Banana flavour

Vandaag komt er een exterminator. Dat heeft de eigenaresse van het oude brownstone-huis dat wij hier op Manhattan bewonen zo geregeld. Persoonlijk ben ik niet het type dat snel exterminators belt.

Halverwege de ochtend staat er inderdaad een persoon in een knalgele overall voor de deur, met een pet op en een wit mondkapje voor. Het is een ragfijne oudere man van amper 1.40 m. De overall is hem vele maten te groot, de pet hangt als een pan op zijn schedel, het mondkapje bedekt vrijwel zijn hele gezicht. ,,I'm the exterminator, miss'', roept hij opgewekt.

Ik ga naar buiten en loop samen met hem de trap naar de straat af. Beneden staan zijn spullen al. Hij kijkt waar hij de rattengifdozen neer zal zetten: tussen de vuilnisbakken en in het berghok onder de trap, waar bezems, sneeuwschuivers en onduidelijke bouwmaterialen opgeslagen zijn, lijkt het beste.

,,See no ratdroppings at all, around here'', zegt hij.

Welnee, zeg ik, het is ook allemaal vreselijk overdreven.

De exterminator vult de zwarte dozen nu met groene, sponzige brokjes, waaroverheen korrels gestrooid worden. Hebben de ratten niet allang genoeg van dat spul, wil ik weten. Nee, zegt de exterminator, want zijn firma neemt iedere maand een andere smaak. ,,We've chocolat flavour, bacon flavour, strawberry flavour, cheese flavour...'', telt hij op zijn vingers af.

En wat voor smaak is het deze maand?

,,Banana flavour'', deelt de exterminator mee.

Als de gifdozen op hun plaats staan, vraag ik wat mijn taak in het geheel is. Moet ik die dozen soms controleren? De exterminator begint te giechelen, alsof dit de lolligste opmerking is die hij in tijden gehoord heeft. Hij trekt zelfs het mondkapje naar beneden, zodat ik zie dat hij geen Mexicaan is of een andere latino, zoals ik op grond van zijn donkere ogen (en zijn beroep) had aangenomen, maar een Aziaat. Aan zijn goede Engels had ik het eigenlijk al kunnen horen. Mexicanen zijn amper te verstaan, en weliswaar vaak erg klein, maar nooit dun. Ik hèb helemaal geen taak, hoor ik. Over drie weken komt hijzelf de dozen inspecteren. Vervolgens trekt hij een formulier tevoorschijn en constateert dat er binnen ook nog muizen te bestrijden vallen.

Daar heb je het al. Tijdens onze vakantie is de huiseigenaresse een paar keer in het huis geweest, heeft daar Obi gesignaleerd – en meteen aangegeven.

Al zolang als wij hier wonen, delen we het huis met een paar muisjes die te minuscuul zijn om je druk over te maken, laat staan iets tegen te ondernemen. 't Is waar, mijn man, die hygiëne hoog in het vaandel heeft, dreigt bij vlagen `toch es muizenvallen te gaan kopen', daarin gesteund door mijn zoon, die 's nachts soms wakker wordt van het geritsel in zijn prullenmand (vol chipszakken, koekwikkels, pizzaresten) en dan de hele mand met muizen en al de gang door keilt, maar die vallen zijn nog nooit aangeschaft. Dat zit 'm misschien in de kraaloogjes die zo nieuwsgierig naar je kijken als je stil zit te lezen.

Sinds we Obi er echter bij hebben, heeft de situatie zich verhard. Obi is een grote, kogelronde muis, een echte obesitas-muis, en wordt als zodanig als onhygiënischer en ritseliger dan zijn soortgenoten ingeschat. De werkster toont mij verontwaardigd een hoek van de bijkeuken waar het `vol' muizenkeutels ligt (ze blijkt een omgevallen potje met bloemzaden er ook bij te tellen). Mijn man roffelt af en toe als een Spaanse danser met zijn hakken tegen de vloer en mijn zoon heeft al een (toch al kapotte) verrekijker naar Obi gegooid. Gelukkig heeft nog niemand ontdekt dat er in de ijzerhandel op de hoek vallen op de toonbank staan.

Ik heb wel schik in Obi. Het is een typisch Amerikaanse muis; niet alleen door zijn overgewicht, maar vooral door zijn Walt Disney-achtig gedrag. Hij is vrolijk, houdt van rennen, maar kan de bocht niet nemen en zeilt regelmatig op zijn buik over het parket. De run van keuken naar kelder komt regelrecht uit een tekenfilm. Om vanuit de gevaarlijke keuken de veilige spleet onder de kelderdeur te bereiken, dient een muis een S te rennen. Obi vliegt hierbij tweemaal uit de bocht, moet als een gek met zijn achterpoten bijtrappelen en staat dan nog voor het moeilijkste onderdeel: zich dun maken om door die spleet te komen. Als een strak gevuld waterbommetje werkt hij zich onder de deur door. V-v-vloep-auw-auw-blop! In gezelschap van mijn huisgenoten moet ik niet lachen; dat zwengelt de muizenval-discussie alleen maar weer aan.

,,No mice?'' vraagt de exterminator.

Ik haal mijn schouders op. ,,A few tiny ones. They don't bother anyone.''

Het kan de exterminator niet schelen. Hij zet een streepje op zijn formulier, laat mij tekenen voor het plaatsen van de rattengifdozen en vult de datum van zijn terugkeer in.

,,By the way'', vraag ik, ,,do mice like the banana flavour as well?''

,,Sure'', zegt de exterminator, ,,they love it!''

,,O'', zeg ik.

De exterminator schiet weer in de giechel. ,,You don't feed the mice, do you'', vraagt hij.

,,Of course not'', zeg ik, maar hij blijft giechelen. ,,You know'', zegt hij, ,,we had a professor in class, who told us everything about the control of rats and mice, cockroaches, ants...'' Hij maakt een armgebaar naar zijn gifvaten, waaruit ik opmaak dat hij het heeft over de cursus Exterminating die hij heeft moeten volgen. En weet ik wat die professor verteld heeft aan het eind van de cursus, toen iedereen zijn license kreeg? Nou, wat dan? Dat hij de muizen bij hem thuis elke avond een schoteltje slagroom gaf!

,,Heavy cream'', giechelt de exterminator, ,,heavy cream!''

Hij neemt afscheid. Helemaal uit China of Vietnam gekomen om hier ongedierte te bestrijden.

Ik bekijk de zwarte dozen nog even, loop dan naar binnen en sluit secuur de voordeur.

Als die vetzak nu maar binnen blijft.