Wethouder Dales laakt kunstcritici

De Amsterdamse wethouder van Financiën Geert Dales (VVD) heeft vrijdag bij de uitreiking van de Jan Bart Klasterprijs voor de kunstkritiek in de hoofdstedelijke Rietveld Academie het vak van beeldende kunstcriticus dermate gelaakt dat een aantal mensen de zaal uit verontwaardiging heeft verlaten.

Dales, die voor zijn wethouderschap directeur was van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, noemde de artikelen over beeldende kunst die in de dag- en weekbladen en tijdschriften verschijnen `onleesbaar', `vaag' en `cryptisch'.

`Kunstgezwatel', zo citeerde Dales Gerrit Komrij uit zijn Brandende Kwestie (1982); een `slecht betaald' vak `voor pas afgestudeerde kunsthistorici (tweedehands scheppers)'.

Critici maken, aldus Dales, de verwarring en onzekerheid in de beeldende kunstwereld `alleen maar groter door in nevelen gehuld taalgebruik, een sterke neiging tot identificatie met de kunstenaar en het ontwijken van heldere oordelen'.

`Het is maar goed ook', aldus Dales, dat er voor kunstcritici `geen opleidingsmogelijkheden, beurzen en subsidies' bestaan.

Camiel van Winkel, de winnaar van de Jan Bart Klasterprijs, zei in zijn dankwoord: ,,Vijftig jaar geleden werd in burgerlijke kringen vaak de draak gestoken met de moderne kunst. Nu niet meer. Onder meer omdat de beeldende kunst zich daar zelf niet meer voor leent. In plaats daarvan is het bon ton geworden om de draak te steken met de kunstkritiek, maar het zijn nog steeds dezelfde bekrompen burgermannetjes die zich daarmee verraden.''