`Hier neemt men Franse muziek serieus'

Het komende weekeinde is het vijftig jaar geleden dat Jean Fournet (87) zijn debuut maakte in het Concertgebouw. Zondag keert hij er terug voor het Radio Filharmonisch Orkest met werken van Debussy en Berlioz.

,,Humor, fijne geest, gratie, ingetoomde hartstocht, superieure vormbeheersing en instrumentatie.'' Met die woorden omschreef het Algemeen Handelsblad op 17 november 1950 de muziek van Maurice Ravel, waaraan het Concertgebouworkest een mini-festival wijdde. Het debuut van de toen nog relatief jonge, Franse dirigent Jean Fournet werd unaniem lyrisch ontvangen. Fournet bewandelde een gulden middenweg tussen `uitbundigheid en technische nauwgezetheid', bleek `een meester in de techniek der voorname matigheid in vervoering' en toonde zich zijn reputatie als specialist in het Franse repertoire meer dan waardig.

De aristocratische distantie, die Fournet wereldroem bracht als dirigent, tekent ook zijn uitstraling. Het feit dat hij als bijna negentigjarige nog steeds vijfendertig concerten per seizoen leidt, noemt hij met een milde glimlach een vanzelfsprekendheid. ,,Natuurlijk moet ik mij dwingen af en toe rust te nemen, te lezen en te genieten van mijn tien kleinkinderen en tien achterkleinkinderen. Maar ik dirigeer nog met plezier, en zal dat blijven doen zolang mijn gezondheid het me toestaat.''

Jean Fournet maakte in het seizoen 1950-51 zijn debuut bij vier Nederlandse orkesten. Behalve bij het Concertgebouworkest debuteerde hij bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Utrechts Stedelijk Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest, dat hem in 1961 benaderde voor de post van chef-dirigent. ,,Ik zei natuurlijk ja. Mijn eerdere gastdirecties in Hilversum waren zowel mij als het orkest goed bevallen, dus waarom niet? Het was en is een goed orkest en zij speelden graag Frans repertoire onder mijn leiding. Bovendien vond ik het werkklimaat hier prettig. Ik heb me altijd nogal gestoord aan het typisch mediterrane gebrek aan discipline in Frankrijk, Spanje en Italië.

,,In Nederland was dat anders. En, belangrijker nog, er was een bereidheid moeite te doen de Franse muziek echt goed te spelen. Het probleem met Franse muziek in Frankrijk en soms ook in het buitenland, is dat wordt uitgegaan van een vooropgezette mening. `Ah, de Franse muziek, die hoort zo en zo te klinken, van lalala en niks niet moeilijk!'. Welnu, dat is een aperte misvatting. De musici van het Radio Filharmonisch Orkest gaven zich moeite achter de noten te kijken, om zo dit voor hen onbekende repertoire te ontdekken en doorgronden. Dat waardeerde ik zeer.''

Fournet hield de leiding over het RFO tot 1973 en werd tussen 1968 en 1973 bovendien chef-dirigent van Rotterdams Philharmonisch Orkest. ,,Toen ze me in Rotterdam vroegen, dacht ik: `Mais non, een onmogelijkheid!' Het leek me een bizar idee dat één Fransman tegelijkertijd chef-dirigent zou zijn van twee grote Nederlandse orkesten. Maar na onderling overleg tussen beide orkesten bleek het toch te kunnen. Dat ervoer ik als een groot genoegen.

,,Ik heb nooit een voorkeur voor Rotterdam of Hilversum ontwikkeld. Het waren twee serieuze kwaliteitsorkesten, die me de kans boden interessante programma's te dirigeren. Dat men met name gecoiffeerd was van mijn visie op Franse muziek, heeft me ook nooit gehinderd. Ik vind het logisch dat men graag een Franse dirigent hoort in Franse muziek. Maar zelf dirigeer ik net zo lief ander repertoire. Griegs Peer Gynt met het Concertgebouworkest, Brahms' Ein Deutsches Requiem en Oberon en Der Freischütz van Weber in de Matinee op de Vrije Zaterdag in het Concertgebouw. Dat waren grote momenten voor mij!''

Zowel in Hilversum als Rotterdam profileerde Fournet zich als een dirigent die met strakke hand werkte aan de verbetering van de orkestkwaliteit, en daarin grote successen boekte. Daarnaast had Fournet de leiding over de NOS Masterclass voor jonge dirigenten.

,,Mijn devies was en is: begin bij de partituur. Als men mij vraagt naar het geheim van mijn benadering van Franse muziek, is dat mijn antwoord. Jonge dirigenten hebben vaak een ongefundeerde mening over Franse muziek, een mening die meer is gebaseerd op een gevoel dan op kennis. En op dat gevoel willen ze dan een `visie' op de muziek funderen! Dat verbood ik. Om de ware stijl van een werk te raken, moet je eerst alleen maar doen wat de componist heeft opgeschreven. Alles staat of valt met een feitelijke, minutieuze kennis van de partituur. Debussy, Berlioz en Ravel noteerden uiterst nauwkeurig wat ze wilden. Stijl, frasering, nuances, ademhalingen, alles. Vergeleken met wat er staat in de partituur, wordt hun muziek vaak ronduit overdreven benaderd.''

De laatste jaren ligt het brandpunt van Fournets dirigeerwerk in Japan. Bij het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, Japan Philharmonic en New Japan Philharmonic dirigeert hij vijfentwintig concerten per jaar. Fournet is de enige dirigent met het voorrecht die de drie grote orkesten van Japan alle dirigeert en is daar trots op. ,,Het is een understatement te zeggen dat graag in Japan werk. Ik adoreer Japan! De musici zijn zeer uiterst gedisciplineerd en bloedserieus. Het hoogtepunt in mijn loopbaan was de dag voet zette op Japanse bodem. Maar begrijp me niet verkeerd: ik kom ook altijd graag terug bij het Radio Filharmonisch Orkest in Hilversum. Zeventien jaar als chef-dirigent, dat is een lange tijd. Je bouwt een band op met de stad, de mensen. Nu ben ik de alleroudste en heb ik het gros van de orkestmusici uit mijn tijd als chef-dirigent overleefd. Maar iets van de oude band blijf je toch altijd voelen.''

RFO o.l.v. Jean Fournet. Berlioz: Symphonie fantastique; Debussy: La boîte à joujoux. 19/11 Concertgebouw Amsterdam. Res.: (020) 6718345