Kroaten van Mostar: niemand houdt van ons

De Bosnische Kroaten en de Bosnische Serviërs hebben massaal op `etnische' partijen gestemd tijdens verkiezingen in Bosnië. Voor de Kroaten van Mostar is dat een vanzelfsprekendheid.

Aan deze kant van de brug wonen de Bosnische Kroaten. Aan die kant van de brug leven de Bosnische moslims. Van een samenleving is geen sprake. Moslims komen nauwelijks naar deze kant, Kroaten gaan niet naar de overkant. ,,Aan de overkant worden wij in elkaar geslagen'', weet een Kroaat.

De brug. In Mostar praat men er over als een levend, bestaand organisme. In werkelijkheid bestaat de brug nog slechts uit twee stenen bruggenhoofden. De rest is aan stukken geschoten door de Bosnische Kroaten in het voorjaar van 1993, op bevel van Slobodan Praljak, tegenwoordig een belangrijk lid van de Kroatische Democratische Unie (HDZ) in Mostar.

De moslims hebben nooit afscheid kunnen nemen van 'hun' eeuwenoude, door de Turken gebouwde stenen boogbrug, ,,het mooiste bouwsel in heel Joegoslavië, mevrouw''. Aan moslim-zijde dromen de verkopers nog altijd weg bij tientallen ansichtkaarten van de brug in betere tijden. Daar lijden ze aan fantoom-pijnen.

De Bosnische Kroaten, veelal gelovige katholieken, doen de ophef van de moslims af als ,,aandachttrekkerij''. En de moslims krijgen al zo veel aandacht, vinden ze. ,,Moslims hebben de sympathie van het Westen, Serviërs hebben de steun van het Westen sinds de val van Miloševic en niemand houdt van ons'', klaagt een katholieke geestelijke.

Zelfs de Kroaten in Kroatië hebben hun volksgenoten in Bosnië als een baksteen laten vallen. Sinds de dood van Kroatische president Franjo Tudjman, vorig jaar december, en de daaropvolgende val van zijn nationalistische partij HDZ in Kroatië beschouwen ze ons als buitenlanders, aldus de geestelijke.

Het etnisch ongenoegen is, samen met de rampzalige economische situatie, de ideale voedingsbodem voor de HDZ in Bosnië; ruim zeventig procent van de Bosnische Kroaten heeft zaterdag op deze `etnische' partij gestemd. Gematigder Kroatische partijen zijn er nauwelijks aan te pas gekomen.

Veel Bosnische Kroaten kunnen niet eens antwoord geven op de vraag waarom zij op de HDZ stemmen. ,,Ik wil een beter leven'', zegt de jonge Ivan even buiten een stemlokaal. Nerveus schuift hij zijn zwarte zonnebril heen en weer. Foutloos dreunt hij de verkiezingsleuzen van de HDZ op. ,,Moslims hebben te veel invloed, hebben meer rechten dan wij. Wij moeten daarom een eigen entiteit krijgen.'' ,,Ik wil een beter leven'', zegt ook Mate, oud-strijder tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995). Opnieuw volgt een opsomming van leuzen: ,,De moslims worden voorgetrokken, de Kroaten moeten gelijke rechten krijgen en deze rechten zijn het best gewaarborgd in een eigen entiteit.''

Entiteit; het woord ligt de Kroaten op de lippen bestorven, deze zaterdag. Het vredesakkoord van Dayton, dat vijf jaar geleden een einde maakte aan de oorlog tussen Serviërs, Kroaten en moslims in Bosnie, verdeelde Bosnië in twee entiteiten: de Servische Republiek en de moslim-Kroatische federatie.

Maar de Bosnische Kroaten voelen zich onderbedeeld. De moslims worden volgens hen bevoordeeld door de internationale gemeenschap. De moslims overtreffen hen bovendien in aantal: 43 procent van de Bosnische bevolking is moslim, 33 procent Servisch, 17 procent Kroatisch. Een ingewikkeld kiesstelsel leidt er ook nog eens toe dat de Bosnische moslims op Kroatische kandidaten kunnen stemmen. En door hun stem uit te brengen op gematigde Kroaten, houden ze de nationalistische kandidaat van de Kroaten zelf uit het parlement.

Veel hebben de parlementen van beide entiteiten en het federale parlement echter niet te zeggen. In Bosnië maakt de internationale gemeenschap de dienst uit. De nationalisten van de HDZ hebben dat ondervonden. Een radio- en televisiestation is verboden wegens aanzetten tot haat, posters zijn geweerd. `Zelfbeschikking of uitroeiing' luidde de leus op die affiches, maar dat ging het internationale bestuur te ver. Het verbood de poster. Daarop plakten HDZ-leden de tekst `Verboden door de OVSE' over de verboden poster. ,,Betere reclame kunnen we ons niet wensen'', grinnikt een voorbijganger in Mostar.

De HDZ laat zich wel vaker weinig aan het buitenlandse bestuur gelegen liggen. Ditmaal schreef ze, tegen de wil van de internationale gemeenschap, een referendum uit. De vraag komt erop neer of de Bosnische Kroaten voor of tegen een eigen entiteit zijn. Uiteindelijk stemt circa 90 procent vóór – en dat is niet verwonderlijk, want de gematigde Kroaten hebben niets te winnen bij het referendum en komen dan ook niet.

De internationale gemeenschap heeft het referendum bij voorbaat als illegaal bestempeld. Maar Josip Muselimovic, hoofd van de referendum-commissie in Mostar, zegt: ,,Wij maken zelf wel uit wanneer wij een referendum houden.'' Dat de uitkomst niet wordt erkend en dat het referendum dus niet meer dan een lege huls is, daar praten de Kroaten liever niet over. ,,Wij zullen snel besluiten welke consequenties wij verbinden aan deze uitslag'', houdt Muselimovic stijf vol.

Met het internationale bestuur, zo wil hij maar aantonen, hebben de Bosnische Kroaten steeds minder te maken. Of, zoals oud-strijder Mate zegt: ,,Waarom moet een Oostenrijker (Bosnië-gezant Wolfgang Petritsch, red) ons vertellen hoe wij ons land moeten leiden?''

Het is de klacht van velen. De internationale instituties die beslissen, maar gewone mensen als Ivan, Mate en zelfs Josip Muselimovic niet verder helpen. De instituties die de economie op gang moeten helpen, terwijl de werkloosheid oploopt. De instituties die een multiculturele samenleving prediken, terwijl het volk op etnische partijen stemt.

Ze zouden eens naar de brug moeten komen kijken, zeggen de inwoners van Mostar.