Stronken en takken in een villa

Een ceder in mijn tuin is een tentoonstelling over bomen, met werk van maar liefst 37 hedendaagse Nederlandse kunstenaars. Stichting KW14 uit Den Bosch vroeg hun werk te leveren dat over de boom in al zijn betekenissen ging, en werd overstelpt met bijdragen. Het thema is dus `zeer actueel', constateert initiatiefneemster Marjan Teeuwen in de catalogus. Misschien omdat bomen van zichzelf al zo mooi zijn dat kunstenaars er lui van worden, hangt er op Een ceder in mijn tuin veel gemakzuchtige, slechte kunst: reeksen klodderige schilderijen, saaie foto's en onbegrijpelijke bijdragen in natura, van echte bomen en takken dus. Het gaat allemaal onmiskenbaar over bomen, maar waarom is er geen strengere selectie gemaakt?

Er zijn een paar gunstige uitzonderingen. Florette Dijkstra doet leuke, preciese bomenonderzoekjes in acrylverf en grafiet. Haar schilderijtjes zijn kleine afbeeldingen van boomcontouren in grijs, groen en oranje. Niets is als in de natuur, maar de plaatjes ademen de weldadige rust van een echt bos. René Jolink maakt spetterende boomabstracties van plastic op spiegelend plastic, met rechte stammen waaruit honderden takjes schieten als bliksemschichten. De `boom' in olieverf van Maja Zomer is een worsteling van in elkaar draaiende groene, witte en rode verfbanen, die boven in dikke, oranje takken uitlopen, en beneden in grijze wortels. Het is een boom die zichzelf wil losrukken uit de grond, met ingewanden en gevoel. Drie vreemde, uitgeknipte exemplaren van Zomer in roze en rood zijn net de grote botten met vlees eraan die de slager verkoopt voor de hond.

De twee video's van Pieter Moleveld lijken wel spannend, maar zijn het niet. In Landscaping through the house of God wordt het beeld van een boom tergend langzaam versneden met beelden van een kerk vol toeristen. Op het tweede filmpje worstelt een Belgische boer in een besneeuwd dennenbos eindeloos met zijn knol, omdat hij wil dat het paard drie omgehakte stammen mee naar huis trekt. Vooral de aars van het paard is erg lang in beeld. Dan is de video van Rob Johannesma een stuk beter. Johannesma reed met zijn camera door een griezelbos, zo dichtbegroeid dat het daglicht er slechts in kleine kiertjes door de takken breekt. In het donker rijd je met hem mee, en verheug je je al gauw over elk straaltje zon.

Ondanks het hoge gehalte matige werken is de lange wandeling langs al deze stronken, takken en bladeren een genot. Dat komt door de prachtige locatie. KW 14 kreeg voor de vijf weekeinden die de tentoonstelling duurt een 17de-eeuws pand in Den Bosch toegewezen, waar Rijkswaterstaat tot voor kort in huisde en dat het om de hoek gelegen Noordbrabants Museum als dependance gaat inrichten. Het gebouw, dat oogt als een kruising tussen een klooster, een school en een statige villa, is in zijn huidige, licht vervallen toestand een fantastisch decor. Er zijn glas-in-lood ramen in het trappenhuis, pilaren en kruisbogen in het oude kapelgedeelte. Lange gangen voeren langs doodstille kamers met uitzicht op een overvloedig begroeide tuin. Op sommige deuren hangen nog de verfomfaaide naamplaatjes van medewerkers van Rijkswaterstaat.

Tentoonstelling: `Een ceder in mijn tuin', t/m 26/11, Waterstraat 16, 's Hertogenbosch. Open vr-zo, 13-17 u. Entree ƒ3,– Inl. Stichting KW14, tel. (073) 6143411. Catalogus ƒ20,–.