In `protectoraat' Bosnië is democratie een aanfluiting

Het ach en wee kan beginnen: bij de verkiezingen in Bosnië lijken de nationalistische partijen te hebben gewonnen, de Servische Democratische Partij (SDS) bij de Bosnische Serviërs, de Partij van Democratische Actie (SDA) bij de moslims en de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ) bij de Bosnische Kroaten. ,,Na vijf jaar en vijf miljard dollar hebben we niets bereikt. We zijn terug bij af,'' concludeerde James Lyon van de Balkan-denktank International Crisis Group. Het lijkt er op. Alle pogingen van de internationale gemeenschap om `gematigde' partijen te steunen hebben niets opgeleverd.

Vijf jaar nadat `Dayton' een einde maakte aan de oorlog, Bosnië onder internationaal bestuur werd geplaatst, vele internationale organisaties, met 50.000 hulpwerkers en 35.000 soldaten van de vredesmacht SFOR neerstreken en de geldkraan wagenwijd open werd gezet lijken de resultaten bedroevend. De economie is een drama: de helft van de bevolking is werkloos, investeerders lopen met een boog om Bosnië heen en maar drie procent van de staatsbedrijven is geprivatiseerd. Vluchtelingen zijn slechts mondjesmaat naar hun woonplaatsen teruggekeerd. De etnische gemeenschappen voeren geen oorlog meer, maar van verzoening of toenadering is geen sprake. Van de Bosnische Kroaten toog zaterdag 71 procent naar de stembus voor een (illegaal) referendum; van hen stemde 98,96 procent voor een eigen entiteit, want met de moslims in één federatie – dat willen ze net zo min als in 1994, toen ze in die dwangbuis werden gedwongen.

Toch schuilt er iets oneerlijks in de analyse dat `de nationalisten' – lees: de oorlogspartijen – weer hebben gewonnen en dat het politiek `dus' niet beter gaat. Bosnië is geen normaal land. Het is al vijf jaar als onofficieel protectoraat een laboratorium van de internationale gemeenschap, waarin een land dat daar niet toe in staat wordt geacht, wordt geleerd wat democratie en verzoening inhouden. Bosnië is het epicentrum van interventionisme. De internationale gemeenschap, in de persoon van Wolfgang Petritsch, heeft er absolute macht – wetgevend zowel als uitvoerend – en verkiezingen zijn dan ook geen verkiezingen, maar opgetuigde opiniepeilingen, zoals parlementen en regeringen geen parlementen en regeringen zijn, maar organen die moeten doen wat Petritsch wenst. Doen ze dat niet, dan wordt hun die wil opgelegd. Wie niet spoort, wordt ontslagen en wat de Bosniërs zelf willen, is irrelevant. De plaatsvervanger van Petritsch' voorganger Carlos Westendorp zei eens: ,,Ik ben simpelweg niet geïnteresseerd in wie wat wil. Wij dicteren wat er gedaan wordt. We besteden gewoon geen enkele aandacht aan diegenen die dwarsliggen.''

De internationale gemeenschap trok na 1995 Bosnië binnen met twee taken: wederopbouw en democratisering. Maar Petritsch, en voor hem Westendorp, hebben zich geconcentreerd op de wederopbouw, en de democratisering laten sloffen. Aan de opbouw van levensvatbare zelfbesturende organen is men niet toegekomen. Bosnische instanties worden eerder ondermijnd dan opgebouwd op basis van de veronderstelling dat democratie kan worden geleerd, dat democratie en verzoening kunnen worden opgelegd en dat de Bosniërs zelf niet beschaafd en pienter en rationeel genoeg zijn om zichzelf te regeren.

Daarbij wordt alleen in zwart en wit geredeneerd. De `nationalisten' – de SDS, de SDA en de HDZ – zijn zwart, en hun rivalen zijn wit. Door dik en dun steunt Petritsch in de Servische Republiek premier Milorad Dodik, hoewel Dodik een corrupte, impopulaire en incompetente blunderaar is die door het parlement allang is weggestemd. Omgekeerd bestempelt Richard Holbrooke de SDS, de partij die door Radovan Karadzic is gesticht, als ,,een organisatie van criminelen'' (oorlogsmisdadigers) ,,die erop uit is Bosnië te verdelen''. Die opmerking is onwaar (de SDS is meer dan een verzameling oorlogsmisdadigers), ze is ook misplaatst (er zitten oorlogsmisdadigers in álle grote Servische, Kroatische en moslimpartijen in Bosnië, zonder uitzondering) en ze is ook nog onwijs. Immers, de opmerking suggereert dat de SDS niet aan de verkiezingen zou mogen deelnemen, maar omdat de partij zich aan de regels houdt kon Petritsch deze ,,organisatie van criminelen'' niet weren.

Vijf jaar lang heeft de internationale gemeenschap de Bosniërs zelf geen grein soevereiniteit, autonomie of zelfbestuur toegekend. Daarmee miskent ze de situatie van de Bosniërs. De nationalisten weten allang dat Bosnië niet op te delen is – nu in Zagreb en Belgrado fatsoenlijke regimes zijn aangetreden weten ze het zelfs beter dan ooit. In de SDS heeft al drie jaar niemand meer voor aansluiting bij Joegoslavië gepleit en de roep van de Kroaten om een eigen entiteit is een vlucht naar voren van een partij, de HDZ, die met Franjo Tudjman haar patroon kwijt is.

Petritsch cs. beoordelen de `nationalisten' al te zwart-wit. Men kan een Bosnische Serviër niet kwalijk nemen dat hij bang is in een eenheidsstaat slachtoffer te worden van het overwicht van moslims en Kroaten, en daarom SDS stemt, en men kan een Bosnische Kroaat niet kwalijk nemen als hij aansluiting zoekt bij volksgenoten aan de andere kant van de grens en daarom HDZ stemt. Die partijen behartigen simpelweg zijn belangen beter. Bovendien zijn SDS, SDA en HDZ meer dan politieke partijen. Als `de' partijen van hun etnische gemeenschappen hebben ze gerespecteerde mensen in huis die de problemen van de gewone burger kennen. Ze controleren lokale netwerken en bieden die burger – die geen economisch perspectief heeft – toegang tot schaars werk, schaarse spullen, en schaarse veiligheid.

In Bosnië zal politiek pas iets veranderen als de internationale gemeenschap de Bosniërs zelf meer autonomie en beslissingsrecht geeft: dan zullen ze pas echt kunnen kiezen. Nu maakt die internationale gemeenschap van het begrip democratie een aanfluiting: in Bosnië is democratie niet de uitkomst van een beslissing van het volk, maar een proces van voldoen aan van boven en van buiten opgelegde doeleinden.

Peter Michielsen is redacteur van NRC Handelsblad