Museumnacht was een groot succes

Een bal in de eregalerij van het Rijksmuseum. Het klinkt als een sprookje, maar zaterdagavond was het er. Over het parket was een lange, rubberen dansvloer neergelegd met aan het eind, zo'n tien meter voor de Nachtwacht, een podium voor dansleraren. Om half negen 's avonds leert een juichende menigte er tappen van een lief omaatje in body-stocking. Daarna wordt de vloer vrijgemaakt voor twee dansers van het Nationale Ballet, die een prachtig stukje Hans van Manen ten beste geven. Tussen de danssessies door klinkt Ella Fitzgerald, en wordt er gewoon kunst gekeken: naar de Nachtwacht natuurlijk, in het donker extra indrukwekkend, en naar de meesters in de zijvleugels, die 's avonds helaas in wit tl-licht baden. De bezoekers zijn jonger en lawaaiiger dan gebruikelijk, en ze komen nu eens uit Nederland in plaats van uit Amerika en Japan.

Met hun leren broeken en dreadlocks zijn ze afgekomen op de Museumnacht, de eerste nachtelijke openstelling van de musea van Amsterdam. De nacht is een initiatief van vier bevriende museummedewerkers. Een van hen maakte een museumnacht in Berlijn mee, en kwam terug met het idee om zoiets ook in Amsterdam te organiseren. Vier studenten van de Hogeschool boden hulp aan, er werd een hoofdsponsor gevonden en binnen een paar maanden kreeg het plan gestalte. De 32 deelnemende musea moesten hun eigen entreegelden financieren, en daarnaast speciale activiteiten verzinnen. In de kelder van het Van Gogh, waar de tentoonstelling `Licht' met behulp van wel honderd zachtgele spotjes optimaal te bekijken valt, heeft fotograaf Erwin Olaf een kleine portretstudio ingericht. Bezoekers kunnen lootjes trekken en zo een gesigneerde foto van zichzelf winnen. `Ik heb al witte wijn op, dus dat wordt een dolle foto!', grapt de sterfotograaf tegen twee winnende paartjes, die hij vervolgens zo wild met elkaar laat zoenen dat ze twee keer uit beeld vallen.

Als twintigduizend mensen zich van het ene naar het andere museum willen verplaatsen, ontstaat er bij de ingangen een probleem: door het succes van de nacht duurt het binnenkomen, jas afgeven, jas ophalen en weer buiten komen soms wel erg lang. De kleinere musea zijn minder vol, en daar voegt de nachtelijke atmosfeer minstens evenveel toe. In een hoekje van het Anne Frank Huis leest actrice Cleo Dankert met rustige stem passages uit het dagboek voor. Boven haar hoofd klinkt constant het gestommel van bezoekers, die bij uitzondering ook het kantoor van meneer Frank mogen zien.

Om tien voor één nog even loungen tussen de werken van Rob Birza in het Stedelijk Museum mag niet meer. `Afgelopen!' krijst de portier. Een horde van jonge, hongerig kijkende mensen stroomt in een walm van rook en bier naar buiten. Op de stoep voor het Stedelijk maken ze plannen voor de rest van de nacht. Voor hen is die nog maar net begonnen.

    • Sandra Heerma van Voss