In `moestuin' Georgië dreigt hongersnood

In Georgië dreigt hongersnood. Volgens de VN is die hongersnood voor zeker 700.000 Georgiërs onvermijdelijk als niet snel hulp wordt geboden. De oorzaak: droogte.

Georgië is in normale omstandigheden de wijn- en groententuin van de Kaukasus: een weelderig land van hroenten, druiven en zuidvruchten. Met uitzondering van het Kaukasische hooggebergte en de woestijn in het zuidoosten lijkt op de meeste plaatsen alles te groeien als men de moeite neemt het te planten of te zaaien.

Nu evenwel ligt als gevolg van een droogte die in maart inzette hongersnood op de loer in zes van de elf regio's waaruit Georgië bestaat, vijf in het oosten en een in het westen. Een woordvoerster van de VN-organisatie World Food Programme trok dinsdag in Genève aan de bel. 700.000 Georgiërs, zei Christiane Berthiaume, lopen acuut gevaar. Zij overleven nu op brood en thee of op wat wordt genoemd `lege soep' (een soep getrokken van één aardappel en twee tomaten). Ze zien zich gedwongen hun winterkleding en hun brandstof voor de komende winter te verkopen om zich voedsel te kunnen aanschaffen. Als er niet snel wordt ingegrepen, aldus Berthiaume, lijdt binnenkort vijftien procent van de Georgiërs honger.

Al in augustus werd in Tbilisi aan de bel getrokken. Dit jaar kan Georgië maar voor eenderde in zijn eigen graanbehoefte voorzien: van de graanoogst is 77 procent verwoest, in een land waar de landbouwsector veruit de belangrijkste was: de landbouw placht 28 procent van het bbp te leveren en 55 procent van de beroepsbevolking aan het werk te houden. Toen al wendde president Edoeard Sjevardnadze zich tot het buitenland om noodhulp – een oproep die vooral de Oekraïne zich aantrok.

De droogte treft een land waar de bevolking het onder normale omstandigheden al moeilijk had te overleven: 58,5 procent van de Georgiërs leeft formeel onder de armoedegrens. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de industrie weggevaagd: in een industriestad als Roestavi rookt al jarenlang geen fabrieksschoorsteen meer. Buitenlandse markten zijn verdwenen of moeilijker toegankelijk geworden, en geïnvesteerd is er nauwelijks, mede als gevolg van de reeks van oorlogen en burgeroorlogen die in de jaren negentig zijn uitgevochten: die tegen de aanhangers van Zviad Gamsachoerdia, die tegen de Osseten en vooral die tegen de Abchaziërs, de bewoners van het vruchtbaarste stuk Georgië die daar hun eigen republiek hebben uitgeroepen en wier land is onttrokken aan de Georgische economie. De export is ingestort. Het belangrijkste exportproduct van Georgië is tegenwoordig schroot: het maakt 12,8 procent van de export uit.

Het resultaat van die economische en politieke tegenslagen is een instorting van de economie en algehele verpaupering. Sinds 1991 zijn één miljoen Georgiërs, twintig procent van de bevolking, geëmigreerd, op zoek naar een beter leven elders. Dit jaar is het in Tbilisi tot een toename gekomen van het aantal betogingen van wanhopigen: bejaarden die al dertien maanden – sommigen zelfs al drie jaar – geen pensioen meer hebben gehad, hoe ontoereikend dat pensioen ook is, moeders die van hun kinderbijslag van twaalf gulden per maand hun kinderen niet kunnen voeden, werklozen. De Georgische overheid heeft het geld niet – ze heeft zelfs het geld niet om de staatsambtenaren te betalen en ze krimpt het leger in en gelast parades en vieringen van staatsfeesten af uit geldgebrek. De totale Georgische begroting beloopt een bedrag van een miljard gulden. Zelfs voor de lidmaatschappen van de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de Unesco en de Wereldhandelsorganisatie WTO is geen geld meer: ze kosten wel tien miljoen dollar per jaar.

De droogte heeft het lot van de burgerij nog aanzienlijk verslechterd. Veel voedsel is te duur geworden voor de meesten – tomaten en uien zijn twee keer zo duur als vorig jaar. Alleen vlees is goedkoper, want veel boeren kunnen het vee niet meer voeden en slachten het. Dat zal later zonder twijfel tot vlees- en melktekorten leiden. Omdat waterreservoirs leeg zijn, werken ook de waterkrachtcentrales niet en wordt in Tbilisi de consumenten maar zes uur per dag stroom geleverd – althans, volgens de autoriteiten. Vandaag blokkeerden kwade inwoners urenlang de centrale Tsjavtsjavadze-boulevard in Tbilisi, want volgens hen wordt zelfs die zes uur niet gehaald.

President Edoeard Sjevardnadze trok in juni het boetekleed aan: ,,We kunnen onze verantwoordelijkheden niet aan en zijn schuldig voor het volk.'' Maar aan mooie verklaringen heeft niemand behoefte en verbeterd is de situatie sinds juni niet – integendeel. De communisten hebben Sjevardnadze alvast een hete herfst in het vooruitzicht gesteld. Zij willen vanaf eind deze maand een golf van protestbetogingen houden in alle grote steden. Hun doel: het aftreden van Sjevardnadze en het vertrek van het parlement.