Wegenaanleg

Wijnand Duyvendak verwijt minister Netelenbos ons met asfalt en beton te overspoelen (NRC Handelsblad, 28 oktober).

De realiteit is anders. De minister is niet bezig nieuwe rijkswegen aan te leggen, alleen `achterstallig onderhoud' goed te maken. Vanwege de erfenis van decennia verkeerde stadsaanleg en Vinex-uitbreidingen.

Als straks Almere, Leidsche Rijn c.s. zijn volgebouwd, is het gemeentelijk wegennet van 105.000 km (1997) gegroeid naar ± 120.000 km (in 2010). Het provinciale wegennet van 6.300 km (1997) zal dan, door uitbreiding van gemeentegrenzen, echter tot onder de 6.000 km zijn geslonken. Het Rijkswegennet van 2.200 km zal slechts met luttele tientallen kilometers, voornamelijk door aanpassingen, zijn toegenomen.

Volgens Duyvendak hebben wij behoefte hebben aan groen, stilte en spelen op straat. Het vervelende is dat al díe wensen nu juist leiden tot bovengenoemde groei van het, voornamelijk gemeentelijke, wegennet. Iedereen wil ruim in het groen wonen; in Almere, Ypenburg, Leidsche Rijn, Hellevoetsluis of Hedel.

Al die `suburbians' hebben voor werk of anderszins dringend behoefte aan een A-1 zonder een wisselstrook voor fantoom-carpoolers, een A-12 zonder fuik op de Utrechtse Baan in Den Haag en een noodzakelijke verbetering van klaverblad Oude Rijn, etc. Juist om de belangen van gezondheid, milieu en leefbaarheid te dienen is er dringend behoefte om knelpunten in ons (rijks-)wegennet op te lossen.

Betere en veiligere wegen wil niet zeggen `miljarden aan asfalt en beton'.

Zeker, de aanleg van rotondes in provinciale wegen kost miljoenen. Omdat juist op dit soort wegen de meeste dodelijke slachtoffers vallen, moet elk zinnig denkend mens die aanleg toejuichen.