Naar de rookmelder luisterde niemand nog

In Tilburg brandde vrijdag een pand waar zestig studenten woonden volledig uit. De brandveiligheid van studentenwoningen is een landelijk probleem.

,,Om negen uur hoorde ik mensen op de gang rennen, maar dacht dat die eikels geintjes aan het uithalen waren.'' Maar Fleur Schoenmakers, die vrijdagochtend pas om vijf uur in bed lag, had al snel door dat het ,,brand!''-geschreeuw geen studentengrap was. Haar kat Pleuntje zat namelijk op haar bed hard te miauwen – en dat doet ze anders nooit.

Kortsluiting veroorzaakte de brand in het studentenhuis aan de Goirkestraat in het Tilburgse centrum, afgelopen vrijdagmiddag. Niemand raakte gewond.

Elk jaar opnieuw branden studentenhuizen af – hoeveel precies is niet bekend –, en de verhalen zijn meestal die van onoplettendheid en gemakzucht. Zo brandde in januari 1998 een studentenhuis af in Schoonhoven. Eén van de vier bewoners had een kaars dicht bij gordijnen laten branden terwijl hij een bad nam. Minder dan twee weken daarvoor vatte een studentenhuis in Eindhoven vlam, waarbij 65 demente bejaarden die op andere verdiepingen in hetzelfde gebouw woonden, geëvacueerd moesten worden. In 1999 konden in de Utrechtse binnenstad vijftien studenten ternauwernood uit een brandende woning worden gered. De Utrechtse brandweer voerde daarop een steekproef uit, alle twintig bekeken panden waren brandonveilig. De praktijk van studentenhuizen leert dat vluchten bij brand lastig is, want de gangen staan vol fietsen of bierkratten. Als er al brandblussers hangen dan zijn ze oud of moeilijk te bereiken en rookmelders storen alleen maar.

Vorige maand constateerde de studentenvakbond USF dat één op de drie studentenhuizen in Utrecht een te groot brandrisico heeft. Staatssecretaris De Vries van Binnenlandse Zaken zei vorige maand in de Tweede Kamer dat de brandveiligheid in studentenhuizen een punt van zorg is. Volgens hem is behalve in Utrecht de situatie ook in Amsterdam, Rotterdam en Nijmegen slecht. Studentenwoningen zijn voor het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) een ,,groot zorgenkind''. De regelgeving – die per woonplaats verschilt – is volgens de NIBRA al ontoereikend, daarbij komt nog eens dat de handhaving ervan lastig is. ,,Studenten waarschuwen elkaar niet als er iets is'', zegt R. Hagen van de NIBRA, ,,Op het moment van brand is dat erg lastig.''

In het pand aan de Tilburgse Goirkestraat hingen wel rookmelders die de studenten moesten waarschuwen, maar die gingen volgens bewoonster Fleur Schoenmakers ,,ongeveer elke week tijdens het koken af''. De bewoners waren het geloei zat en haalden de batterijen uit de melders. ,,Maar zelfs al waren ze vanochtend afgegaan, dan nog had niemand ze serieus genomen.''

De brandweer zegt dat het pand voldeed aan de voorschriften, die in Tilburg door de brandweer voorgesteld worden en de gemeente dient te controleren. De vraag is of dat goed gebeurde. Volgens F. Willemsen van de Dienst Preventie van de brandweer had het huis, vroeger een oud klooster en sinds 1982 bewoond door zestig studenten, voldoende vluchtwegen, blusmiddelen en noodverlichting. A. Spierings van het gemeentelijke bouw- en woontoezicht zegt dat het pand vaak gecontroleerd werd, voor het laatst in april van dit jaar. Deze maand zou opnieuw controle plaats vinden. Spierings: ,,De eigenaar en bewoners van het pand deden alles om het veilig te houden.''

,,Onzin'', zegt bewoonster Schoenmakers. ,,De brandblussers zijn al jaren over datum, en alles is van hout. Onder de dakpannen lag stro, en toen ik een keer per ongeluk een gat in de muur trapte, vond ik daar kranten van honderd jaar geleden. Dit huis stond erop te wachten af te branden.''