Roman

Je hoort soms sombere geluiden over de roman in het algemeen en de Nederlandse roman in het bijzonder, maar intussen verschijnt er meer interessants dan ik kan bijhouden. Volgens V.S. Naipaul loopt de roman op zijn laatste benen, en Philip Roth beweert dat de lezer verdwijnt. Ik lees het met meer aandacht dan eerbied en ik denk: zouden die heren misschien bang zijn dat zij over hun hoogtepunt heen zijn?

Wat betreft de Nederlandse roman had ik voor de maand november al twee boeken ingepland: Ik omhels je met duizend armen van Ronald Giphart en De dood van Maarten Koning van J.J. Voskuil. Daar kwam gistermiddag opeens een boek bij: Eten met Emma, de nieuwe roman van Herman Koch.

Koch kwam gistermiddag in Carnac aan de Amsterdamse Bloemgracht een paar uurtjes praten over zijn nieuwe boek. Hij bleek een onderhoudende, (zelf)spotzieke causeur die geen vraag uit de weg ging. Zoals bekend, willen de bezoekers van dergelijke bijeenkomsten vooral één ding weten: is het echt gebeurd? De meeste schrijvers beginnen bij die vraag diep te zuchten, maar Koch gaf het volk waar voor zijn geld. Ja, zijn eerste roman Red ons, Maria Montanelli over het Montessori Lyceum in Amsterdam Zuid was bijna helemaal autobiografisch geweest (,,Zelfs de namen van de leraren kloppen, ik heb ze alleen een ander vak gegeven, maar dat was om juridische redenen.'') Hij voegde eraan toe dat Eten met Emma niet echt autobiografisch is. De eerste zin luidt: `Dit is een waargebeurd verhaal' maar dat is een ironische knipoog naar al die zelfbekentenisboeken van tegenwoordig.

Niettemin wilde hij wel toegeven dat er enkele uitgesproken autobiografische elementen in zijn boek zitten. In Eten met Emma kibbelt de hoofdpersoon, een beginnende schrijver, met zijn uitgever over het omslag en de flaptekst. Koch: ,,Bij mijn uitgeverij (Meulenhoff) zeiden ze: We hopen niet dat je er ons mee bedoelt. Ik zei: Natuurlijk niet!''

Ook de vaderfiguur bleek geheel naar Kochs leven getekend. Vervolgens begon hij enkele passages over die vader voor te lezen die zó hilarisch waren, dat ik het boek meteen was gaan lezen als ik niet dit stukje had moeten schrijven. De vader mocht zijn zoon graag tips inzake het versieren van vrouwen geven. ,,Een vrouw alleen in het museum is altijd ergens op uit.'' Zo had de vader in het Louvre 15 zalen achter een vrouw aangelopen.

Citaat: ,,Later zou ze hem bekennen dat ze al die vijftien zalen op hem had gewacht. Dat ze in stilte had gehoopt dat de lange man met het grijzende haar in het dure maatkostuum haar aan zou spreken. Wat hij dan zou zeggen deed er eigenlijk al niet zoveel meer toe. ,,Pas in haar appartement achter de Champs Elysées dacht ik opeens: Kan dit allemaal wel?'' zei mijn vader. ,,Een nog jonge echtgenote in Amsterdam. Een zoon van anderhalf... Hij keek mij recht aan. ,,Ik heb trek in een pilsje'', zei hij. ,,Jij ook?''

Einde citaat. Toen keek Koch ons ook recht aan en zei met een brede grijns: ,,Die zoon van anderhalf, dat was ik dus.''