Met mij

Als mijn sollicitatie succesvol is, zal ik met deze rubriek moeten ophouden. Jammer voor mij – ik hoop ook voor u maar ik heb het er graag voorover.

Ik bedoel mijn sollicitatie naar een betrekking bij het Britse hof. Dat is binnenkort het enige domein waar geen mobieltjes meer mogen worden gebruikt en waar je dus niemand opgewonden hoort zeggen: ,,Met mij, ik kom eraan.''

Koningin Elizabeth wil het niet meer horen. Haar personeel mag voortaan onder werktijd geen mobiele telefoons gebruiken. Het geldt voor staatsbanketten, maar ook voor de keuken, de paardenstallen en de koninklijke tuinen.

Heerlijk. Wie zou niet bij zo'n hof willen werken?

Die `ik-kom-eraan'-telefoontjes zijn nog niet eens de ergste. Ze hebben een duidelijke functie en ze zijn, als je geluk hebt, weer snel voorbij. Veel erger is zo'n zakenman uit Spanje die gistermorgen in Duivendrecht op de trein naar Utrecht stapte. Hij zeeg neer, trok meteen zijn gsm als een revolver tevoorschijn, en begon wild in het rond te schieten met zijn radde teksten.

Overal in zijn omgeving zag je mensen achter hun krant duiken om niet getroffen te worden. Eén man stond op, griste kwaad zijn jas uit de bovenruimte en verhuisde naar het volgende compartiment.

Ik berustte in mijn lot. Misschien zat in dat volgende compartiment wel een seriemoordenaar en dat is toch vervelender. Maar ik begreep de ergernis. We hadden vanaf het Centraal Station al een Engels sprekende Duitser moeten verduren, die zijn orderportefeuille een internationale impuls probeerde te geven. Kent u het Engels van Duitsers? Het is alleen leuk als John Cleese het nadoet.

De gsm heeft ons leven in korte tijd ingrijpend veranderd. Ik ken de voordelen, zeker in bepaalde beroepen, maar ik zie net als koningin Elizabeth ook grote nadelen.

Wie vindt dat ook het openbare leven momenten en plekken van rust moet kennen, voelt zich tegenwoordig niet meer op zijn gemak in treinen, parken en gebouwen. Alsof de laatste plekjes Veluwe buiten de deur telkens door een bulldozer worden geplet.

Ik hield van de betrekkelijke rust van het treinreizen, maar dat is voorbij, en vermoedelijk voorgoed. Een boek krijg je er niet meer gelezen, zelfs een krant lukt niet meer als zo'n mobielmaniak zich tegenover je posteert. Maar gewone gesprekken zijn toch ook hinderlijk, hoor ik wel eens tegenwerpen. Jawel, maar dat is toch anders – minder snerpend en doordringend, zeg maar rustig: heerszuchtig.

Wat te doen? Het voorbeeld van de Britse koningin navolgen. Behandel de mobiele beller als de sigarettenroker. Geef hem zijn eigen ruimten. Bijvoorbeeld belcoupés in treinen. Vaardig duidelijke belverboden uit voor vergaderingen en andere bijeenkomsten. Als ik straks in mijn kist lig, wil ik de begrafenisondernemer niet horen zeggen: ,,Hallo? Hij komt eraan.''