Limburger bestaat niet

Het is anders dan we tot nu toe dachten. Eén Limburgs volk bestaat niet en de eenheid in Limburg is kunstmatig. Dat stelt dr. Carla Wijers in een artikel in het jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg. Daarin belicht ze de Limburgse identiteit, of beter: het ontbreken ervan.

Het wordt tijd voor een ontmythologisering van `de Limburgse identiteit'. De voorkomende volkscultuur blijkt niet typisch Limburgs maar verwant aan regio's in Duitsland en België. Er is geen typisch Limburgse kleding, geen typisch Limburgs eten en het carnaval is overgenomen van het Rijnland. Wijers ontkracht de Blut und Boden-theorie. Niets is exclusief Limburgs en Limburgers kunnen niet claimen dat iets alleen van hen is. Het ontbreekt aan gemeenschappelijke cultuurelementen zoals taal (dialecten zijn er in een paar honderd variaties), feesten en rituelen. De Limburgers hebben ook geen gemeenschappelijke staatkundige traditie. Regionale banden waren en zijn sterker dan provinciale banden.

Maar het stereotiepe beeld wil dat er toch een eigen levensbeschouwing en mentaliteit is. De Limburger als levenskunstenaar. Het is een misvatting. Volgens Wijers is er tot op de dag van vandaag in de perceptie van menig Limburger een onoverbrugbare culturele afstand tussen Venlo en Maastricht.

Vreemd dan toch dat er bij Limburgers wel een `wij-gevoel' bestaat. Dat blijkt vooral uit een gemeenschappelijk afzetten tegen een `zij-groep', de westerlingen, `de Hollanders' in de volksmond. Dat brengt de auteur op de tegenstelling noord-zuid. Wijers citeert volkskundige prof. dr. J. Schrijen die in zijn boek Nederlandsche Volkskunde (1915) de Noord-Nederlander typeert als bedachtzaam, `meer een man van ernst dan van fantasie', maar wel met ondernemingsgeest. Daartegenover plaatste hij de zuiderling, met meer geestdrift en bezieling, een ruimere gastvrijheid en `de vreugde luidruchtiger, niet zelden leidend tot uitgelatenheid en buitensporig genot.' Limburgers zijn, zo schreef Schrijen, de Italianen van ons land. Veel luchthartiger en vrolijker, en rijker van geest dan Hollanders. Dat Schrijen zelf Limburger was, mag niet verbazen.

Het beeld van Schrijen past in het beeld van noord versus zuid. Het is overal hetzelfde: Noord-Frankrijk tegenover Zuid-Frankrijk, Noord-Italië tegenover Zuid-Italië, Noord-Europa tegenover Zuid-Europa. Telkens is het noorden hardwerkend, rationeel en betrouwbaar. Het zuiden romantisch, gevoelvol en onbetrouwbaar.

Dan is er ook nog de universele centrum-periferie tegenstelling. Het centrum (de Randstad) geldt als modern, geciviliseerd en vernieuwend. De periferie (Limburg, maar ook andere uithoeken) als achtergebleven en traditievol. De provinciale VVV speelt hier op in. Een folder waarin Limburg wordt aangeprezen vertelt over de glorie van de veldkruizen, vakwerkhuisjes en de van oudsher bekende gemoedelijkheid.

Carla Wijers ontkent een Limburgse identiteit, al zijn er dus wel stereotiepe noord-zuid en ook centrum-periferie beelden. Toch beseft ze dat Limburgers een warm gevoel krijgen bij het horen van hun `volkslied' (`bronsgroen eikenhout'). In Limburg blijkt vreemd genoeg wel een zelfbeeld te bestaan waarin gemeenschappelijke kenmerken worden gezien. Door het dialect, en de manier waarop ze in het leven staan, `In één hand een rozenkrans, in de andere hand een glas bier'. De Limburgse mentaliteit – die zou er dan toch zijn – is volgens Wijers mede gevormd door de monopoliepositie van de rooms-katholieke kerk en de vele grenscorrecties uit het verleden.

Carnaval is het moment waarop de rijen zich sluiten. Bij een geboren en getogen Limburger zit carnaval in het bloed. Het volksfeest versterkte het provinciaal gemeenschapsgevoel. Limburg voelde en voelt zich soms nog achtergesteld bij het westen. Wijers: ,,In het wordingsproces van de provincie Limburg als eenheid is het gezamenlijk afzetten tegen `buitenstaanders', in casu `de Hollanders', een bindend element.' Met de opleving van carnaval eind jaren zestig vond een afbakening plaats van de grenzen van de eigen identiteit. Tijdens carnaval is er een gemeenschappelijke `tegengroep', de Hollanders. Op zo'n moment zijn Maastrichtenaren, Roermondenaren en Venlonaren Limburgers. Een eenheid onder de narrenkap.

Maakbaar Limburg. De constructie van een samenleving in een eeuw van uitersten. Jaarboek Sociaal Historisch Centrum voor Limburg (ISBN 90-74142-14-1).