Joegoslavië krijgt financiële hulp

De internationale financiële instellingen hebben vandaag een eerste concrete toezegging gedaan dat de republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) hulp krijgt en weer wordt geïntegreerd in de Wereldbank en de Oosteuropabank (EBRD).

Dat heeft de president van de EBRD, Jean Lemiërre, vanochtend in Parijs meegedeeld. Hij deed dit voor aanvang van de eerste vergadering van het Hoge Comité voor het bestuur van de Balkan-landen sinds de nieuwe Joegoslavische president Vojislav Kostunica aan de macht kwam. Het Hoge Comité coördineert de hulp aan de Balkan-regio. Van dit comité zijn de ministers van Financiën van de G8, de acht rijkste industrielanden, en bestuurders van het IMF, de Wereldbank en de EBRD lid. Voor zijn terugkeer in de internationale financiële organisaties en om aanspraak te maken op hulp van de Europese Unie moet Joegoslavië eerst een regeling treffen voor herfinanciering van zijn achterstallige schulden aan deze instellingen. Die belopen nu zo'n 1,7 miljard dollar bij de Wereldbank en 200 miljoen dollar bij de Oosteuropabank (EBRD).

Bij het Internationaal Monetair Fonds staat Joegoslavië bovendien voor 130 miljoen dollar in het krijt, maar die schuld wordt afgelost in het kader van leningen die zijn verschaft door de EBRD. Volgens Jean Lemiërre kan Joegoslavië eind dit jaar weer toetreden tot de EBRD. In het eerste kwartaal van 2001 zal de bank weer meedoen aan de financiering van projecten in het land.

,,Wat ik graag zo snel mogelijk van de grond zou willen krijgen, is een nieuw systeem voor de financiering van het midden- en kleinbedrijf'', aldus Lemiërre, ,,want dat is een belangrijk en goed functionerend netwerk in de Joegoslavische economie.'' Op 12 december komen de donorlanden van Joegoslavië in Brussel bijeen voor de coördinatie van dringende hulp.