Falen networks schaadde geloofwaardigheid pers

De chaos tijdens de verkiezingsnacht vorige week in de VS was voor een groot deel te wijten aan de tv-stations. Deskundigen maken een week na dato de balans op. ,,Toen één blunder was gemaakt ging iedereen onderuit''.

De grote Amerikaanse tv-stations (ABC, NBC en CBS) hebben maandenlang weinig aan de presidentsverkiezingen gedaan en toen het zo ver was in de nacht van 7 november twee keer ten onrechte een winnaar aangekondigd. Daarmee hebben zij het Amerikaanse publiek een slechte dienst bewezen en het politieke proces vérgaand beïnvloed.

Die mening wordt gedeeld door deskundigen van een aantal instituten die de verhouding tussen media en politiek in de Verenigde Staten bestuderen. Zij constateren dat de networks om te bezuinigen het peilen van de opinies van de kiezers op de verkiezingsdag hebben gebundeld. Maar uit concurrentieoverwegingen zijn zij ieder voor zich hun best blijven doen als eerste de uitslagen te voorspellen. Daardoor hebben de networks collectief voorbarige conclusies getrokken en zich urenlang overgegeven aan slechte journalistiek.

Marvin Kalb, die een bekend politiek redacteur van CBS en NBC was, leidt nu in Washington het Joan Shorenstein Center on the Press, Politics and Public Policy van Harvard University. Hij zegt: ,,Het is een geweldige klap voor de geloofwaardigheid van de televisie en de journalistiek in het algemeen in Amerika. Lieden die nu de networks bezitten [Disney, Viacom en General Electric – red.] kijken naar het nieuws en vragen wat het oplevert. Het gevolg was de oprichting van de Voter News Service, de enige nieuwsbron van alle networks én alle kranten als het gaat om exit polls. Alleen de Los Angeles Times doet daar niet aan mee. Toen bij de Voter News Service vorige dinsdag een blunder werd gemaakt, verspreidde die zich als een virus. Iedereen ging onderuit.''

In de loop van de verkiezingsnacht riepen ook The New York Times, USA Today en een reeks regionale kranten de Republikeinse kandidaat Bush tot de winnaar uit. De Times kon na 115.000 exemplaren de persen stoppen en een voorzichtiger voorpagina inlassen; bij een oplage van 1,1 miljoen krijg je dan nog veel goede kranten op straat.

De LA Times en The Washington Post hoorden bij de grote kranten die niet voor de verleiding bezweken om op de feiten vooruit te lopen.

Ron Nessen, voormalig Witte Huis-correspondent voor NBC en woordvoerder van president Ford, en nu vice-president communications van de Brookings Institution in Washington zegt: ,,Wij dreigen er aan te wennen dat de politiek steeds meer wordt bepaald door de toon van de media. Vanaf het moment dat de networks en kabel-tv-kanalen als Fox en CNN George W. Bush uitriepen tot winnaar van de verkiezingen in Florida en daarmee in de Verenigde Staten, was de politieke werkelijkheid geschapen. Gezien de nasleep die we inmiddels beleven, kun je zeggen dat de media meer dan ooit medeverantwoordelijk zijn voor wie de volgende president wordt.''

In de bewogen verkiezingsnacht van 7 november werd de Democraat Al Gore om acht uur door de televisie uitgeroepen tot winnaar in Florida. Dat gaf hem een duidelijke kans op het presidentschap. De Republikeinse kandidaat George W. Bush ontbood daarop de camera's in zijn ambtswoning in Austin, Texas. Hij zei geheel andere informatie te hebben over Florida en Pennsylvania (ook aan Gore gegund door de omroepen). Het was een opwekking van zijn kiezers aan de Westkust waar de stembussen nog open waren.

Enige tijd later herriepen de tv-stations één voor één hun Florida-voorspelling. De aantallen getelde stemmen verschilden opeens te weinig. Maar even na twee uur `s nachts kondigden zij opnieuw een winnaar aan: nu was Bush de gelukkige. In de twee uur die volgden werd hij op alle schermen als de 43ste president van de Verenigde Staten bejubeld. De mythe kreeg vleugels. Gore wenste hem telefonisch geluk. Den Haag en vele hoofdsteden stuurden bloemen. Tot ook dat felicitatieregister werd ingetrokken. Opnieuw werd Florida `too close to call' verklaard. Gore, die op het punt stond zijn nederlaag publiekelijk te erkennen, belde Bush dat hij zijn eerdere boodschap introk.

Vanaf dat moment heerste in Amerika enige dagen het beeld dat Bush van zijn rechtmatige overwinning was beroofd. Gore moest opboksen tegen de indruk dat hij alles deed om onder zijn onafwendbare nederlaag uit te komen. Ook hem goed gezinde kranten als The New York Times en The Washington Post schreven dat hij maar snel als een staatsman zijn verlies moest nemen. Dit weekeinde sloeg de publieke opinie om toen Bush naar de rechter stapte en het met de hand hertellen van de stemmen in Palm Beach en andere districten wilde laten verbieden.

De networks zijn inmiddels weer terug op normaal. Hun belangstelling voor wat de kandidaten te zeggen hadden, was tijdens de campagne zo gering dat George W. Bush op bezoek bij David Lettermans late avond-show meer zendtijd kreeg dan in alle nieuwsprogramma's op de drie networks in de hele maand oktober. De kandidaten lijken zich te hebben neergelegd bij die verdwijnende aandacht van de grote drie: zij migreerden naar de uren buiten prime time, waar de traan en de lach domineren. Twintig miljoen Amerikanen volgden de verkiezingsnacht via de nieuwsprogramma's van drie networks. De reactie van die drie op hun eigen blundernacht was nogal verschillend. ,,Als u van ons walgt, kunnen we u geen ongelijk geven'', zei Dan Rather van CBS na de tweede schuiver. Hij was de avond begonnen met de plechtige verklaring: ,,We zullen misschien niet de eerste zijn om winnaars aan te wijzen, maar als we het doen kunt er mee naar de bank gaan''.

DOSSIER AMERIKAANSE VERKIEZINGENwww.nrc.nl