Partijverbod

NIET MINDER DAN 350 opsporingsonderzoeken zijn ingesteld tegen leden van de rechts-extremistische NPD in Duitsland. Daar kan men op twee manieren tegen aan kijken. Het zijn evenzovele aanknopingspunten om druk op deze kwalijke groepering te houden. Of vormen ze, alles bij elkaar genomen, juist een goede reden om de partij voor te dragen voor een algeheel verbod? Dat is het dilemma dat Duitsland nog wel even bezig zal houden.

De bondsregering van kanselier Schröder kiest met royale steun van de vergadering van ministerpresidenten van de deelstaten voor de verbodsstrategie. Het laatste woord ligt bij het federale Constitutionele hof in Karlsruhe. Het is de eerste maal sinds de jaren vijftig dat dit om een partijverbod wordt gevraagd. Dat vormt een aanwijzing dat een verbod hoe dan ook niet eenvoudig ligt. In de Bondsraad (Senaat) heeft een aantal deelstaten tegengestemd. In de Bondsdag (Huis van afgevaardigden) bestaat bepaald geen unanimiteit. Ook binnen het kabinet waren er trouwens gerede twijfels. Toch geven ook politici die terugschrikken voor een verbod toe dat daar het nodige voor valt te zeggen.

Dat is niet te veel gezegd. Voorzover het gaat om een verwerpelijk gedachtegoed dient een volwassen democratie tegen een stootje te kunnen. Maar intimidatie en geweld, de heerschappij van de straat, zijn van een andere orde. Verontrustend is vooral de klacht dat de NPD probeert coalities aan te gaan met allerlei gewelddadige groepen skinheads. Een van de rechts-extremistische voormannen moet openlijk hebben gezegd dat voor de NPD de weg naar de macht alleen via de straat en niet via de stembus loopt. Dan wordt een grens te veel overschreden.

DE VRAAG IS alleen hoe hard de betrokkenheid van de NPD-top juridisch valt te maken, met als praktische complicatie dat de veiligheidsdiensten sommige bronnen niet kunnen noemen om hen niet in gevaar te brengen. Er is ook een tactische afweging in het spel. Zal een eventueel verbod van de NPD de andere rechts-extremistische partijen niet in de kaart spelen met als mogelijk averechts resultaat zelfs de gevreesde eenheid van extreemrechts? Daar staan aanwijzingen tegenover dat de toenemende druk op de partij nu al leidt tot tweespalt in de top die wel eens niet beperkt zou kunnen blijven tot de NPD zelf.

In laatste instantie is het al dan niet verbieden van de NPD een kwestie van evenredigheid. Voor het ontbinden van een politieke partij is principieel meer vereist dan voor het verbieden van criminele groeperingen. Een partijverbod, hoe zeer ook met waarborgen omgeven, doet altijd af aan het zelfvertrouwen van een vertegenwoordigende democratie. Er is ook het praktische gevaar dat het afdoet aan de waakzaamheid. Een partijverbod dient dan ook werkelijk een uiterst middel te zijn. En dat valt niet los te zien van het scala aan juridische middelen dat in Duitsland voorhanden is.

De uitkomst van deze afweging is niet zeker. Duidelijk is in elk geval wel dat deze afweging zich afspeelt binnen de normen van de Europese Unie - waarin men elkaar steeds meer op kwesties van constitutioneel belang aanspreekt.