Strijd binnen LDP bedreigt positie van Japanse premier

In Japan dreigt een regeringscrisis nadat premier Yoshiro Mori de steun heeft verloren van een belangrijk deel van zijn eigen Liberaal Democratische Partij (LDP). ,,Ons land gaat naar de verdommenis met de huidige regering van Mori'', zei Kato Koichi, de grootste rivaal van Mori binnen de LDP, dit weekeinde.

Kato's oorlogsverklaring kan het einde betekenen van Mori's bewind, dat wegens diverse blunders van de premier al langer onder vuur ligt. Kato Koichi zegt te ,,sympathiseren'' met een motie van wantrouwen die de oppositie binnenkort wil indienen. Als Kato en zijn volgelingen in het parlement met de oppositie mee zouden stemmen, is het einde van Mori's regering zeker.

,,Dit is het begin van een lang, groots drama'', zei Kato het afgelopen weekeinde. Hij houdt zich overigens nog op de vlakte over zijn stemgedrag. Volgens Kato zegt ,,70 tot 80 procent van de bevolking `nee' tegen deze regering''. Dit cijfer blijkt uit recente opiniepeilingen van diverse media. Politici houden immer een nauw oog op deze peilingen en een steun van slechts 15 tot 20 procent van de kiezers voor premier Mori is een schrikbarend laag cijfer.

Binnen de LDP is een aantal facties permanent verwikkeld in een stammenstrijd. Mori en Kato leiden allebei hun eigen factie. Als Kato zijn steun aan Mori opzegt, betekent dat het verlies van 44 stemmen in het 480 leden tellende Lagerhuis als de motie van wantrouwen van de oppositie aan de orde komt.

Kato is allang uitermate kritisch over het beleid van Mori. De LDP is niet gebaseerd op een gemeenschappelijke maatschappijvisie. Kato richt zijn pijlen vooral op de hoge overheidsuitgaven van Mori om de economie draaiende te houden. Deze uitgaven hebben ertoe geleid dat de totale publieke schuld dit jaar oploopt tot 130 procent van het bruto binnenlands product. Dit is een absoluut record in de geïndustrialiseerde wereld en Kato meent dan ook dat de bodem van de schatkist in zicht is.

De huidige situatie lijkt op 1993 toen een deel van de LDP onder leiding van Ichiro Ozawa een motie van wantrouwen steunde en vervolgens de partij verliet. Dit leidde tot de eerste niet-LDP-regering sinds 1955. In een jaar tijd had de LDP de regeringsmacht echter terug.

Kato zegt tot dusver niet te denken aan het verlaten van de LDP, maar het is de vraag of hij zich kan handhaven binnen die partij. De oppositionele Democratische Partij lonkt allang naar Kato. In discussies over beleid zijn Kato en leiders van de Democratische Partij het opvallend vaak met elkaar eens.

Mori werd in april van dit jaar tot premier gekozen als opvolger van Keizo Obuchi, die was getroffen door een beroerte en een maand later overleed. Bij verkiezingen in juni leed de LDP groot verlies en raakte zij de meerderheid in het Lagerhuis kwijt.