Sokolov bedrijft de liefde met de piano

`Zwak en meer voor vrouwen', oordeelde de rijpere Schumann over zijn lieflijke Arabeske in C uit 1838. Maar in de verinnerlijkte muzikale klankwereld van meesterpianist Grigory Sokolov wordt zwakheid als vanzelf universele tederheid. Voor deze Russische grootmeester aan het klavier, staat pianospelen gelijk aan het bedrijven van de liefde met zijn geliefde, de vleugel, die hij beschouwt als een levend wezen. Bij zijn superieure minnekozen gaat hij uit van de onuitputtelijke klankmogelijkheden van de vleugel. Iedere mogelijke nuance in klank wordt aan zijn instrument onttrokken, behalve alles wat grof besnaard en ordinair zou zijn.

Klinkt Schumanns Arabeske in minder subtiele uitvoeringen al gauw als een innemend `salonstuk', Sokolov en zijn partner veranderden deze muziek in een glashelder stemmenweefsel vol vrouwelijke én mannelijke kleurschakeringen.Prachtig van opbouw en klank klonken ook de drie Novelettes (in D, op 21 nr. 2; in E, op. 21 nr. 7 en in fis, op. 21 nr. 8) van Schumann, waarin contrasterende stemmingswisselingen in elkaar overvloeiden als kringen op golvend water, waarmee het zonlicht een betoverend spel speelt. Zoals golven opborrelen uit het wateroppervlak, terwijl dat oppervlak in wezen aan zichzelf gelijk blijft, zo weet Sokolov de kunst van het rubato op hoofse wijze te verfijnen tot een deinen van het ritme, een opzwellen en weer afnemen aan de oppervlakte van het muzikale universum, waarmee hij op volstrekt natuurlijke wijze een extra dimensie aan de muziek toevoegt.

Met kameleontische vanzelfsprekendheid past Sokolov zijn magische klankwereld aan aan de componist die hij uitvoert. Alsof hij met dezelfde verf verschillende schilderstijlen beoefent, terwijl het resultaat toch altijd onmiskenbaar zijn eigen, hoogst persoonlijke signatuur draagt. Een bijna egoloze empathie is bepalend voor de schoonheid van zijn vertolkingen.

De legendarische pianist Afred Cortot omschreef de Prélude, Choral et Fuge van César Franck als 'De smeekbede van een gelovige en het antwoord van de hemel'. Sokolov pendelde als het ware heen en weer tussen beide werelden, met een sublieme en onorthodox religieuze dialoog als reslutaat.

Met zijn keuze van tien Mazurka's van Chopin stelde Sokolov zijn concertpubliek behoorlijk op de proef, omdat hij vooral opteerde voor de meer beschouwelijke, zachtjes mijmerende en intens weemoedige opusnummers. Chopin heeft zijn hele leven de kunst van de mazurka, van origine een gestyleerde Poolse dans, bedreven. Zelf stond hij erom bekend met zijn linkerhand op onbuigzame wijze het ritme vast te houden, terwijl hij zich met rechts fascinerende vrijheden veroorloofde. Sokolov pakte het anders aan en permitteerde zich zowel links als rechts ultieme vrijheden, maar wel binnen een samenhangende wereld van wonderschone klankpoëzie.

Concert: Grigory Sokolov (piano). Gehoord: 12/11 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 13/11 Arnhem; 14/11 Nijmegen; 15/11 Tilburg.