`Waterpistool' Nuon bevat geen losse flodders meer

Energiebedrijf Nuon wil meer een waterbedrijf worden, van grondwater tot kraan. De overname van koolstofproducent Norit hoort daarbij, vindt Nuonvoorzitter Swelheim: ,,Nu staan we echt vooraan in watertechnologie.''

Tob Swelheim (63), bestuursvoorzitter van energiebedrijf Nuon, was vorige week zondag in Doetinchem bij de voetbalwedstrijd tussen `zijn' Vitesse en De Graafschap. ,,Enkele aandeelhouders van Nuon waren er ook. Ik heb alleen gezegd: `Er hangt iets leuks in de lucht dat ons een heel eind verder helpt met het water. Hou je maar vast, het wordt leuk.' Van De Graafschap ben ik doorgereden en daarna heb ik enig ritueel verricht, een intentieverklaring getekend.''

Nuon maakte vorige week de overname bekend van koolstofproducent Norit, leverancier van membraantechnologie voor het zuiveren van water. Nuon (omzet 8 miljard gulden in elektriciteit, gas en water) wil de komende jaren de omzet in water vergroten van een miljard tot enkele miljarden. Nuon heeft naast 700.000 waterklanten in Nederland nog eens 300.000 aansluitingen via de joint venture Biwater Cascal en bezit 50 procent in Paques, dat gespecialiseerd is in waterzuiveringstechnologie. ,,Dit zet je natuurlijk op de aarde. Nu staan we echt vooraan in de watertechnologie.''

Water is de olie van de 21ste eeuw, verwachten deskundigen. Schoon water is schaars en vaak kostbaar. De markt van 300 miljard gulden groeit jaarlijks 8 tot 10 procent, mede door de liberalisering van de watermarkt in tal van landen en de privatisering van waterbedrijven. De business beslaat zowel het oppompen, zuiveren en transporteren van drinkwater als het reinigen van industrieel afvalwater en het leveren van koelwater. Steden en ondernemingen doen jaarlijks duizenden aanbestedingen onder de waterbedrijven, waarvan de Franse bedrijven zoals Vivendi verreweg de grootste zijn.

Wat moet een echt distributiebedrijf zoals Nuon met een industriële onderneming als Norit?

,,De technologie van Norit is toegevoegde waarde, die je levert aan de klant. Wij willen geld verdienen met het leveren van geïntegreerde producten en diensten. Waterzuivering hoort daarbij.''

Nuon heeft geen eigen elektriciteitscentrales. Hoever gaat Nuon in de waterketen, van grondwater tot kraan?

,,Bij elektriciteit en gas beperken we ons veel meer tot rechtstreekse levering aan de klant. In water willen wij inderdaad de hele keten. Dat is omdat alles bij water behoorlijk vastzit aan het transport door de waterleiding, dat ook vaak over geringe afstand en dicht bij de klant plaatsheeft. De enige methode om geld te verdienen is dan een compleet pakket aan te bieden. Denk aan steden of stadsdelen die hun hele watermanagement willen uitbesteden. Als je dan niet alleen wat van waterzuivering weet, maar ook weet hoe je klanten moet beleveren, hoe je moet factureren, hoe je klanten te woord moet staan, hoe je afvalwater kunt recyclen, dan krijg je een kans. Als ik ook nog een unieke oplossing heb, zoals nu met Norit, dan heb ik zelfs een hele goeie kans.''

Wat ontbreekt er nog in de waterketen?

,,Enige kennis over waterproductie, bijvoorbeeld over ontzilting van zout water. Een van de lekkernijen van Norit is dat je met membraantechnologie water kunt ontzouten. We hebben ook een echte engineeringsclub nodig. Dat geeft je weer een entree in een land. Zonder Biwater Cascal, Paques, Norit en eventueel zo'n engineeringclub, blijft het losse flodders schieten: hip shooting op moving targets in de hoop dat je er een van raakt. Dat levert te weinig geld op. In de semi-ontwikkelde landen zullen we ook waterklanten krijgen die we dingen kunnen bieden als elektriciteit en gas. En wat let ons dan om ook windmolens neer te zetten?''

Een jaar geleden vond u een miljoen aansluitingen het minimum voor het werven van klanten in het buitenland. Is dat nu nog genoeg?

,,Ik ga niet zeggen dat het er meer moeten zijn. Want dan komt er morgen een concurrent en die zegt: het moeten er anderhalf miljoen zijn. Je hebt concurrenten die wel 20 miljoen aansluitingen hebben en die zeggen de hele dag tegen een opdrachtgever: je moet niet iets doen met een kleintje, maar met een grote. Ik ga niet overal met de groten concurreren, ik denk er niet over. Wij gaan natuurlijk wel kijken naar lui die van Nederlanders houden; ons project in Israël is een geheid voorbeeld. Laat ik het andersom zegen: er zijn een hoop lui die niet van Frankrijk houden en die zoeken we op. Waar? In Nederland bijvoorbeeld? Op dit moment zijn die Fransen hier in de waterzuivering aan het penetreren. Wil je dat tegenhouden, dan zul je als Nederlands bedrijf je eigen industrie moeten kunnen helpen.''

In Nederland heeft minister Pronk een rem gezet op de verkoop van waterbedrijven. Heeft dat invloed op de houding van lokale bestuurders, bijvoorbeeld bij de verkoop van Waterbedrijf Gelderland (WG)?

,,Meneer Pronk is een invloed. Ook mensen die niet weten wat ze willen, die maken van Pronk gebruik door hem als reden aan te voeren niet te verkopen aan Nuon. Wij betalen 500 miljoen gulden voor WG en dan zijn er daarnaast nog allerlei voordelen haalbaar; dus Pronk kan de gemeenten niet deren.

,,Voor ons is het in elk geval enorm belangrijk. Er zijn mensen die zeggen: `500 miljoen kun je niet terugverdienen, dus de winst per aandeel daalt'. Ik zeg: ik kan het wel terugverdienen, omdat ik integreren kan; alle klanten van WG zijn al onze stroom- en gasklanten. Bovendien creëer ik een dijk van een waarde. Waar krijg ik zo goedkoop 500.000 klanten erbij? Dit is echt te mooi om waar te zijn.''

De oekaze van Pronk bemoeilijkt ook de geplande beursgang.

,,Zeker. Zonder waterdistributie geen waterbedrijf. Ik heb Pronk erop aangesproken en hem uitgelegd dat wij schoon water kunnen helpen maken in landen die hem ter harte gaan. Het deed hem niks. `Ik kijk alleen naar de kwaliteit', dat was alles wat hij zei. Alsof wij in Nederland een probleem hebben met de kwaliteit!''

Op de beurs heerst de trend van het opsplitsen van bedrijven. Bent u niet bang dat aandeelhouders straks wellicht splitsing van Nuon in water en energie afdwingen?

,,Ik denk wel dat op een beurs splitsing gevraagd zal worden. Dat vind ik niet leuk, maar ik sluit niet uit dat het goed is voor beide delen. De cultuurverschillen tussen de beide delen kunnen ook een drijvende kracht worden achter een eventuele splitsing. Ik vind het charmant om die delen bij elkaar te houden.''