Liedjes van een geestige zwartkijker

Over gezelligheid gaat het, en Maarten van Roozendaal begint zijn voorstelling met dingen te bezingen die gezellig zijn: de Keukenhof, de camping, de koopzondag, zelfgeschreven tekst op een bestaande melodie, en zo verder. Maar ik zou niemand weten die met zulke honende uithalen kan zingen als hij. Erg gezellig zal het vanavond dus niet worden. Van Roozendaal, met de benen over elkaar geslagen aan de piano, is een zanger met schuurpapier in zijn keel en zijn liedjes willen wel eens schrijnen.

Aan gezelligheid ten onder, zijn vierde programma, is niet wezenlijk anders dan de vorige drie. De liedjes volgen grillige lijnen, lopen soms uit in op muziek gezet parlando, en beschrijven het wereldbeeld van een gevoelige, maar ook geestige zwartkijker. De swing komt van Egon Kracht, strijkend en plukkend op contrabas. Er is een mooi lied over Nederland, het `opgespoten tranendal' waar de ene polder uitzicht biedt op de andere, dat enigszins doet denken aan Brel in de vertaling van Ernst van Altena. Er is een spijtig nummer over het vele waar een mens niet meer aan toekomt (`steeds meer stapels om me heen'), er zijn verhaalflarden en er is een uitdagend liefdesliedje.

Na de pauze dreigt het repertoire iets te gelijkvormig te worden, maar meestal weet Van Roozendaal er toch weer een onverwachte wending aan te geven. ,,Eerst was er niets, tot ik werd geboren,'' zingt hij met ontwapenende brutaliteit. ,,Sinds dat moment draait alles om mij.''

Voorstelling: Aan gezelligheid ten onder, door Maarten van Roozendaal. Gezien: 11/11 in De Meerse, Hoofddorp. Tournee t/m 24/3. Inl. (030) 2802330.