De stille kracht achter het beleid in euroland

De euro is een munt zonder staat. `Beleidscoördinatie' tussen de twaalf eurolanden is dan ook het toverwoord. Eurocommissaris Pedro Solbes boekt sluipenderwijs vooruitgang.

De vorige Eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken, Thibault de Silguy, kreeg nog wel eens het verwijt zelf te veel de schijnwerpers van de publiciteit te zoeken. De Fransman maakte minister Zalm tijdens de Europese top van Amsterdam in 1997 heel kwaad door tegen alle afspraken in het ontwerp voor de euromunten zelf alvast aan de journalisten prijs te geven, waardoor de presentatie van de Nederlandse bewindman een beetje als mosterd na de maaltijd kwam. Zoiets zou de huidige Spaanse Eurocommissaris Pedro Solbes nooit overkomen.

De voormalige minister van Financiën in het kabinet van socialist Felipe Gonzalez is meer het type van de `stille kracht' die haast sluipenderwijs belangrijke dingen voor elkaar krijgt. ,,Ik moet zaken bereiken door mensen te overtuigen'', zegt de 57-jarige Solbes. Hij spreekt in zijn ruim bemeten kantoor op de vierde verdieping van een van de vele glazen kantoorgebouwen die even buiten het Brusselse centrum zijn opgetrokken. ,,Ik probeer te doen wat we moeten doen'', glimlacht hij. ,,En natuurijk, als we dat kunnen doen zonder confrontatie, waarom niet, en als we het met confrontatie moeten doen, waarom niet? Ik ben niet voor het één of het ander.''

Solbes bouwde als minister een goede reputatie op door Spanje in korte tijd financieel klaar te stomen voor deelname aan de euro. Hij werd destijds genoemd als topman voor de Oost-Europabank, maar werd uiteindelijk lid van de Europese Commissie. Hij is de commissaris die het meest over de euro gaat.

De euro is een munt zonder staat – in tegenstelling tot de Amerikaanse dollar – maar Solbes beschouwt dat niet als een ernstige handicap. ,,Ik zie het probleem niet. Het probleem van de euro heeft niet iets van doen met het ontbreken van een Europese regering'', zegt de Spanjaard. ,,Over deze kwestie is al gesproken bij het Verdrag van Maastricht. We besloten te werken met een model van beleidscoördinatie. Dit is het model dat we vandaag hebben. En we moeten er verder aan werken.''

En dat is wat de Eurocommissaris nu dagelijks doet. Een van de instrumenten is het `stabiliteitsprogramma' dat elk euroland in het kader van het `Stabiliteitspact' jaarlijks moet actualiseren en waarbij (zoals vandaag bij Nederland) kritische kanttekeningen kunnen worden geplaatst. Stabiliteitsprogramma's waren een Duitse eis bij de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) om te verzekeren dat de eurolanden zich niet alleen zouden houden aan de afspraken over onder meer maxima voor overheidstekort (drie procent van het bbp) en staatsschuld (zestig procent van het bbp) maar hun prestaties nog verder zouden verbeteren. Volgens de afspraken moeten de overheidsbudgetten naar een evenwicht en op middellange termijn zelfs naar een overschot.

Solbes: ,,Het idee is simpel. We kunnen niet onverschillig zijn tegenover elkaars publieke financiën. Want het uiteindelijke resultaat kan anders zijn dat het monetaire beleid voor ieder van ons strakker wordt.'' De Eurocommissaris spreekt in dit verband van een `cruciale rol' voor de Eurogroep: de ministers van Financiën van de twaalf EU-lidstaten die aan de euro deelnemen. ,,Indien [niet-euroland] Groot-Brittannië een bepaalde maatregel neemt die de inflatie daar bevordert, dan is dat wel belangrijk om te weten, maar uiteindelijk is het voor het monetaire beleid van de twaalf irrelevant'', legt hij uit. De Eurocommissaris ziet zich tegelijkertijd als de `verbindingsschakel' naar de Ecofin, waarin ook de drie niet-eurolanden (Groot-Brittannië, Zweden en Denemarken) meedoen.

Volgens de Spaanse Eurocommissaris moeten de stabiliteitsprogramma's nu met nieuwe elementen worden ,,verrijkt'' om de beleidscoördinatie tussen de eurolanden verder te intensiveren. Dan kunnen deze programma's volgens hem een ,,machtig instrument'' zijn. ,,Dit jaar hebben we een nieuw idee gelanceerd om ook de kwaliteit van de publieke financiën in beschouwing te nemen. De begrotingscijfers zijn nu dicht bij evenwicht, maar we moeten verder gaan. Niet alleen naar een surplus, maar we moeten ook andere elementen analyseren'', zegt Solbes.

Zo heeft Solbes criteria voorgesteld waarmee belastingverlagingen in de eurolanden moeten worden beoordeeld. ,,Het is heel eenvoudig. We beschouwen belastingverlaging als positief, indien aan vier voorwaarden is voldaan. De belangrijkste is dat de budgettaire consolidatie niet op het spel mag worden gezet'', zegt Solbes. Verder dient speciale aandacht te worden gegeven aan verlaging van de arbeidskosten. Ten derde mogen belastingmaatregelen niet procyclisch zijn, dat wil zeggen dat ze de inflatie niet mogen bevorderen. ,,Dat is een van de punten vandaag bij Nederland'', onderstreept Solbes. Verder moet belastingverlaging volgens de Spaanse Eurocommissaris deel uitmaken van een breed hervormingspakket.

Solbes noemt nog een wenselijke ,,verrijking'' van de stabiliteitsprogramma's. Het gaat om de toekomstige pensioenverplichtingen, waarvoor sommige eurolanden te weinig of geen geld opzij hebben gelegd. Juist vorige week besloot de Eurogroep dit aspect in een apart hoofdstuk van de stabiliteitsprogramma's op te nemen. Solbes wil ongedekte pensioenverplichtingen in de staatsschuld verwerken om een beter beeld te krijgen.

Een volgens Solbes minstens zo belangrijk instrument vormen – in Brussels jargon – de broad policy guidelines ofwel de `globale beleidsrichtsnoeren' voor de lidstaten, die elk voorjaar worden gepubliceerd. Deze richtsnoeren bestaan al sinds de tweede fase van de EMU, maar zijn nu uitgegroeid tot algemene beleidsstrategieën voor elk land afzonderlijk. Dit jaar zijn de afspraken van de Europese top van Lissabon over kenniseconomie, informatietechnologie en sociale cohesie erin opgenomen. ,,Lissabon was een heel belangrijke ontwikkeling, omdat we besloten ook de meest gevoelige kwesties te analyseren'', zegt Solbes. Het besluit in Lissabon om voor 2005 de interne financiële markt in de EU te voltooien is voor de euro ten minste zo belangrijk, maar hierover gaat Solbes' collega Frits Bolkestein.

De Spaanse Eurocommissaris spreekt van ,,intensivering van de beleidscoördinatie''. Het woord `harmonisatie' vermijdt Solbes liefst zoveel mogelijk, hij spreekt liever van `maximale coherentie'. Niet zozeer wegens de politieke gevoeligheid bij de lidstaten in de Europese Unie – belastingharmonisatie staat al jaren zonder veel resultaat op de Brusselse agenda. Solbes: ,,Voor mij betekent harmonisatie dat iets gelijk is in verschilllende landen. En dat is hierbij niet zo. Want situaties in landen zijn niet hetzelfde.''

Het informele karakter van de Eurogroep hoeft van Solbes niet per se te verandereren. Al sluit hij ook niets uit na de top van Nice, waar onder meer over zogenoemde `versterkte samenwerking' tussen kleinere groepen lidstaten wordt gesproken. Nu bestaat in het verdrag alleen de Ecofin, waar dan ook bindende afspraken kunnen worden gemaakt. Solbes: ,,Ik heb wat twijfel, want het essentiële van de Eurogroep is niet wetgeving, maar politiek commitment van de ministers.''

Al die beleidscoördinatie kan niet verhullen dat velen zich afvragen wie nu eigenlijk voor de euro spreekt. En dat is schadelijk voor het vertrouwen in de euro. Wie spreekt er voor de euro?

,,Ik zeg altijd: de euro heeft twee gezichten. Eén gezicht is het monetaire gezicht, waarvoor de Europese Centrale Bank (ECB) verantwoordelijk is. Het andere gezicht is de Eurogroep, waarin de fungerend voorzitter de eerst verantwoordelijke is. President Duisenberg van de ECB is normaliter aanwezig bij vergaderingen van de Eurogroep. Tegelijkertijd hebben de voorzitter van de Eurogroep en de Eurocommissaris het recht om de bestuursvergadering van de ECB bij te wonen. Er bestaat dus een soort connectie. Het is waar dat het een meer informele dan formele relatie is. Ik hoop dat in dit zich ontwikkelende model de betrekkingen nog zullen verbeteren. Maar ik denk niet dat het probleem van de euro iets van doen heeft met het ontbreken van een Europese regering.''

Toch is het vertrouwen in de euro bij de huidige wisselkoers ten opzichte van de dollar niet groot, in Duitsland heeft volgens de `Eurobarometer' zelfs minder dan vijftig procent vertrouwen.

,,Ik begrijp dat de mensen denken aan de koers van de euro, ik kan ook niet zeggen dat het een mineure kwestie is. Maar dat is niet de realiteit van de euro. Het kan ons niet doen vergeten dat 85 procent van onze handel interne handel is. Positief is daarom de stabiliteit die de euro brengt in termen van groei en bescherming tegen extreme crises. Dat wordt door de mensen niet gezien. Wat zou er gebeurd kunnen zijn bij de recente olieschok, of de Aziatische en Latijns-Amerikaanse crises, indien elke lidstaat nog geïsoleerd had geleefd. Wat had er niet kunnen gebeuren met de D-mark ten opzichte van de dollar. Het cruciale punt van de euro is voor mij dat ondernemers zich hebben gerealiseerd dat zij in een geglobaliseerde wereld werken. De groei van Europese ondernemingen zou zonder de euro nooit zo groot zijn.''

Ziet u een risico voor de euro, wanneer de Europese Unie zich straks uitbreidt met landen als Polen, Hongarije enzovoort?

,,Nee, integendeel. Omdat we duidelijk hebben gezegd dat de Europese Unie en de monetaire unie twee verschillende dingen zijn. En omdat we hebben gezegd dat ze pas lid mogen worden van de monetaire unie, wanneer ze aan dezelfde voorwaarden voldoen als de anderen. Ik denk dat de introductie van de euro in deze gebieden eerder een asset dan een liability zal zijn.''

Eurocommissaris Solbes denkt ook dat het vertrouwen van de Europese burgers in de euro zal toenemen, zodra ze vanaf 1 januari 2002 de euromunten en eurobiljetten echt in handen hebben. ,,Want het is heel moeilijk vertrouwen te hebben in iets dat je niet daadwerkelijk ziet. Ik denk in deze zin dat de markten meer vertrouwen hebben in de euro dan de burgers.'' Solbes erkent dat nog ,,belangrijke inspanningen'' nodig zijn om het in omloop brengen van de euro goed te laten verlopen. Zijn directoraat wees eerder dit jaar onder meer op de trage voorbereiding bij midden- en kleinbedrijf. Door middel van een maandelijks `scoreboard' over de stand van zaken in de lidstaten wil Solbes de voortgang stimuleren. ,,Maar dit soort dingen moeten op nationaal niveau worden gedaan'', onderstreept hij.

Over de recente slip of the tongue van ECB-president Duisenberg, die een koersdaling van de euro veroorzaakte na uitlatingen in de Britse krant The Times, houdt Solbes zich op de vlakte. Al lijkt dat ingegeven door het meelopen van een cassetterecorder. Een vergelijking met de Amerikaanse Federal Reserve is volgens Solbes niet eerlijk ,,want die bestaat al tweehonderd jaar.''

    • Hans Buddingh'