Florida en de wereld

De volgende gang van zaken is ook nog denkbaar. Hertellen van de stemmen is op zichzelf niet verboden, zeker niet in de bakermat van het vrije initiatief. Het is dus mogelijk dat de Democraten de hertelling willen voortzetten, ook na het officiële nieuwe laatste ogenblik, dus zonder dat de uitslag nog politieke gevolgen zal hebben. Voortgezette hertelling, bijvoorbeeld onder toezicht van een neutrale commissie met door de Verenigde Naties benoemde notarissen. De lijn van de afgelopen dagen zet zich voort. Tenslotte blijkt Al Gore, (nadat hij de popular vote al had gewonnen) een meerderheid van drie stemmen te hebben. De 25 kiesmannen van Florida zijn formeel niet verplicht zich daar iets van aan te trekken. Maar feitelijk is het mandaat waarop de nieuwe president steunde, tot de laatste resten verbrokkeld.

Natuurlijk, het is een komische vertoning. Niet ver van de plaats waar de grootste wonderen der techniek feilloos in de ruimte worden geschoten, zit al dagen lang het lagere personeel van de democratie met de hand de stembiljetten te tellen en te turven. Dan moeten de rechters eraan te pas komen om te beslissen of dat wel goed gebeurt. Autoriteiten die historische beslissingen moeten nemen, worden verdacht van partijdigheid. De pretenties van democratische voorbeeldigheid kunnen niet sterker in tegenspraak zijn met het geklungel van de praktijk. Maar in het belang van het hoger doel zal men met die onvolkomenheden moeten worstelen, tot het bittere einde.

Dan verschuift het probleem. Een deel van het publiek wordt ongeduldig, wil resultaten zien. Het ongeduld wordt een politieke factor, werkt in het voordeel van de partij die op winst staat. `We kunnen niet blijven tellen, tot Al Gore het heeft gewonnen', zei James Baker. Waarom eigenlijk niet? Wat zijn een paar dagen verder tellen in vergelijking met vier jaar onbetwijfelbare legitimiteit van een presidentschap? Nobele vraag. Zuiverheid boven alles! Maar iedere dag dat de tellingen langer duren, verliest het antwoord aan politieke kracht. Ieder probleem heeft zijn eigen levensduur. Er moet een eind aan komen, knoop doorgehakt. Wie de oplossing dan nog wil rekken, ter wille van welk hoger doel dan ook, wordt zelf onderdeel van het probleem – niet voor iedereen, wel voor degenen die de overwinning zien. Dat zijn in dit geval de Republikeinen.

Overigens, zo komisch als het zich op het ogenblik voordoet, is het niet. We kunnen deze gang van zaken ook beschouwen als een toevallig nadeel van een duurzaam voordeel. In Nederland kunnen we, tot toenemend verdriet van meer kiezers, niet eenvoudig tussen twee partijen met min of meer markante leiders stemmen. Daarom hebben we coalities met water in ieders wijn. We hoeven de stemmen niet te hertellen, maar we zijn wel gewend aan ondoorzichtig verlopende formaties die maanden kunnen duren. Dat kan op den duur ongeduld veroorzaken, maar niemand vindt het ronduit belachelijk. De Amerikanen staan, met deze vijftig-vijftig uitslag voor een vraagstuk waaraan ze niet gewend zijn. Bij gebrek aan uitgesproken mandaat moeten ze binnen een tweepartijensysteem iets tot stand brengen wat in de verte op een coalitie lijkt. Daar helpt geen hertelling tegen.

Nadat de formele oplossing, met de laatste hertelling of met een bijlslag is bereikt, dient zich opnieuw de werkelijkheid aan. Wie de volgende president ook zal zijn, hij staat aan het hoofd van een natie die in drieën is gedeeld. Gore haalt zijn aanhang uit de noordelijke staten en de grote stedelijke gebieden, Bush steunt op het `landelijk' deel van de natie. Terwijl beiden in de loop van hun campagnes meer naar het midden zijn geschoven, zijn ze onverminderd de vertegenwoordigers van een mentaliteit gebleven. Gore heeft gepaste afkeer getoond jegens het `big government', de macht van Washington ten nadele van de staten en lokale overheden. Bush heeft, al even gepast, zich niet als een gezworen vijand van sociale vraagstukken opgesteld. Maar naar hun diepste overtuiging gerekend, heeft iedere bewuste kiezer geweten, op wie en wat hij stemde. Dat is, binnen het grote, ongekend welvarende midden, de tweedeling in het electoraat. Het begin van een Amerikaanse coalitie betekent ministers van de tegenpartij in de eigen regering, en daarna misschien dat is veel moeilijker in Washington de verzoening van twee mentaliteiten.

Behalve ongeveer de helft van het electoraat dat zijn stemmen over de twee partijen heeft verdeeld, zijn er degenen die tot de andere helft horen, die niet gaan stemmen omdat ze het wel geloven, er geen verstand van hebben, of niet deelnemen aan de zegeningen van het grote midden. Bij toenemende welvaart kan dit grote land zich dat veroorloven. Maar wat zou er gebeuren als de groei zou stagneren, de werkloosheid toenemen, de koersen kelderen, dit alles onder een president die de helft van een mandaat heeft? Wat zou er dan van zijn functie als `wereldleider' terechtkomen?

Daar denken we niet aan. We kunnen van de stemmentellers in Florida ook moeilijk vergen dat ze antwoord op die vraag geven. Het is wat ver gezocht misschien, maar onwaar is het niet: de ontwerper van dat onduidelijke stembiljet in Palm Beach heeft meegedaan aan de wereldpolitiek. Volgende week weten we, op welke manier misschien.

    • H.J.A. Hofland