NOC*NSF wil over twee jaar 165 miljoen van overheid

Als het aan NOC*NSF ligt, bedraagt de structurele bijdrage van de overheid aan de top- en de breedtesport over twee jaar zo'n 165 miljoen gulden. Die hoop sprak voorzitter Blankert gisteren uit, tijdens de algemene vergadering van de nationale sportkoepel op Papendal.

Geruggesteund door de succesvolste Olympische Spelen uit de Nederlandse geschiedenis denkt NOC*NSF de 25 medailles in Sydney met steun van de overheid te kunnen verzilveren. Hoewel staatssecretaris Vliegenthart (VWS) zich niet liet verleiden tot harde uitspraken, waren haar woorden volgens Blankert slechts voor één uitleg vatbaar: ,,Hier liggen concrete toezeggingen, hier kan ze niet meer onderuit.''

Blankert acht de tijd rijp om ,,de sport een structurele plaats in de maatschappij geven''. Daarbij herhaalde Blankert zijn oproep van vorige maand: ,,We gaan medailles cashen. Dit is het moment om de bal in te koppen.'' Vliegenthart noemde gisteren geen bedragen en volstond met een symbolische handreiking: een zak chocolade-euro's, die Blankert grijnzend in ontvangt nam. Het kabinet buigt zich binnenkort over het verzoek van NOC*NSF. Op 7 december staat de begrotingsbehandeling van VWS in de Tweede Kamer op het programma.

Hoopt NOC*NSF over twee jaar op een overheidsbijdrage van 165 miljoen gulden, in 2008 zou dat bedrag moeten oplopen tot 450 miljoen. In de huidige voorstellen van het kabinet wordt voor het jaar 2002 gerept over een bijdrage van `slechts' 110 miljoen. Dat is, zo benadrukte Vliegenthart, een verdubbeling ten opzichte van 1998.

Om de overheid over de streep te trekken, stelde de sportkoepel vorige maand een document op dat als werktitel Manifest Nederland Sportland meekreeg. Vijf thema's staan daarin centraal: sport in het onderwijs, sport in de verenigingen, sport in het bedrijf, topsport en het speelveld. Scholen, clubs en topsportorganisaties moeten in de nabije toekomst de fundamenten vormen van een klimaat, dat `sportland Nederland' in staat moet stellen om Sydney-klassering, de achtste plaats in het medailleklassement, te evenaren.

Bij de eerstvolgende Zomerspelen, over vier jaar in Athene, zet NOC*NSF in op minimaal hetzelfde aantal dat in Sydney werd behaald: 25 medailles. Dit kost zestig miljoen gulden, zo rekende Blankert voor. Het bedrag is opgebouwd uit bijdragen van de overheid (tien miljoen), bedrijfsleven (dertig miljoen) en de sport zelf (twintig miljoen).

Vliegenthart is vooral gecharmeerd van het voorstel om gymleraren in te zetten bij de verenigingssport. Maar ook topsportevenementen, accommodaties en clubs kunnen op steun rekenen. ,,De overheid wordt in het manifest ruimschoots en uitdagend aangesproken. Het kabinet wil die handschoen oppakken.''

Extra gelden wil NOC*NSF onder meer gebruiken voor de bouw van topsportvolwaardige accomodaties. Daarbij gaan de gedachten onder meer uit naar een nationaal zwemstadion, waar Nederland – in tegenstelling tot kleine zwemnaties als Portugal en Finland – nog altijd niet over beschikt. In de nasleep van de zwemsuccessen in Sydney hebben twee steden, Eindhoven en Amersfoort, serieuze interesse getoond voor de bouw van een modern zwemcomplex dat, overeenkomstig de wens van NOC*NSF, als gastheer zou kunnen fungeren van grote internationale evenementen.

Bang dat zijn voorstellen op een muur van verzet stuiten, zegt Blankert niet te zijn. Een rondgang langs de verschillende politieke partijen in de Tweede Kamer leerde hem onlangs dat sport geen vies woord meer is in de Haagse wandelgangen. `Sydney' heeft de omslag in het denken een definitief karakter gegeven, meent Blankert. Met dank aan de `gouden' ambassadeurs Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn en Leontien van Moorsel. ,,We hebben veel goodwill gekweekt'', wist Blankert. ,,De toon is gezet, topsport staat op de politieke agenda.''

Om zijn verzoek kracht bij te zetten verwees Blankert naar de Britse tennisbond die de komende tien jaar maar liefst vierhonderd miljoen gulden uittrekt om de noodlijdende tak van sport uit het slop te halen. Van dergelijke bedragen kan de sportkoepel vooralsnog slechts dromen, beseft Blankert. Maar: ,,We moeten blijven investeren, in Athene 2004 en de Spelen van 2008.''

Nederland beschouwt zichzelf nog niet als potentiële gastheer van de Spelen. Voorlopig zet Blankert bescheiden in: de organisatie van de Universiade, de Olympische Spelen voor studenten, in 2009 of 2011.