Belgen: geen `lijkenpikkerij' in Britse loopgraaf

,,Mijn vrouw vond het maar niets dat ik met rommel thuiskwam uit de Eerste Wereldoorlog. Tot ik deze gouden ring vond.'' Tussen dozen vol identificatieplaatjes en halfvergane soldatenkistjes toont een jonge Vlaamse amateur-archeoloog een gouden ring die, zegt hij, toebehoorde aan een Britse soldaat die tussen 1914 en 1918 in de loopgraven bij Ieper sneuvelde. ,,Is dat allemaal te koop?'' vraagt de Britse journalist die het gesprek stiekem filmt. ,,Oh ja'', zegt de Vlaming, ,,alles is te koop.''

Dit is een van de meest belastende fragmenten uit een documentaire die het Britse kanaal ITV zondag uitzond over Belgische `lijkenpikkers' in Boezinge, bij Ieper. Grafschennis en diefstal van persoonlijke eigendommen, dat zijn nog de keurigste beschuldigingen die de Britse media sindsdien het Kanaal over slingeren met zó veel intensiteit, dat de Belgische overheid op verzoek van de Britse minister van Defensie ijlings onderzoek gaat doen naar de activiteiten van een groep Vlaamse amateur-archeologen die sinds 1992 de stoffelijke resten van 104 soldaten heeft opgegraven die sneuvelden bij de slag om Boezinge.

De groep, die zichzelf de Diggers noemt, spit als een razende een Britse loopgraaf uit voordat die onder een laag beton voor een gloednieuw industrieterrein verdwijnt. Er zou veel te vinden zijn, want hier gebruikten de Duitsers voor het eerst het dodelijke mosterdgas.

Volgens ITV houdt niemand toezicht op de Diggers. Die zouden allerlei dingen in hun zak steken en verkopen, zoals identificatieplaatjes van Britse soldaten van wie de nazaten alleen weten dat ze `vermist' zijn. Dat ligt gevoelig, dus. `Schandaal!', schreven Britse kranten gisteren dan ook. `Verraad!'

De Diggers zijn zich van geen kwaad bewust. ,,Wij volgen alle wettelijke voorschriften. Als we stoffelijke resten aantreffen, verwittigen we de Rijkswacht die de verdere ontgraving bijwoont'', zegt Aurel Sercu, een van hen. Volgens hem is er één identificatieplaatje gevonden van een Fransman. ,,De Britten hadden die in het begin van de oorlog niet. Ze kregen later kartonnen plaatjes, die door de jaren verrotten.''

In 1998 gingen ,,onverlaten'' aan de haal met gevonden voorwerpen, bekent hij. Maar de Diggers zelf zouden alles afstaan aan de Commonwealth War Graves Commission of het In Flanders Fields Museum. In dit museum in Ieper werd gisteren trouwens toevallig een expositie afgesloten met verroeste veldmokken, laarzen, wapens en andere vondsten. ,,Very impressive'', vonden talrijke Britse bezoekers dat.