Israël moet nu Palestijnen meer bieden dan ooit

In 1987 zag Israël de Palestijnse intifada niet aankomen en deze herfst heeft het zich laten overrompelen door de veel heftiger Palestijnse onafhankelijkheidsopstand. Deze laatste strijd heeft zich ontwikkeld tot een mini-oorlog die niet is te winnen, meent Salomon Bouman.

Het Israëlische-Palestijnse conflict is sinds 28 september, na het provocerende bezoek van Likud-leider Ariël Sharon aan Al-Haram al-Sharif/Tempelberg in Oost-Jeruzalem, in een nieuwe fase gekomen. De uitkomst zal en kan niet anders zijn dan de stichting van een onafhankelijke Palestijnse staat. Wie er in Jeruzalem ook aan de macht is, de huidige drang naar Palestijnse onafhankelijkheid met grote Palestijnse territoriale winst op Israël is niet meer tegen te houden.

Hoewel na het Oslo-akkoord van 1993 Yasser Arafat vaste voet op Palestijnse bodem kon zetten en meer dan negentig procent van de Palestijnse bevolking onder Palestijns gezag is gekomen, ging de Israëlische nederzettingenpolitiek rustig door en bleef Israël in feite heersen over de in enclaves opgesloten Palestijnen. Het is daarom niet te begrijpen dat de Israëlische veiligheidsdiensten de in vernedering geboren Palestijnse woede-uitbarsting niet hebben zien aankomen.

Het vredesvoorstel dat premier Ehud Barak afgelopen zomer in Camp David op tafel legde, is al verleden tijd. Israëlische soevereiniteit over Al Haram al-Sharif/Tempelberg, waar de twee grote moskeeën De Koepel van de Rots en Al-Aqsa staan, is van de baan. Zeker nu er zoveel Palestijns bloed is gevloeid voor de verdediging van deze heilige plaats voor de islam, is het ondenkbaar dat er ooit een Palestijnse leider zal opstaan die buigt voor eeuwig Israëlisch bezit van deze ook voor de joden heilige plaats. Ook Israëls vredesvoorwaarde dat meer dan 10 procent van de Westelijke Jordaanoever onder Israëlische vlag moet komen, wordt door de kracht van de opstand uitgehold.

Met trots zeggen de Israëliërs het sterkste leger in het Midden-Oosten te hebben. De marine is volgens buitenlandse persberichten uitgerust met onderzeeërs voorzien van kernraketten. Het Israëlische luchtoverwicht, gedragen door hoogwaardige rakettechnologie, is overweldigend. Vijandelijke tankcolonnes hebben geen schijn van kans tegen granaten die niet meer missen. Toch kan dat machtige leger die uit de Palestijnse volkswil komende explosie naar vrijheid niet bedwingen.

Niemand weet dat beter dan de koelbloedige Barak. Theoretisch kan hij zijn tanks opdracht geven de Palestijnse steden te heroveren, en zijn zware artillerie Palestijnse doelen laten beschieten zoals de Jordaanse koning Hussein deed in 1970 bij het neerslaan van de `Zwarte-September-opstand'. In werkelijkheid kan Barak dat niet.

Israël kan niet de laatste koloniale mogendheid zijn die met militaire macht de vrijheidsdrang van een ander volk, de Palestijnen, onderdrukt. Israëls militaire overmacht zou de uit de holocaust geboren joodse staat tot in lengte van dagen tot criminele natie stempelen als deze morele drempel wordt overschreden. De historische wortels van het begrip voor Israël in de democratische wereld zouden gaan rotten. Israël kan dan ook integratie op basis van vreedzame coëxistentie met de Arabische wereld wel vergeten.

Het is het oude liedje: Israël kan wel oorlogen winnen, maar nooit de vrede. Ook niet tegen de Palestijnen. Niet alleen om de hierboven genoemde redenen. De welvarende Israëlische samenleving heeft niet meer het uithoudingsvermogen en de bezetenheid van de pioniersgeneratie om te vechten. De innerlijke kracht van de Israëliërs is in de eerste plaats door ideologische verdeeldheid maar om veel andere redenen gebroken. Daarom `verloor' Israël twee Libanese oorlogen – in 1984, toen voor de eerste maal werd teruggetrokken, en dit jaar nog een keer, maar nu definitief. Israël kon de last van het stijgende dodental niet dragen.

Ook nu al is het effect van de Palestijnse onafhankelijkheidsopstand op de Israëlische bevolking goed voelbaar. De Israëliërs zijn in de war, ook al omdat ze van hogerhand dag in dag uit elkaar tegensprekende informatie krijgen die weer het gevolg is van verwarring en desoriëntatie aan de top. Het aantal Israëlische doden stijgt snel nu de Palestijnen hun strijd opvoeren in reactie op Israëlische helikopteraanvallen op leiders van de opstand. In Israël wordt al gesproken over `Libanisering' van het conflict. Wie dat zegt, denkt aan terugtrekken om Israëlische levens te sparen.

Ook zijn er weer bezorgde Israëlische moeders die oproepen tot ontruiming van alle bezette gebieden, zoals tijdens de Libanese oorlog de invloed van de `Vier Moeders' op de besluitvorming in Jeruzalem om Zuid-Libanon te ontruimen evenredig toenam met het aantal gesneuvelde soldaten.

Verhalen en commentaren in de Israëlische media dat het conflict met de Palestijnen kan ontaarden in een regionale oorlog knagen ook aan de Israëlische volkswil om voor de kolonisten te sterven. In zo'n oorlogsscenario dat vorige week in een Israëlische krant verscheen – een van de drie scenari's die op de Israëlische generale staf was `nagespeeld'– zaaien raketten met chemische ladingen dood en verderf in Israëls steden, vallen Jordaanse troepen binnen, verovert een tankcolonne uit Saoedi-Arabië de Jordaanvallei en worden ook Egypte en natuurlijk Syrië in de oorlog gezogen. Het scenario wil dat de oorlog acht dagen duurt. Na het optrekken van de rook staan de Palestijnen er beter voor dan bij de onderhandelingen in Camp David.

Deze conclusie loopt vooruit op een nog vrij algemene opvatting onder leidende Israëliërs dat de Palestijnen onder de zware Israëlische economische en militaire druk zullen bezwijken. Daarbij wordt over het hoofd gezien dat een volk dat voor zijn vrijheid vecht na 33 jaar bezetting een enorm incasseringsvermogen heeft – zoals de joden dat hadden in hun onafhankelijkheidsoorlog in 1948. Deze blinde vlek op het historisch besef van de Israëliërs is verbazingwekkend.

Vrede tussen Israël en de Palestijnen is haalbaar als Israël als bezetter een vredesvoorstel op tafel legt dat de Palestijnen een leefbare Palestijnse staat in het vooruitzicht stelt met gezag over de islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem. Aan de andere kant moeten de Palestijnen ook begrip opbrengen voor de joodse heilige plaatsen in Jeruzalem en voor incorporatie van de grote stedelijke joodse nederzettingen rond Jeruzalem in de staat Israël. De balans van het Israëlisch-Palestijnse compromis zal echter, onder invloed van de Palestijnse onafhankelijkheidsopstand, aanzienlijk gunstiger voor de Palestijnen moeten uitvallen dan het vredesvoorstel dat Barak in Camp David aan Arafat voorlegde. Dat is, gezien het politieke drijfzand waarop hij aan het hoofd van een minderheidsregering staat, Baraks dilemma.

Salomon Bouman is correspondent van NRC Handelsblad in Tel Aviv.

is gebroken