hakken, past in het beeld dat Kagan schetst in de grote studie die hij binnen afzienbare tijd publiceert over de Amerikaanse procescultuur (Adversarial Legalism: the American way of Law, te verschijnen bij Harvard University Press). Hij trekt daarin vergelijkingen met de Nederlandse en andere Westeuropese rechtssystemen, die een zelfde soort exponentiële ontwikkeling van rechten en verwachtingen bij burgers op een compleet andere manier hebben verwerkt.

Terwijl Europese democratieën vaak andere vormen van rechtsbescherming en conflictoplossing hebben gevonden, is Amerika op grote schaal naar de rechter gestapt. Tussen 1960 en 1987 stegen de juridische uitgaven in het land van 9 naar 54 miljard dollar, een verzesvoudiging.

Kagan heeft een duidelijke verklaring voor die hang naar besluitvorming in de rechtbank. ,,Het komt door een combinatie van een politieke cultuur die eist dat men zich aan hoge idealen houdt (in dit geval eerlijke stemprocedures) met sterk gedecentraliseerde bestuurssystemen en een ingebakken wantrouwen tegen regeringsmacht en bureaucraten. Het verkiezingssysteem is in handen van staten, en binnen die staten van tamelijk amateuristische kiescommissies. Om aan die baaierd van lokale functionarissen de idealen van eerlijkheid en betrouwbaarheid op te leggen, hebben de staats- en federale wetgevers steeds gedetailleerdere regels uitgevaardigd. En omdat we deze lokale bestuurders niet vertrouwen is op al hun handelingen beroep op de rechter geopend. Ik denk dat de problemen die uit verkiezingen voortkomen in Europa door een ambtelijke commissie worden behandeld. Daar lost een politiek compromis veel op. In de Amerikaanse verhoudingen, met twee grote partijen en een winner-takes-all-systeem per district, ga je naar de rechter als je de gang van zaken niet vertrouwt.''

    • Marc Chavannes