Stoelendans van de defensiereuzen

De internationale wapenverkopen zijn het afgelopen jaar iets teruggelopen. Op de grote wapenshows blijkt wel een verhoogde kooplust uit het Midden-Oosten. Intussen gaat de globalisering van de defensie-industrie door.

Het is niet de meest logische plek, zo op een paar honderd kilometer van zee, maar in Parijs wordt tweejaarlijks de grootste marinebeurs ter wereld gehouden. De reusachtige ruimtes van het Parc des Expositions op het zakenvliegveld van Le Bourget stonden vorige maand vol torpedo's, kanons en raketten.

Kosten noch moeiten worden bij de verkoop van wapensystemen gespaard. Dan kan ook niet anders. De kosten van een gelikte audiovisuele presentatie, waarbij vergeleken een regulier videospelletje een kleuterkijkdoos is, vallen volledig in het niet bij een geplaatste order. Een Duitse Type 212 onderzeeboot? Dat is dan zeshonderd miljoen mark. Een Amerikaanse Arleigh Burke torpedobootjager? Een miljard dollar. Een Italiaanse Cigala patrouilleboot? Tel dan tweehonderd miljard lire neer.

Op dergelijke beurzen is betrekkelijk eenvoudig de vinger aan de pols van de internationale wapenmarkt te houden. Ook op de grootste militaire luchtvaartbeurs ter wereld, die van Farnborough bij Londen, voerden de Amerikaanse en Europese bezoekers de boventoon. Dat kan ook niet anders: de Verenigde Staten en de Europese Unie vertegenwoordigen zo'n tweederde van de som van alle mondiale defensiebudgetten.

Maar de aanwezigheid van, in vergelijking met vorige jaren, veel Arabische delegaties in hun dishdashas verried een verhoogde kooplust in het Midden-Oosten. Hetzelfde gold, zij het in mindere mate, voor de Aziatische afvaardigingen. Afrika is onverminderd weinig koopkrachtig. Het kraampje van het Russische defensie-blad Military Parade, the magazine of the military industrial complex deed vermoeden dat het niet zo goed met de Russische wapenverkopen gaat. De employés van defensiemagazines, zoals Armada, The Asian Defence Journal en Jane's Defence Weekly delen zoveel mogelijk van hun koopwaar gratis uit. De Russische standhouder vroeg daarentegen tien Franse francs per tijdschrift. Het muntstuk gleed in de zak van zijn jasje – dat overigens lange tijd geen stomerij had gezien.

De observaties weerspiegelden de recent gepubliceerde cijfers van het International Institute for Strategic Studies, IISS, een Londense denktank die de jaarboeken Military Balance en Strategic Survey publiceert. Het IISS meldde dat in de internationale wapenhandel in 1999 een bedrag van 53,4 miljard dollar omging. In 1998 was dit nog 58 miljard dollar. De grootste afnemers zitten in het Midden-Oosten, vooral Saudie-Arabië. Het land kocht voor 6,1 miljard dollar wapentuig, een scherpe daling ten opzichte van het jaar daarvoor, toen voor bijna 11 miljard werd aangeschaft. Israël en Egypte winkelden – met kwistige financiële steun van de Amerikanen – voor miljarden dollars op de wapenmarkt.

In Azië was vooral Taiwan, met wapenaankopen ten bedrage van 2,6 miljard dollar, een big spender. India en China deden in Rusland grote aankopen.

Het mondiale defensiebudget bedroeg in 1999 volgens het IISS 809 miljard dollar. Daarvan is ongeveer een kwart bestemd voor aankoop van nieuwe systemen. De rest gaat op aan salarissen, onderhoud en onderzoek. Het Amerikaanse defensiebudget steeg sinds een lange tijd van daling weer. Alleen in West-Europa zet de daling voort die na het eind van de Koude Oorlog is ingezet. Andere veiligheidsinstituten, zoals het Zweedse Stockholm International Peace Research Institute, SIPRI, onderschrijven deze trends.

Het praktisch stabiele bedrag dat met internationale wapenhandel is gemoeid, weerspiegelt echter niet de onderstromen binnen de markt. Eén onderstroom wordt veroorzaakt door regionale conflicten. Eritrea en Ethiopië kochten bijvoorbeeld in Rusland en Oekraïne bij het uitbreken van de strijd vorig jaar snel voor honderden miljoenen MiG-29's en Soechoi-27's – inclusief huurpiloten, die voor ze afreisden met elkaar afspraken niet op elkaar te zullen schieten. Ook de oorlog in Kongo was goed voor de – illegale – wapenhandel.

Andere fluctuaties zijn, aldus het IISS, veroorzaakt door de pieken en dalen van grote leveranties, zoals het aflopen van het Al Yamamah-II-programma van Saudie-Arabië: een extreem kostbaar, langlopend programma dat voorziet in de levering door Britse bedrijven – met name BAe-Systems – van onder andere gevechtsvliegtuigen, vliegvelden en radarapparatuur. Dat trekt wel weer bij, sust het IISS, de Tornado-bommenwerpers die in de jaren tachtig zijn geleverd, moeten nodig worden vervangen.

Eén van de belangrijkste, structurele onderstromen is echter de globalisering van de defensiemarkt. Deze ontwikkeling deed het Amerikaanse aandeel in deze markt in tien jaar grofweg verdubbelen, terwijl de Russische defensie-industrie de verkoop zag decimeren. De globalisering is vooral ingegeven door het goeddeels wegvallen van de substantiële thuismarkten als gevolg van de internationale dooi in de jaren negentig. Daar kwam bij dat de prijzen van wapensystemen per jaar met tien procent stegen. ,,Dat leidt'', zegt Keith Hartley, hoogleraar van het Centre for Defence Economics van de Universiteit van York in een recent essay, ,,tot voorspellingen van een single ship navy, een one tank army en een luchtmacht die is uitgerust met één Starship Enterprise.''

Om te overleven moesten de commerciële krachten worden gebundeld. De defensie-industrie van de VS nam daarbij het voortouw. Het ontstaan van een paar defensiemolochs, zoals Lockheed-Martin en Boeing, dwong ook de Europese wapenfabrikanten tot samenwerking. De successen van de Amerikaanse defensiereuzen worden in het algemeen toegeschreven aan de Europese verdeeldheid op dit gebied.

Een stoelendans op de muziek van de globalisering is in Europa al enige tijd aan de gang. Kleinere bedrijven werden, net als ten tijde van de fusiegolf in de VS, opgeslokt en afgeslankt. Het ontstaan van de European Aeronatic Defence and Space, EADS, is inmiddels een feit. Maar ook binnen EADS moeten nog harde noten worden gekraakt. De Europese onderneming heeft met de Britse-Duits-Spaans-Italiaanse Eurofighter een geloofwaardige concurrent van de Amerikaanse toestellen, zoals de Joint Strike Fighter, de nieuwste F-16 en de F-18, geïntroduceerd. Maar EADS heeft ook een indirect belang in de Rafale-jachtbommenwerepr van het Franse Dassault. De Eurofighter en de Rafale strijden op leven en dood op diverse markten.

Ook op het gebied van de marine-scheepsbouw bestaat in Europa overcapaciteit. Groot-Brittannië heeft zojuist met een order voor bevoorradingsschepen een aantal werven op het nippertje van de ondergang gered. Maar volgens Rick Gunderson, senior analist van het Amerikaanse marine adviesbureau AMI International, aanwezig op Euronaval, lijkt op het marinevlak de bundelingsgolf te zijn afgerond. ,,In Europa lijkt de consolidatie voorlopig te zijn voltooid.

Van de onderzeebootwerven zijn nog drie samenwerkende consortia over.'' Dat waren er een half dozijn. Nu resteren, vervolgt Gunderson, nog drie levensvatbare onderzeebootbouwers, het Britse BAe Systems, het Franse Direction des Constructions Navales, DCN, en het Duitse Howaldtswerke-Deutsche Werft, HDW.,,Andere werven bouwen ook nog wel onderzeeërs, maar dat zijn toch eigenlijk satellieten van deze drie groten.''

Intussen blijkt de situatie waarin een Europese wapenindustrie het opneemt tegen een paar Amerikaanse defensiereuzen niet het einde van de globalisering in te houden. Ook tekent zich steeds duidelijker een transatlantische drang tot samenwerking af. BAe Systems, dat eerder een fusie met het Duitse DASA afsloeg, loopt daarbij voorop. Het bedrijf heeft intussen al meer werknemers in de VS dan in Europa.

Verregaande samenwerking met de militaire tak van Boeing ligt vor BAe Systems het meest voor de hand. BAe Systems loodste Boeing al het zuiver Europese programma binnen voor de bouw van de Meteor-raket. Meteor moet de Brits-Duits-Italiaans-Spaanse Europfighter gaan bewapenen. Het Amerikaanse Raytheon had daarbij het nakijken.

Aan Rusland gaat deze globalisering intussen voorbij. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Allereerst is de Russische defensie-industrie niet zo'n aantrekkelijke partner voor westerse vennoten. De kwaliteitsstandaarden zijn bijvoorbeeld niet hetzelfde, noch de after-sales-service. En de Russische marketing staat niet als adequaat bekend.

Na jarenlang reorganiseren resteren nog slechts twee organisaties die bevoegd zijn om met het buitenland over Russische wapenleveranties te onderhandelen: Rosvooroezhenje en Promexport. Maar ook dié voldoen niet. De levering van dure Soechoi-30 gevechtsvliegtuigen aan India en China bijvoorbeeld – een transactie die door de Russische defensie-industrie als een ware commerciële triomf werd gepresenteerd – verloopt onregelmatig en altijd achter op schema.

Begin deze maand kondigde de Russische president Vladimir Poetin daarom aan dat Rosvooroezhenje en Promexport gaan fuseren tot Rosoboronexport. De respectievelijke directeuren vliegen eruit.

Rusland probeert al jaren het niveau van wapenexport van tien jaar terug te evenaren: 8 miljard dollar. Maar oude vrienden, zoals Syrië, Cuba, Libië en Irak hebben geen geld voor wapenaankopen. Sterker nog, ze staan vaak nog diep bij Rusland in het krijt voor massale wapenaankopen ten tijde van de Sovjet-Unie. Afgelopen jaar, aldus een IISS-schatting, bedroegen de revenuen van de Russische defensie-industrie zo'n 3,5 miljard dollar. Klanten waren China en India, landen die zich geconfronteerd zien met een boycot van de modernste westerse wapensystemen.

Alleen een paar Israëlische en Franse bedrijven hebben, op bescheiden schaal, de krachten met Russische defensiebedrijven gebundeld.

Rosoboronexport mikt dit jaar, aldus een woordvoerder, op een afzet van 4 miljard dollar. De 8 miljard lijkt de komende jaren buiten bereik, al was het alleen maar doordat nu onafhankelijke Sovjet-staten deelden in de koek. Die staten, zoals Oekraïne en Wit-Rusland, zijn nu geduchte concurrenten, want ze opereren op dezelfde markt en veelal met exact dezelfde producten.