Hockeyers Rotterdam veerkrachtig

Zelfs de burgemeester rukte gisteren uit om de revelatie van de hockeycompetitie te aanschouwen. Spijt van die beslissing had Ivo Opstelten niet, na een wedstrijd waarin de thuisploeg een 3-0 achterstand ongedaan maakte en tegenstander HDM uiteindelijk met de schrik vrijkwam: 3-3. Het curieuze wedstrijdverloop verleidde Rotterdams eerste burger, in een grijs verleden zelf ook actief op het hockeyveld, na afloop tot een compliment aan het adres van voorzitter Jan Hagendijk.

Die sloeg op zijn beurt een zucht van verlichting, nadat `zijn' Rotterdam, de verrassende nieuwkomer in de hoofdklasse, in de eerste twintig minuten zeer nadrukkelijk had gesolliciteerd naar een pak slaag. Tot drie keer toe kreeg HDM een vrije doortocht, evenzovele keren profiteerde het ploegje uit Den Haag dat dit jaar ironisch genoeg wordt gecoacht door een speler die vorig seizoen nog leiding gaf aan de defensie van Rotterdam, Diederik Donk. ,,D'r klopt niets van'', gromde Hagendijk na de 0-3, en daarmee was niets te veel gezegd.

Bewonderenswaardig was evenwel de inhaalrace die Rotterdam, voor het eerst actief op het allerhoogste niveau, vervolgens inzette. Nog voor rust werd de achterstand teruggebracht tot 2-3. Al was aanvoerder Bart Looije na de remise realistisch genoeg om te beseffen dat zijn ploeg zichzelf te kort had gedaan en uiteindelijk van geluk mocht spreken dat de tegenstander HDM heette. ,,Bloemendaal was waarschijnlijk doorgedenderd naar 8-0'', wist de oud-international.

Elk jaar opnieuw blijkt de kloof tussen hoofd- en overgangsklasse(n) zo groot dat nieuwkomers weer even snel verdwijnen als ze gekomen zijn. Tilburg en MEP bewezen dat afgelopen seizoen maar weer eens door wekelijks als schietschijf te fungeren van de gevestigde orde. Rotterdam lijkt, getuige drie gelijke spelen en één overwinning, te breken met die naargeestige traditie. Met zes punten uit vier duels bezet het NEC van de hockeycompetitie de zesde plaats op de ranglijst, met twee punten voorsprong op landskampioen Bloemendaal.

Coach Ronald Hugers weigert evenwel de vlag uit te hangen, in de wetenschap dat in het duel tegen zijn voormalige club de kwetsbaarheden van zijn ploeg pijnlijk aan het licht kwamen. ,,Al ben ik zeer tevreden met de veerkracht die we vandaag getoond hebben. Daaruit blijkt opnieuw dat van angst geen sprake is. Die jongens weten wat ze kunnen en vooral wat ze niet kunnen.''

Het post-olympische jaar, met internationals die op hun tandvlees lopen, lijkt Rotterdam in de kaart te spelen. Bovendien kreeg de debutant de kans om, in de aanloop naar het seizoen, te wennen aan de handelingssnelheid in de zogeheten `voorcompetitie'. Een opwarmronde die de hoofdklasseclubs afwerkten ten tijde van de Olympische Spelen in Sydney. Bemoedigende resultaten gaven Rotterdam volgens Hugers het nodige vertrouwen, met als gevolg dat vorige week zelfs titelkandidaat Amsterdam de tanden stuk beet op het taaie collectief dat hij de afgelopen drie jaar smeedde, 1-1.

In tegenstelling tot vele andere nieuwkomers beschikt Rotterdam over een wapen dat gisteren tot twee keer toe met succes in stelling werd gebracht: de strafcorner van Jan-Jaap de Vin. ,,Niet de snelheid van Bram Lomans, wel de accuratesse'', zo prees Hugers de sleeppush van zijn middenvelder.

Maar een geslepen corner is geen garantie voor lijfsbehoud. Om te voorkomen dat de club die tot voor kort slechts kon pronken met een solide vrouwenploeg in de hoogste afdeling, weer afglijdt naar de overgangsklasse, liet het bestuur afgelopen zomer drie Zuid-Afrikaanse internationals overkomen: Bruce Jacobs, Jody Paul en Clyde Abrahams. Twee daarvan, Abrahams en Jacobs, zijn verzekerd van een basisplaats, Paul doodt de tijd op de bank.

Het bestuur zint op een verlengd verblijf in de hoofdklasse, want de grootste vereniging van Nederland (1.776 leden) koestert grootse plannen. Volgend jaar is de club gastheer van het Europa-Cuptoernooi zaalhockey (B-divisie) en staat een verhuizing, noodzakelijk als gevolg van de aanleg van het HSL-spoor, op het programma naar de deelgemeente Hillegersberg. Zeven velden telt het nieuwe complex, waarvan het hoofdveld wordt voorzien van 2.500 overdekte zitplaatsen, zodat Rotterdam een gooi kan doen naar internationale wedstrijden en toernooien.

Een club met zoveel pretenties is het aan zijn stand verplicht om zowel in de mannen- als in de vrouwenhoofdklasse vertegenwoordigd te zijn, zoals voorzitter Hagendijk gisteren benadrukte. ,,Alleen dan tel je echt mee.'' Hugers onderkent die hartewens, maar beweert geen extra druk te voelen. ,,Men is opportunistisch maar realistisch.''