Islamieten sturen `invitatie' om te breken met Israël

Wat kunnen de leiders van de 1,2 miljard moslims in de wereld doen voor de Palestijnen? In Qatar, waar zij de afgelopen dagen bijeen waren, werd een compromis gesloten waarin ieder het zijne kan vinden.

Dat Israël alle schuld heeft aan het huidige conflict met de Palestijnen, daarover hoefden de deelnemers aan de top van de Islamitische Conferentie Organisatie (ICO) de afgelopen dagen niet te discussiëren. De retoriek was bloedstollend. Maar hoe verder? Heilige oorlog, of doen alsof de neus bloedt?

In het Arabische Golfstaatje Qatar, waar de top van de 56 landen met een islamitische meerderheid werd gehouden, heerste daarover de afgelopen dagen grote verdeeldheid. Hoe groter een club hoe machtelozer, als gevolg van de onvermijdelijk tegengestelde belangen. Afrikaanse, Arabische en Aziatische landen maken deel uit van de ICO, een mengelmoes van arm en rijk, met alleen de islam als bindmiddel. En dat is veel te weinig. Het resultaat was dus een compromis dat elke deelnemer naar believen kon uitleggen. Dat enkele weken geleden de veel kleinere en homogenere Arabische top al niet verder was gekomen, was een teken aan de wand geweest.

Een jihad, heilige oorlog, werd bepleit door landen als Irak en Sudan, die zich graag voordoen als pleitbezorger voor de onderdrukte massa's, maar vooral om zo de gevestigde orde tegen de schenen te schoppen. Dat kunnen de meeste andere landen zich niet permitteren, als ze het al zouden willen, wegens de economische noodzaak van goede betrekkingen met het Westen, in het bijzonder de Verenigde Staten. Het andere uiterste, openlijk niets doen, was even onmogelijk. Israël bezet uiteindelijk (overwegend) islamitisch land, waaronder (Oost-)Jeruzalem dat de op twee na heiligste islamitische plaatsen herbergt.

Tussen deze twee uitersten in lag het drukmiddel van verbreking of opschorting van de betrekkingen met Israël, die heel wat islamitische landen de laatste jaren hebben aangeknoopt of uitgebouwd. Verscheidene Arabische landen hadden in de afgelopen weken die banden al bevroren als blijk van solidariteit met wat de Palestijnse leider Arafat zondag in Qatar betitelde als de ,,Opstand van waarheid en gerechtigheid''. Marokko, Tunesië en Oman hadden het goede voorbeeld gegeven: wie zou volgen? Aftredend voorzitter Iran, dat overigens zelf geen officiële banden met Israël onderhoudt, eiste een volledige breuk met Israël, inclusief handelsboycot, ter ondersteuning van de Palestijnen, die ,,actie, geen woorden'' hadden geëist.

Qatar zelf had daar grote moeite mee. Pas nadat de leiders van Iran en Saudi-Arabië hadden gedreigd niet naar Doha te komen als de Israëlische handelsvertegenwoordiging niet werd gesloten, ging het Qatarese regime door de knieën. Het zou ook wel een heel opmerkelijke vertoning zijn geweest: een discussie over verbreking van de betrekkingen met Israël in een land dat het niet nodig had geacht die relaties te verbreken.

Maar Jordanië, Egypte en Mauretanië, de enige Arabische landen met volwaardige diplomatieke betrekkingen met Israël, waren niet van plan hun banden te heroverwegen. Zij krijgen belangrijke Amerikaanse ofwel Israëlische hulp en de toestand van de Palestijnen moet wel aanzienlijk verslechteren voor zij deze betrekkingen verbreken. Hun argument was dat verbreking van hun banden de Palestijnse zaak niet zou dienen. Nu kunnen zij een diplomatieke oplossing helpen vinden, zeggen zij.

Dat zelfs Arabische landen aan hun betrekkingen met Israël vasthielden, was voor veel Afrikaanse en Aziatische landen reden een bindend besluit uit de weg te gaan. Het resultaat was uiteindelijk een niet-bindende resolutie die de lidstaten met banden met Israël ,,uitnodigt'' deze te verbreken. Aanvankelijk was het woord ,,eist'' gebruikt, maar dat ging met name de Afrikaanse landen nog te ver.

Verscheidene leiders ontbraken op de top, onder wie de Saudische koning Fahd, die oud en ziek is, en de Iraakse president Saddam Hussein, die om veiligheidsreden nooit reist. Het meest opvallend echter was de afwezigheid van de leiders van het altijd een voortrekkersrol begerende Egypte, van Marokko – toch voorzitter van het invloedrijke Jeruzalem-comité – en van Bahrein. Dat had niets met Israël te maken. De emir van Bahrein bleef weg wegens een territoriaal geschil met Qatar. Egypte en Marokko hebben grote ruzie met de naar Arabische maatstaven zeer onafhankelijke televisiezender Al-Jazeera, die in Qatar is gevestigd. Dat bracht de Qatarese minister van Buitenlandse Zaken vorige week tot de verzuchting dat ,,velen meer verheugd zouden zijn geweest over sluiting van Al-Jazeera dan over een breuk met Israël''.