Verkiezingen zijn geen songfestival

Ten onrechte wordt zoveel misbaar gemaakt over het feit dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen nog geen duidelijke winnaar hebben opgeleverd. Bij verkiezingen horen regels en waar regels zijn is de rechter niet ver. Dat hoort bij een democratische rechtsstaat, meent N.S.J. Koeman.

Een soap, een klucht, zo wordt in sommige media de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen genoemd. De kandidaten worden opgeroepen het landsbelang te laten prevaleren boven de individuele ambitie. Gememoreerd wordt dat Nixon in 1960 zijn verlies erkende, ondanks een nipte voorsprong van zijn rivaal Kennedy. Gevreesd wordt dat het uitblijven van een duidelijke winnaar de VS grote schade berokkent, zo al geen crisis dreigt.

In de Westerse democratieën zijn verkiezingen mediaspektakels geworden, waarin televisiedebatten en -spotjes veel belangrijker zijn dan het standpunt van de kandidaten over maatschappelijke en politieke onderwerpen. De wetten van de media verlangen kennelijk dat een media-event op het geprogrammeerde tijdstip met een daverend sluitstuk, een overtuigende apotheose eindigt. Het feit dat in de nacht na de verkiezingen geen duidelijke winnaar kon worden gepresenteerd roept blijkbaar gevoelens van verwarring en frustratie op. Van een songfestival mag worden verlangd dat de winnaar aan het einde van de uitzending bekend is. Een presidentsverkiezing is echter geen songfestival.

Vergeten wordt, dat de VS, evenals Nederland, niet alleen een democratie is, maar ook een rechtsstaat. In een rechtsstaat wordt het handelen van de overheid genormeerd door de regels van het recht. Het organiseren van verkiezingen en het bepalen van de uitslag daarvan zijn ook overheidsgedragingen die door het recht worden beheerst. Het is dan ook helemaal niet vreemd, laat staan verwerpelijk, dat Amerikaanse rechters zich inmiddels het hoofd breken over juridische vragen betreffende de verkiezingen. Integendeel, indien het recht zich afzijdig zou houden in een situatie als deze, zouden wij veel meer bezorgd moeten zijn over de stand van de democratie.

De Nederlandse Kieswet kent verschillende mogelijkheden tot het maken van bezwaar waar het beslissingen over verkiezingen betreft. Zo kan mondeling bezwaar worden gemaakt tegen de beslissing van het stembureau over de ongeldigheid van een stembiljet. Volgens de Nederlandse Kieswet zijn ongeldig ,,de stembiljetten waarop de kiezer niet, door het geheel of gedeeltelijk rood maken van het witte stipje in een stemvak, op ondubbelzinnige wijze heeft kenbaar gemaakt op welke kandidaat hij zijn stem uitbrengt''. Een vergelijkbaar criterium – er moet recht worden gedaan aan de bedoelingen van de kiezer – heeft een Amerikaanse rechter inmiddels gehanteerd waar het gaat om de vraag hoe geoordeeld moet worden over de uitkomst in een bepaald kiesdistrict, waar de computer een zeer groot aantal ongeldige stemmen had geconstateerd. Voor wat betreft de vraag of naar Nederlands recht beroep op de rechter openstaat is van belang dat de Algemene Wet Bestuursrecht de toegang naar de bestuursrechter uitsluit waar het gaat om sommige besluiten verband houdend met verkiezingen. Het is echter zeer wel mogelijk dat de burgerlijke rechter zich bevoegd zal achten om kennis te nemen van vorderingen daaromtrent. In de Nederlandse situatie geldt dat de korte termijnen van de Kieswet wellicht een praktische belemmering opwerpen voor adequaat rechterlijk ingrijpen. In de VS speelt dat probleem thans in mindere mate door het feit dat er een redelijke tijdsmarge ligt tussen de verkiezingen enerzijds en de aanwijzing door de kiesmannen van de nieuwe president anderzijds.

Vaak zal procederen over verkiezingen weinig zinvol zijn, omdat het verschil tussen de kandidaten of lijsten dusdanig groot is, dat een incidentele fout of vergissing geen invloed heeft op de uiteindelijke uitslag. Daarom bepaalt de Nederlandse Kieswet dan ook, dat tot hertelling van de stembiljetten alleen kan worden besloten ,,indien een ernstig vermoeden bestaat dat door een of meer van de stembureaus bij de stemopneming zodanige fouten zijn gemaakt dat zij van invloed op de zetelverdeling kunnen zijn''. De situatie in Florida laat zien dat tussen de beide kandidaten zo weinig verschil in stemmen bestaat, dat wel degelijk sprake is van mogelijke invloed op de uitkomst in die staat en daarmee op de uitkomst van de presidentsverkiezing als zodanig. Dan is het alleen maar goed dat er rechtsregels en rechters zijn die een fair verloop van de rest van de wedstrijd kunnen garanderen, ook al kost dat enige tijd.

Verbazing wekt ten slotte de oproep, aan welke kandidaat dan ook, zijn nederlaag te erkennen. Een dergelijke erkenning is juridisch inhoudsloos. Het is immers niet de kandidaat die beslist over de uitkomst van een verkiezing. Ook het claimen van de overwinning op een tijdstip dat de officiële uitslag nog niet bekend is past meer bij een bananenrepubliek dan bij een democratische rechtsstaat.

Prof.mr. N.S.J. Koeman is advocaat en hoogleraar aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.