Nieuwe prijs voor tekenfilms

Vanavond begint in Utrecht het Holland Animation Film Festival. Het festival vraagt vooral aandacht voor de korte, niet in opdracht gemaakte tekenfilm.

In Utrecht begint vanavond de achtste editie van het Holland Animation Film Festival. Voor het eerst worden er op dit festival ook prijzen uitgereikt voor onafhankelijke tekenfilms. Het is een van de pogingen waarmee het festival hardnekkig doorgaat met het onder de aandacht brengen van niet in opdracht gemaakte korte tekenfilms, een genre waarvoor de vertoningsmogelijkheden gering zijn. Naar aanleiding van de op de persvoorstelling van het festival vertoonde selectie films lijkt dat ook terecht. Vooral de niet-verhalende films waren vaak op bekende beeldende kunst gebaseerd gefröbel. Maar er zaten ook goede films bij.

Eregast van het festival is dit jaar Paul Driessen, een Nedwerlander die veel in Canada, een mekka voor de tekenfilm, werkt. Het volledige oeuvre van Driessen (1940) wordt op het festival vertoond. Driessens nieuwste film, The Boy Who Saw the Iceberg dingt mee naar de nieuwe prijs. Het is een in splitscreen verteld verhaal, een techniek die Driessen al vaak gebruikt heeft maar in The Boy anders toepast. Links zien we de realiteit van het jongetje, rechts hoe hij daarover fantaseert. Anders dan je zou verwachten is de linkerhelft fel van kleur en de rechterhelft grauw. Met de van Driessen bekende grillige lijnen en bizarre vervormingen vertelt hij in negen minuten een kleine tragedie waarvan na een wat flauwe frappe vooral het einde sterk is. Het jongetje sterft en Driessen weet dan verrassend mooi de linker- en rechterhelft van het scherm samen te laten vallen.

Ook de Nederlandse, in Engeland wonende filmmaker Michael Dudok de Wit, wiens debuut in 1994 voor een Oscar werd genomineerd, vertoont een film in de internationale competitie. Zijn tweede film, Father and daughter, is net als The Boy gemaakt in een volstrekt eigen stijl, die niets met mode te maken heeft. Ondanks de opkomst van nieuwe technieken als computeranimatie en digitale video is het ook nog te vroeg om hem ouderwets te noemen. Schilderijen worden ook nog steeds gemaakt. Dudok de Wit tekenfilmt in waterverf en weet in acht minuten en tien seconden het leven van een vrouw te vertellen en ook nog tijd over te houden voor de manier waarop een steltloper in ondiep water staat. De film speelt zich af op een stuk dijk. De eerste keer dat we de vrouw er zien, fietst ze er met haar vader, die onder de dijk in een bootje stapt en voorgoed vertrekt. Daarna zien we haar al fietsend steeds ouder worden, eerst met vriendinnen, dan met een vriend, dan met een man en kinderen. Het einde is van een gedurfde sentimentaliteit.

Waar zal Father and Daughter na het festival nog te zien zijn? Alleen op andere animatiefestivals? Zou het helpen als de film een prijs wint? In een artikel in de catalogus van het festival zegt Ryclef Rienstra, scheidend voorzitter van het Nederlands Fonds voor de Film, dat vorig jaar 1,4 miljoen van haar 22,5 miljoen aan de animatiefilm besteedde, dat hij aan het proberen is de voorfilm weer terug in de bioscoop te krijgen. Daar zou Father and daughter goed tot zijn recht komen, al was het maar om te merken dat er op andere stoelen ook gehuild wordt.

Holland Animation Film Festival. 15 t/m 19 nov. Utrecht, `t Hoogt, Camera Studio en Voormalige Brandweerkazerne. Inl. 030-2331733, res. 030-2311818. Internet: www.awn.com/haff.